Verdeeld Turkije is gevaarlijk

De draaikolk van wantrouwen, repressie en geweld waarin Turkije is terechtgekomen, vormt een ernstige bedreiging voor de stabiliteit van het land. En dat deze lidstaat van de NAVO bovendien steeds meer de Syrische oorlog wordt ingezogen, maakt dat ook de Europese veiligheid direct in het geding is. Niet voor niets gaat bondskanselier Merkel zondag naar Turkije voor overleg over de toestand in Syrië, terrorisme en natuurlijk ook de vluchtelingencrisis, waarbij de landen van de Europese Unie Turkse hulp hard nodig hebben.

Uitgerekend een vredesbetoging was zaterdag in Ankara het doelwit van een dubbele zelfmoordaanslag, waarbij zeker 97 mensen omkwamen. De meeste slachtoffers hoorden tot de aanhang van de pro-Koerdische HDP. Deze partij was afgelopen maanden vaker mikpunt van aanvallen en intimidatie. Maar het bloedbad van zaterdag was van een omvang en bloeddorstigheid die niet eerder zijn vertoond in de geschiedenis van het moderne Turkije.

Juist in deze moeilijke tijd zou Turkije gebaat zijn bij eensgezindheid. Maar de president en zijn aanhang vergroten juist de verdeeldheid in de samenleving, door de politieke polarisatie hoog op te stoken. Daarmee verzaakt de president de verantwoordelijkheid die zijn functie van hem vraagt.

Vooral sinds de parlementsverkiezingen in juni, die niet het resultaat opleverden waarop Erdogan had gehoopt, is de toestand snel verslechterd. Bij die verkiezingen haalde de HDP voor het eerst de kiesdrempel en raakte de regerende AK-partij haar absolute meerderheid kwijt. Erdogan zag daarmee zijn plan doorkruist om de grondwet zo te laten wijzigen dat de president meer macht krijgt. Maar hij legde zich niet bij het oordeel van de kiezers neer. De onderhandelingen om een coalitie te vormen, leidden tot niets, wat hem de mogelijkheid bood de kiezers opnieuw naar de stembus te roepen. Op 1 november hoopt hij zo alsnog zijn absolute meerderheid te krijgen – nu in een land waar het vredesproces met de Koerden voorbij is, de persvrijheid nog verder aan banden is gelegd en politici van de HDP worden opgepakt, vervolgd en uitgemaakt voor terroristen. Een land bovendien dat steeds meer verstrikt raakt in de oorlog in buurland Syrië.

Onduidelijk is nog wie achter de aanslag van zaterdag zit. De regering beschouwt de terreurbeweging Islamitische Staat als hoofdverdachte. Veel Koerden geloven dat de regering zélf er de hand in heeft gehad. Voor dat laatste ontbreekt ieder bewijs. Maar door de spanningen zo hoog te laten oplopen heeft Erdogan wel bijgedragen aan het ontstaan van het gevaarlijke klimaat in zijn land.