De laatste eekhoorn

Omringd door gevallen bladeren, geurend mos, paddestoelen, koperwieken en andere herfstpracht werd ik in het Kralingse Bos overvallen door een gevoel van nostalgie: ik miste de eekhoorns (Sciurus vulgaris) die het bos in mijn jonge jaren bevolkten. Ze waren er in de jaren vijftig uitgezet en zo gewoon dat ik er in mijn aantekenboekjes slechts een keer een notitie over heb geschreven: „22 oktober 1972 – eekhoorns in het donkere dennenbos, zeer mak”. Ze haalden de pinda’s uit je jaszak.

Plotseling verdwenen ze. In de laatste Atlas van de Nederlandse Zoogdieren met gegevens uit 1970-1988 staat nog een dikke stip in Rotterdam met daaromheen tot de Utrechtse Heuvelrug en de Haagse waterleidingduinen een grote leegte. Het was een verzwakte eilandpopulatie die vermoedelijk na een virusbesmetting werd gedecimeerd zonder dat aanvoer van elders de sterfte compenseerde.

De laatste Rotterdamse eekhoorn vond ik in de collectie van het Natuurhistorisch Museum. Het is NMR 9989-0282 – een jong vrouwtje dat op 13 oktober 1991 dood werd gevonden langs de Boszoom bij de Golfclub. GroenLinks riep in 2007 het stadsbestuur op het knaagdier opnieuw uit te zetten. Dat liep op niets uit.