Vrede met FARC? Nee, waar is m’n man

Vrede tussen regering en rebellen is nabij. Maar hoe zit het met onze vermiste familieleden, vragen velen.

Liliana Salamanca met haar zoons en een portret van haar ontvoerde man. Foto Niels van Iperen

Met een vastberaden blik in haar ogen en de mond strak gespannen kijkt Liliana Salamanca (46) recht in de camera en begint haar verhaal. „Beste FARC. Het is nu al ruim tien jaar geleden dat jullie mijn man, Rubén Ramírez, hebben ontvoerd. Ik heb toen aan jullie eisen voldaan en het losgeld betaald. Nu is het mijn tijd om eisen te stellen. Waar is mijn man?”

Deze videoboodschap, verzonden aan de FARC, nam Liliana vorig jaar op, met een groep van ongeveer dertig FARC-slachtoffers, verenigd in de stichting Víctimas Visibles (Zichtbare Slachtoffers). De slachtoffers, onder wie mensen die zelf jaren in de jungle zijn vastgehouden door de FARC, en familie en geliefden van ontvoerden, voelen zich niet vertegenwoordigd in de vredesbesprekingen tussen de guerrillabeweging en de overheid. Sinds 2012 wordt er in Cuba onderhandeld over een vredesakkoord dat een einde moet maken aan een al vijftig jaar durende bloedige burgeroorlog, die aan ruim 200.000 Colombianen het leven kostte. Vorige maand was er een doorbraak: overeenstemming over de berechting van guerrillastrijders en militairen. Er komt een waarheidscommissie waarin guerrillastrijders én militairen zich moeten verantwoorden voor ernstige misdaden tegen de menselijkheid. Over zes maanden wil Colombia de vrede tekenen.

Liliana Salamanca, wier man in 2002 op klaarlichte dag door de FARC werd ontvoerd, „gelooft niet in de oprechte bedoelingen van de onderhandelaars. Economische en politieke overwegingen lijken voor te gaan, terwijl de belangen van de slachtoffers juist het middelpunt zouden moeten zijn. Ik geloof niet dat de FARC ooit de waarheid vertelt”, zegt ze verbitterd vanuit haar woonplaats Bogotá.

Net als veel andere FARC-slachtoffers voelt ze zich niet vertegenwoordigd door de groep van zestig door de regering geselecteerde slachtoffers die in Cuba onderhandelden. „Ze spreken niet namens mij en meeste slachtoffers. Zij zijn voor de FARC acceptabele gesprekspartners, niet voor ons. Wij hebben aangegeven zélf aan de onderhandelingstafel te willen. Wij willen ook vrede, maar eerst moet de waarheid boven tafel. De FARC is hoogst onbetrouwbaar, weet ik uit ervaring.”

Twee dagen na de ontvoering van haar echtgenoot, een prominente zakenman, kreeg Liliana een telefoontje: de FARC eiste losgeld, omgerekend 40.000 euro. „In ruil daarvoor zou mijn man het weekend daarop vrijkomen. Ik kreeg toen ook nog kort mijn man aan de telefoon.” Liliana deed precies wat de FARC haar opdroeg en betaalde het geld. Maar Rubén kwam nooit vrij en er kwamen ook geen telefoontjes meer.

De afgelopen jaren werden tienduizenden Colombianen door de organisatie ontvoerd en gevangengezet in de jungle. Meestal om geld, zoals bij Liliana’s man. Ook politici werden gekidnapt, als presidentskandidate Ingrid Betancourt, die na zes jaar in 2008 door het Colombiaanse leger werd bevrijd. Betancourts bevrijding gaf Liliana even hoop. Met met haar twee zoontjes, die nog peuters waren toen hun vader verdween, liep ze met een ingelijste foto van haar echtgenoot mee in protestmarsen tegen de FARC.

De FARC ontkent dat nu nog mensen vastzitten, maar openheid over de circa nog altijd driehonderd vermisten geeft de organisatie ook niet. Zijn ze vermoord? Waar zijn dan de graven? Dat zou volgens Maria Consuelo van de stichting País Libre, die de belangen van FARC-slachtoffers behartigt, al in de eerste fase van de besprekingen moeten zijn gedaan. „Die informatie is essentieel. Van daaruit hadden de besprekingen verder moeten worden gevoerd. Waar zijn de vermisten? Vermoord? Waar zijn dan de graven of de lichamen? Hoe pijnlijk de waarheid ook is, pas dan kan met verwerking en afsluiting worden begonnen.”

De oprichting van een waarheidscommissie zoals nu is afgesproken, heeft volgens Maria Consuelo van de stichting País Libre alleen zin als de slachtoffers daarin een prominente rol in krijgen. En het toekomstige vredesakkoord zou tot een versterking van de rechtsstaat moeten leiden. „Colombia is volledig gepolariseerd door dit conflict, dat nu al een halve eeuw duurt. Er is nog een lange weg te gaan.”

Liliana Salamanca zou graag een directe confrontatie met de ontvoerders van haar man willen om meer rust te vinden. „Laat de FARC mij recht in de ogen kijken en vertellen wat er met mijn man is gebeurd. Dat eerst, dan pas vrede.”