Baarden aan de macht in Bear’s Den

De mannen met baarden, met hun introspectieve teksten en authentieke geluid zijn nog altijd aan de macht. Met muziek die zich baseert op traditionele stromingen als folk en bluegrass, lukt het steeds weer om een groot en verrassend jong publiek te bereiken.

Die liefde duurt nu al een jaar of tien; hij begon met Fleet Foxes in Amerika en Mumford & Sons in Engeland, en wordt nu opnieuw gekoesterd voor het Londense trio Bear’s Den.

Bear’s Den past naadloos in de mal: ze hebben het onopgesmukte uiterlijk dat deze muzikale duurzaamheid vereist, gedragen zich nederig ten opzichte van het publiek (‘You’re amazing’), en putten met overgave uit de Keltische traditie van folk en vertellingen. Van Bear’s Den verscheen vorig jaar het debuut Islands, en sindsdien is de groep op tournee, voor steeds grotere zalen vol toegewijde aanhang, zoals afgelopen zomer op Lowlands.

Gisteravond speelde het trio, dat live wordt uitgebreid met drie muzikanten, waaronder een hoornspeler en trompettist, in een uitverkocht Paradiso, Amsterdam, en kreeg de zaal moeiteloos stil. De op akoestische gitaar en banjo gespeelde nummers klinken weids en gedragen, met lichte snik gezongen door voorman Andrew Davie. Er is een aantal uitschieters, zoals de liedjes Agape en Think Of England. Maar gisteravond viel op dat de liedjes eenvormig zijn: zelfde ritme, zelfde zanglijnen, zelfde afgeronde geluid. Samenspel en uitvoering daarentegen zijn geslaagd. De versmelting van de hoorn met banjo en gitaar, in het volledig onversterkt uitgevoerde ‘Sophie’, en ‘Bad Blood’ gespeeld tussen het publiek, waren verheffend. Blijft de vraag waar de onstilbare behoefte aan gevaarloze treurmuziek bij het publiek vandaan komt.