Problemen bij het bedrijf? Dan grijpt de overheid in

Hans de Boer wil dat de staat een belang in het kwakkelende Air France-KLM neemt. Die gedachte is politiek geen taboe.

Foto Bloomberg

Terug van weggeweest. Een ouderwets fenomeen komt weer boven het vaderlandse maaiveld uit. Het economisch nationalisme, zoals in ‘Koop Air France-KLM’ (voorpagina De Telegraaf, gisteren). En de industriepolitiek waarin de overheid individuele bedrijven steunt met nieuw kapitaal of met garanties. Minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD), onlangs in reactie op vragen vanuit de Tweede Kamer:

Tot slot faciliteert EZ doorstartmogelijkheden voor bedrijven in financieel moeilijke tijden, zoals bij Nedcar en onlangs Imtech.

De provincie Limburg steunde autofabriek Nedcar overigens ook. En Kamp én de provincie Groningen bleken eerder ook bereid om de failliete aluminiumsmelter Aldel in de Eemshaven te steunen om banen te redden.

Voorzitter Hans de Boer van werkgeversvereniging VNO-NCW heeft zijn politieke antenne dus goed afgesteld met zijn pleidooi vóór KLM. De luchtvaartmaatschappij is een schoolvoorbeeld van een bedrijf in financiële moeilijkheden, dus zijn oproep aan het kabinet om voor 400 miljoen euro aandelen te kopen zou in vruchtbare aarde moeten vallen.

Er is één maar: in Nederland bestaat sinds een jaar of dertig weerzin tegen staatsingrijpen in grote private ondernemingen. De weerzin is te herleiden naar het einde van de jaren zeventig, toen de Nederlandse overheid voor soms honderden miljoenen met kapitaal of garanties intervenieerde om ondernemingen en banen te redden. 

Het RSV-debacle was aanleiding voor een parlementaire enquête. Conclusie: dit nooit meer. Sindsdien greep de overheid alleen bij uiterste noodzaak in. De belofte van achtereenvolgende minister van Financiën en Economische Zaken was telkens: dit was eenmalig. Als alles op orde is, verkoopt de staat zijn aandelen weer.

Bij deze bedrijven greep de overheid in:

Wat is er nu aan het veranderen? Er zijn zeker vijf, soms met elkaar samenhangende omstandigheden die economisch nationalisme en industriepolitiek aanmoedigen:

1. Landen waar staatsinvloed in grote ondernemingen de norm is

Zoals China. Nederland heeft daar kennis mee gemaakt doordat Chinese bedrijven graag in West-Europa investeren. Dat maakt Europese landen nerveus. Verdwijnen ‘onze’ bedrijfsgeheimen en technologie naar China? Een van de kenmerkende voorbeelden is het overnamebod van het Chinese conglomeraat Xinmao eind 2010 op de Nederlandse kabelfabrikant Draka. Er lag al een bod van een Italiaanse concurrent, genaamd Prysmian, toen de Chinezen dachten dat zij konden toeslaan. Maar dat was tegen het zere been van de Italianen, die met vocale steun van onder meer de Europese Commissie, toch eigenaar werden van Draka.

2. Overheden kunnen  in noodsituaties een cruciale economische rol spelen

Dat bleek tijdens de reddingsacties van banken en verzekeraars tijdens de kredietcrisis. Het voortbestaan van vitale (financiële) infrastructuur stond opeens op het spel.

3. Het overnamebod van het Mexicaanse telefoonbedrijf América Móvil op KPN in 2013

Dit ligt in het verlengde van omstandigheid twee. Niet alleen was het bod te laag, minister Kamp en het kabinet waren bang dat de overname gevaren zou opleveren voor investeringen in de telecom-infrastructuur en de nationale veiligheid. América Móvil trok zijn bod in. Het Mexicaanse bod had nog een onverwacht naspel: er staat nu wetgeving op stapel dat cruciale Nederlandse bedrijven moet vrijwaren van ongewenste buitenlandse grootaandeelhouders als zij een bedreiging zijn voor onze nationale veiligheid.

4. De verkilling van de relaties met Rusland

De toevoer van Russisch gas als substituut voor ons oprakend aardgas is verre vanzelfsprekend. Hier spelen politieke én economische belangen de hoofdrol. Dat betekent dat de staat een grote rol moet nemen in energiezekerheid, zoals het Nationaal Energieakkoord voor energiebesparing, windmolens en zonnepanelen.

5. Het eigen belang van de Nederlandse overheid

Dat zag je vorige week heel mooi, toen staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA) triomfantelijk terugkwam uit Brussel. Zij had het in Europees overleg voor elkaar gekregen dat Nederland zelf mag blijven beslissen over wie het spoorvervoer voor zijn rekening neemt. Daarmee zijn de belangen veilig gesteld van de NS, een staatsbedrijf dat de overheidskas het nodige oplevert (dividend, vergoeding voor de vergunning). En het kan desgewenst worden ingepast in anti-Europese gevoelens.

Na ABN Amro kwam de kater

Zoals de NS over het Nederlandse spoor, over de Nederlandse infrastructuur kan blijven rijden, zo wil werkgeversvoorman De Boer met zijn staatsinterventie het buitenlandse netwerk van KLM redden. Hij refereert daarbij expliciet aan de overname en het daaropvolgende opsplitsen van het mondiale kantorennet van ABN Amro in 2007. Overheidsingrijpen in die overnamestrijd paste toen niet in de liberale tijdgeest. Later kwam de kater. Een van de weinigen die zich al vóór de verkoop van ABN Amro tegen een overname durfde te verzetten was Bernard Wientjes. De voorganger van Hans de Boer.