Over de haag

PVV de mond gesnoerd

De toonhoogte bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer is meestal een stuk lager dan in de Tweede, maar gisteren was er zoveel commotie dat senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol PVV-fractievoorzitter Marjolein Faber de mond snoerde. Broekers zette Fabers microfoon uit toen die de senaat herhaaldelijk een „nepvolksvertegenwoordiging” noemde. Faber volgde daarin haar partijleider Geert Wilders, die de Tweede Kamer vorige maand als „nepparlement” betitelde. Broekers deed wat de voorzitter van de Tweede Kamer naliet. Anouchka van Miltenburg kreeg veel kritiek omdat ze Wilders’ opmerking had genegeerd. Broekers vroeg Faber om haar woorden terug te nemen, omdat ze hiermee „de bijl aan de wortel van de representatieve democratie” zette. Faber protesteerde, ze herhaalde de term niet.

De echte Nederlander

Het debat dat over de Miljoenennota, belastingplannen en ander beleid hoort te gaan, ging nu natuurlijk vooral over vluchtelingen. Fabers opmerking dat alleen door de grenzen te sluiten de „Nederlandse waarden” beschermd kunnen worden, leidde tot hoon. Volgens PvdA-fractievoorzitter Marleen Barth is dat „het meest on-Nederlandse wat er is” en moest Faber „een inburgeringscursus doen”. Onduidelijk bleef of het ging om haar inburgering in Nederland of de nog steeds stroeve inburgering van de PVV in de senaat, met zijn strakke mores.

Blokkade begroting V&J

De inhoud dan. De senaat ligt al jaren in de clinch met de VVD-minister van Veiligheid en Justitie (eerder Ivo Opstelten, nu Ard van der Steur) over het beleid en de begroting. Oppositiepartijen hadden al gedreigd dat de begroting 2016 geen steun zal krijgen in de senaat, waar de coalitie nog maar 21 zetels heeft en geen gedoogpartners meer. De druk werd gisteren opgevoerd door een motie. Er moet meer geld naar de rechtspraak, het OM, de politie, de reclassering én het forensisch instituut NFI, aldus de ruime meerderheid van de senaat. Niet dat de Eerste Kamer het Van der Steur graag moeilijk wil maken. Liever niet, zeiden senatoren. De motie moet juist worden gezien „ter voorkoming van een bloedneus” voor de minister, zei Elco Brinkman (CDA).