Belanden wapens van de VS bij Al-Qaeda?

Amerika wil niet dat zijn wapens terechtkomen bij het extremistische Al-Nusra. Maar dat lijkt niet te voorkomen.

Marwan, leraar Engels in de Syrische provincie Idlib waar Rusland bombardementen uitvoert, weet niet of Moskou echt IS wil treffen. Hij weet alleen dat in zijn stadje geen IS-strijders zijn. Volgens hem is het „een mix van Jabhat al-Nusra, Ahrar al-Sham en andere rebellengroepen” die in de coalitie Jaish al-Fatah tegen de Syrische president Assad vechten. Hij vraagt zich vooral af of de Russen verschil kunnen maken tussen strijders en burgers.

Rusland maakt er geen geheim meer van dat het met zijn luchtaanvallen het regime van Assad wil redden, en maakt geen onderscheid tussen zijn tegenstanders, van welke snit dan ook. De Amerikaanse strategie was tot voor kort gestoeld op het idee dat er wel degelijk verschil zit tussen de rebellen. Sinds 2013 voorzien de Amerikanen het ‘gematigde’ Vrije Syrische Leger van TOW-anti-tankraketten.

Al-Nusra populair

Intussen gaan de VS wapens leveren aan meerdere milities die zich in het veld hebben bewezen. De Amerikanen hopen dat zij die wapens gebruiken tegen IS. Maar de rebellen zien in de eerste plaats het regime-Assad als de vijand. En omdat ze Jabhat al-Nusra, een filiaal van Al-Qaeda in Syrië, in hun strijd als bondgenoot beschouwen, groeit het risico dat Amerikaanse wapens bij hen belanden.

„De wereld heeft ons in de steek gelaten”, zegt Marwan. „Het Westen is niet serieus over het steunen van het Vrije Syrische Leger. Dus moeten we vechten met de wapens die we hebben, en dat is nu Jaish al-Fatah.” Bij de rebellencoalitie vechten ook groepen die zich tot het Vrije Syrische Leger rekenen. Maar Al-Nusra, en het iets gematigder Ahrar al-Sham, zijn de ruggegraat. En dat vinden veel mensen in rebellengebied goed.

„Al-Nusra heeft hier geweldig veel steun. Ik zou zeggen dat 80 procent van de mensen achter hen staat”, zegt Marwan. Dat is niet omdat ze van Al-Qaeda zijn, „maar omdat ze niet corrupt zijn, goede dingen doen voor de mensen in hun gebied en omdat het goede strijders zijn. En vooral: het zijn jongens van hier, anders dan bij IS.”

Ook de politieke oppositie is daardoor niet bereid zich tegen Al-Nusra te keren, hoe graag Washington dat ook zou willen. Nagham al-Ghadri, vicevoorzitster van de Syrische Nationale Raad, zei in een interview met de website Middle East Eye nog: „Al-Nusra doodt geen Syriërs, zij vechten juist tegen het regime. Als er straks gepraat wordt over vrede in Syrië, dan verdient Al-Nusra een plaats aan tafel.”

Jabhat al-Nusra heeft het in Syrië slim gespeeld. Waar de groep eerst buitenspel werd gezet door IS, heeft Al-Nusra sindsdien een comeback gemaakt door zich van IS te onderscheiden op twee cruciale punten. Dat zijn „integratie in de bredere gewapende oppositie” en „duurzaam wortel schieten” in de gemeenschappen waar het de scepter zwaait, stelt Syrië-expert Charles Lister.

Anders dan IS heeft Al-Nusra er geen probleem mee samen te werken met groepen die zijn idealen niet delen. De strijd tegen Assad heeft prioriteit; de verovering van de wereld kan even wachten. Dit in tegenstelling tot IS, voor wie de Syrische territorialiteit onbelangrijk is, en de strijd tegen Assad ondergeschikt aan het uitbreiden van het kalifaat. Daar waar IS actief buitenlanders rekruteert, bestaat Al-Nusra voor 60 tot 70 procent uit Syriërs. Al-Nusra slaagt er zo in dat men bijna vergeet dat het trouw heeft gezworen aan Al-Qaeda.

Lister waarschuwt dat dit niet wil zeggen dat Al-Nusra het jihadistisch ideaal heeft opgegeven. Een islamitische staat blijft het einddoel. „Al-Nusra is een wolf in schaapskleren”, schrijft Lister. Volgens Lauren Williams, onderzoekster bij het Lowy Institute for International Policy in Sydney, „heeft Al-Nusra zich gepositioneerd als de voornaamste begunstigde in het geval dat luchtaanvallen en lokaal verzet IS onderuithalen”.

Kalifaat

Pas dan zal blijken wat Al-Nusra’s ware bedoelingen zijn, aldus Williams. „Er komt een moment waarop Al-Nusra opnieuw prioriteit geeft aan het kalifaat. Een democratisch, pluralistisch Syrië staat niet op het programma.”

Door de Russische interventie doemt nu een scenario op waarin de VS wapens leveren aan het anti-Russische kamp, waarin zich ook Al-Qaeda bevindt. Want zoals steeds is de vraag of die wapens altijd in de juiste handen belanden. De gewezen Amerikaanse Syrië-gezant, Robert Ford, zegt in The Washington Post dat Al-Nusra maar twee TOW-raketten heeft, en dat ze daar voortdurend mee lopen te pronken. De rest is beland bij rebellengroepen die vooraf zijn getoetst op hun gematigde karakter. Tenminste, dat is de theorie. Joshua Landis, Syrië-expert aan de Universiteit van Oklahoma, schat dat „wellicht 60 tot 80 procent van de wapens die de VS Syrië hebben binnengesmokkeld bij Al-Qaeda en aanverwanten zijn beland”.