Soms radicaliseren ze door een sterfgeval

Allerlei soorten tegenslagen kunnen leiden tot radicalisering. Mensen die worden buitengesloten, zijn geneigd tot agressie.

Het kan de dood van je moeder zijn. Ontslagen worden op je werk. Discriminatie. Allerlei tegenslagen kunnen iemand laten radicaliseren. Dat staat in een nieuwe studie van de Universiteit van Amsterdam (UvA). In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken hebben de onderzoekers alle literatuur over achterliggende oorzaken van radicalisering bij elkaar gebracht. Volgens minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) kan dit helpen beleid te ontwikkelen om te voorkomen dat moslimjongeren naar de jihad in Syrië of Irak reizen.

Als de studie één ding duidelijk maakt, is het wel dat niet iedere radicaal hetzelfde is. Ja, er zijn wat algemene kenmerken, zoals dat het meestal mannen zijn rond de leeftijd van 18 tot 30. Maar dat is het wel.

Volgens de onderzoekers zijn er grofweg vier typen radicalen. Je hebt de „identiteitszoeker”, die naar zichzelf op zoek is. De „rechtvaardigheidszoeker” vindt dat de moslims in het Westen groot onrecht wordt aangedaan. De „zingevingszoeker” geeft zijn leven nut door zich te identificeren met een ideologie en de „sensatiezoeker” is een verveelde man met veel energie die uit is op avontuur.

Volgens de onderzoekers lijken islamitische extremisten veel op leden van sekten. Ze streven een hoger doel na, hebben een sterke overtuiging of geloofsopvatting en vormen een zeer hechte groep met meestal één leider.

Vaak geeft een nare gebeurtenis, zoals een scheiding van ouders of een sterfgeval, de aanzet tot radicalisering. Jongeren kunnen dan gevoelig raken voor prikkels uit hun omgeving die inspelen op hun eenzaamheid of isolatie. Zo is van een groep Syriëgangers uit Delft bekend dat zij radicaliseerden nadat een vriend om het leven was gekomen bij een overval.

Daarnaast zijn er veel voorbeelden van mensen die na verlies van werk of door problemen op school radicaliseren. Voormalig Hofstadgroeplid Jermaine W. vertrok bijvoorbeeld naar Syrië nadat hij was ontslagen. Andere factoren zijn aanvaringen met justitie, discriminatie en racisme. Volgens de onderzoekers zijn mensen die worden buitengesloten geneigd tot agressie.

Verder zijn er nog factoren op ‘macroniveau’, zoals oorlogen in Irak en Afghanistan. Omdat moslims hier het slachtoffer van zijn, worden deze militaire acties uitgelegd als een aanval op de hele moslimgemeenschap. Dit legitimeert extremisten iets ‘terug te doen’ tegen het Westen. Militaire acties in moslimlanden worden bovendien gezien als vernederend, wat radicalisering ook weer in de hand werkt.

Al deze persoonlijke en wereldgebeurtenissen kunnen volgens de onderzoekers een „cognitieve opening” bij iemand teweegbrengen; hij komt open te staan voor radicale wereldbeelden en gaat op zoek naar betekenis. Vervolgens kan hij in aanraking komen met propaganda of radicalen die zijn denkbeelden versterken. In een later stadium van radicalisering kan een oproep van buitenaf ertoe leiden dat iemand daadwerkelijk gewelddadig wordt. Zo riep IS-woordvoerder Abu Mohammed al-Adnani halverwege dit jaar op tot aanslagen, waarop gewelddadigheden volgden in Tunesië, Koeweit en Frankrijk.

Opmerkelijk: ook een huwelijk kan aanzetten tot radicalisering – bij vrouwen die verliefd worden op een radicaal. Andersom lijkt het huwelijk mannen niet te drijven tot radicaal gedrag; voor hen kan het juist reden zijn uit een groep te treden.