De opvang is ‘no good’, vinden ze in Heumensoord

Het is koud, er is geen privacy, het eten is vies. Vluchtelingen protesteerden gisteren in Nijmegen tegen hun opvang.

De noodopvanglocatie Heumensoord bij Nijmegen is „no good”. Ali Abdurahman, een Syriër (20 jaar), haalt zijn smartphone uit zijn zak om te laten zien wat hij bedoelt – zijn Engels is gebrekkig.

Hij veegt over zijn telefoonscherm: foto’s van rijplaten liggend in het zand, van rijen wc’s en wastafels. Te weinig voor zo veel mensen, licht hij toe. Eén wc voor honderd man, valt een vriend hem bij. Smerige wc’s. Mannen, vrouwen en kinderen bij elkaar in één kamer, kamers voor acht personen. Ze vinden het maar niks.

Protestmars in Nijmegen

Uit onvrede hebben ze gisteren samen met naar schatting honderd andere vluchtelingen gedemonstreerd. Ze zijn door Nijmegen getrokken. Direct na de opening van het tentenkamp, anderhalve week geleden, verlieten tientallen vluchtelingen al na aankomst de locatie uit onvrede. Ze keerden uiteindelijk allemaal terug, volgens het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat verantwoordelijk is voor de opvang.

De locatie moet de komende tijd uitgroeien tot de grootste van Nederland, met 3.000 plaatsen. Er wordt hard gewerkt aan meer paviljoens.

Mohammed Ali, 43 jaar, vader van drie kinderen (19, 7 en 5 jaar oud), is hier nu twaalf van de 32 dagen die hij in Nederland is. Aanvankelijk werd hij opgevangen in Amsterdam, dichtbij de Arena, in een gebouw met stenen muren. Daar was het veel beter.

In Heumensoord is het koud, er zijn te veel mensen en „no toys for the kids. This camp is bad for families”. Omringd door een groepje landgenoten doet hij zijn verhaal. De vraag of hij niet bang is ondankbaar over te komen, begrijpt hij niet.

Ahmed Site (29 jaar) komt samen met zijn vrouw en een bevriend stel het bospad afgewandeld. Op de vraag of het hun bevalt in het opvangkamp, duwt hij twee plastic tassen die hij draagt wat naar voren. Nee, dus. Daar zitten boodschappen in. Tonijn en sardientjes.

Het eten in het opvangkamp smaakt ze niet; brood met boter en een „slice of mozzarella” als ontbijt, „every day the same”. Hun geld is nu bijna op. Als het nodig is, verkopen ze sieraden.

Ze hebben niet meegelopen met de demonstratie. Heeft geen zin, vinden ze. Maar waarom klagen als je een veilig en welvarend land hebt bereikt en een dak boven je hoofd hebt? „It’s not freedom here”, vindt Site en knikt naar de ingang van het kamp. Ze kunnen niet doen wat ze willen, geen extra plakje mozzarella nemen bijvoorbeeld, geen geld laten sturen uit het buitenland. Als het je niet bevalt, ga dan de straat maar op, zou de locatiemanager hebben gezegd. Zowel Site als Ali vertelt dat.

Ook onvrede door duur procedure

In een reactie zegt het COA dat het om een „sobere, maar humane” opvang gaat. „Zo’n noodopvang is niet ideaal, maar we proberen iedereen een plek te geven”, aldus een woordvoerder.”

De woordvoerder weerspreekt dat er maar één toilet op 100 vluchtelingen beschikbaar is. „Maar het is waar dat ze hun sanitair moeten delen. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor de schoonmaak.” De locatiemanager gaat „zeker in gesprek met de vluchtelingen”.

De woordvoerder vermoedt dat de onvrede mede voortkomt uit het gesprek dat de vluchtelingen maandag hadden met de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Ze hebben te horen gekregen dat de procedure langer duurt en dat ze drie tot vijf maanden op Heumensoord moeten blijven.