De moord moest op zelfdoding lijken

Twee adoptiebroers uit Brazilië pleegden drie roofmoorden in Drenthe. Buit: 200 euro contant geld.

De voicemail van het echtpaar Jan en Greet Veenendaal uit Exloo was ververst. „We zijn drie weken naar de Achterhoek”, klonk de stem van Jan Veenendaal (77): „En even niet bereikbaar.”

Argwanend horen hun kinderen die boodschap aan in de laatste juliweek van 2013. Hoezo, ineens op vakantie? Als ze poolshoogte gaan nemen in de bungalow, vinden ze Jan en Greet dood in bed, onder hun dekbed en kussens.

De schouwarts houdt het op zelfdoding. Maar de kinderen ontdekken dat er spullen gestolen zijn. Een iPad, een telefoon, een laptop, sleutels, sieraden en een portemonnee met pinpas. De buren komen aanzetten met een briefje geschreven door Greet (77), die vraagt of ze het huis in de gaten willen houden. Pas een half jaar later, in december 2013, stelt het Nederlands Forensisch Instituut vast dat het echtpaar geen natuurlijke dood is gestorven. Jan en Greet Veenendaal zijn hoogstwaarschijnlijk gewurgd.

Uiterlijk onbewogen luisterden adoptiebroers Marcos R. (30) en Admilson R. (31) gisteren naar het feitenrelaas van de drie strafrechters in Assen. Marcos in een gewatteerd jack, Admilson in korte broek, op slippers en met handboeien om. Zes parketwachten verliezen hem geen moment uit het oog. Admilson was beroepsmilitair, onder meer in Afghanistan. Hij deed na zijn arrestatie tweemaal een vluchtpoging en kwam tegen zijn zin naar de strafzitting.

Geld voor wiet en pillen

Uitgebreid verklaren de broers in het zesduizend pagina’s dikke strafdossier dat ze in Drenthe drie roofmoorden hebben gepleegd. Ze hadden schulden, en geld nodig voor wiet en pillen. Berend Smit was hun eerste slachtoffer: „Hij reed in een dure auto”, verklaarde Marcos, „en we wilden snel rijk worden.” Admilson schoot de vijftiger dood met een bij defensie gestolen Glock, nadat Smit zijn hondjes had uitgelaten op het Dwingelderveld. Marcos: „Maar shit, hij had maar 50 euro bij zich.”

Een half jaar later volgden Jan en Greet Veenendaal, volgens Admilson „oudere en rijke mensen die niet goed beveiligd waren”. De broers hadden het echtpaar een week geobserveerd vanuit een bivak in de bossen. Ze namen tiewraps mee. Marcos had martial arts-filmpjes bekeken, „om te oefenen”. En er werd een dwaalspoor uitgezet. Jan zou de voicemail inspreken, Greet moest een briefje schrijven voor de buren.

Beest onder het bed

Via een openstaand slaapkamerraam sluipen ze naar binnen. Greet denkt dat er een beest onder het bed zit en roept haar man. De broers binden hen vast, laten ze alle opdrachten uitvoeren en wurgen ze. Maar meer dan 150 euro aan contant geld had het echtpaar niet in huis.

Een moord plegen voor 150 euro? De rechters konden daar niet bij. Maar Marcos bleef volhouden: „We deden het voor het geld.” Dat bestreed Admilson. Hij was met stemmen in zijn hoofd teruggekeerd uit Afghanistan en „iemand doden zou me rust geven. Mijn broertje is naïef en een meeloper. Ik ben degene die een monster is.”

Maar waarom heeft Marcos zijn oudere broer dan nooit tegengehouden? Marcos: „Ik probeerde hem te vriend te houden. Na Afghanistan was hij onberekenbaar.” Admilson: „Van gerespecteerd korporaal tot drievoudig moordenaar.” De broers hangt levenslang boven het hoofd. Vandaag komen hun persoonlijke omstandigheden aan bod. Volgens onderzoekers van het Pieter Baan Centrum in Utrecht is Admilson volledig toerekeningsvatbaar.