De nevelen rond Antonioni’s jonge jaren onder Mussolini

Op de huidige expositie in filmmuseum Eye komt regisseur Michelangelo Antonioni vrijwel uitsluitend naar voren als een paar ogen, een observator. De maker verdwijnt in zijn werk. Toch is er wel meer te zeggen over zijn leven, ook over zijn in nevelen gehulde jonge jaren onder het fascisme.

Filmhistorici zien het Italiaanse neorealisme – na de oorlog de toonaangevende filmstroming, waaruit Antonioni is voortgekomen – niet meer uitsluitend in contrast met de cinema van het fascisme. De continuïteit tussen film onder de dictatuur en daarna is groter dan vaak is aangenomen. Ruth Ben-Ghiat laat in haar studie Facist Modernities (2001) zien dat een variant van neorealisme al onder het fascisme opgang maakte, ook bij gezagdragers die zich graag als modern en vooruitstrevend zagen.

Antonioni, geboren in 1912, was pas tien toen Mussolini aan de macht kwam. Als jongeman behoorde hij exact tot de generatie Italianen die het regime dacht te kunnen kneden. Middels een uitgebreid systeem van beurzen en prijzen trachtten de machthebbers een nieuwe generatie intellectuelen aan zich binden. Antonioni behoorde tot de prijswinnaars van de zogeheten Littoriali, culturele krachtmetingen die werden georganiseerd door Gruppo universitario fascista, de fascistische studentenbeweging. Hij won daarbij onderscheidingen als scenarist en criticus. Hij zette zijn eerste stappen in de filmwereld als recensent van het dagblad Corriere Padano. Als protegé van hoofdredacteur Nello Quilici maakte hij carrière als journalist, eerst in Ferrara en later in Rome. Het fascisme stond veel minder haatdragend tegenover de moderne kunst dan hun geestverwanten in Duitsland. Dat neemt niet weg dat Antonioni teksten schreef die hij na de val van het regime zou betreuren. In september 1940 schreef hij vanaf het filmfestival van Venetië in Corriere Padano een juichende recensie over de beruchte antisemitische propagandafilm Jud Süss, volgens de jonge Antonioni een ‘lucide film’ van ‘grote intelligentie’,die ‘bijna té perfect’ was. Het Franse filmblad Positif herdrukte het stuk in 2008.

Ruth Ben-Ghiat laat zien dat veel Italiaanse kunstenaars en intellectuelen hun politieke positie pas heroverwogen ná de val van Mussolini in 1943. In een beroemd stuk prees Roland Barthes het werk van Antonioni vanwege diens ambiguïteit en ambivalentie. Dat maakt zijn films bij uitstek anti-dogmatisch. Wellicht komt die latere liefde voor ambiguïteit mede voort uit zijn jonge jaren, toen Antonioni de druk van dogma’s en ideologie aan den lijve ondervond.