Plaats hier liever niet te veel moslims, in deze Joodse buurt

De gemeente Amstelveen sprak gisteren met bezorgde bewoners over een tijdelijke opvang voor vluchtelingen.

Foto Martijn van de Griendt

Honderden bewoners van Amstelveen en Amsterdam-Zuid verdrongen zich gisteravond in de hal van het gemeentehuis van Amstelveen. Het stadsbestuur had het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aangeboden een voormalig kantoorpand op de grens met Amsterdam in te richten als tijdelijke opvang voor vluchtelingen; voor hooguit drie jaar. De zaak is nog niet beklonken – het COA moet nog met de eigenaar en de gemeente tot overeenstemming komen – maar burgemeester Mirjam van ’t Veld wilde de bewoners alvast inlichten.

Niet dat bezwaren van de bewoners nog kunnen leiden tot verplaatsing naar een andere buurt – „alleen deze locatie is in beeld” – maar alle wethouders en raadsleden waren aanwezig om de zorgen van de bewoners aan te horen. En dat deden ze, in kluitjes van telkens een paar mensen, waarbij twee Amstelveense aspecten de boventoon voerden. Er wonen in deze buurt meer Joden dan in Purmerend, Woerden of Oranje. En het bleef allemaal beschaafd en redelijk.

Het Centraal Joods Overleg (CJO), een koepelorganisatie van joodse organisaties, had ’s middags een persbericht doen uitgaan om de zorgen uit te spreken over de voorgenomen opvang van Syrische en Iraakse vluchtelingen in Amstelveen. Volgens het CJO is de locatie „ongelukkig gekozen”. Het is „de enige plek in Nederland met een duidelijk zichtbare en herkenbare Joodse gemeenschap met meerdere synagogen, joodse scholen, koosjere restaurants, koosjere winkels en een joodse begraafplaats”.

Voorzitter Ron van der Wieken van het CJO zei ’s middags al dat het „vragen om problemen is om vluchtelingen uit een land waar ze vanaf de geboorte worden gehersenspoeld met een afkeer van Joden, in een wijk te huisvesten tussen de synagogen en waar kinderen met keppeltjes over straat gaan”.

Burgemeester Van ’t Veld stond gisteravond midden in de menigte. Hier greep ze de hand van een vrouw die tot tranen toe nerveus werd bij de gedachte aan alle moslimvluchtelingen. Daar vatte ze de arm van een jongeman die bleef hameren: „Het enige dat deze mensen bindt, is hun haat tegen Israël. En er hoeft maar één gestoorde gek tussen te zitten…”

Eerder op de dag had de burgemeester overleg gevoerd met enkele joodse organisaties, maar dat gesprek leverde volgens CJO-voorzitter Van der Wieken weinig op. De opmerking van de burgemeester dat „wij met elkaar een verantwoordelijkheid hebben om mensen in nood te helpen en niet in de kou te laten staan” onderschrijft Van der Wieken. „Wij als Joodse gemeenschap zijn sterk geporteerd voor het opvangen van mensen die moeten vluchten om het vege lijf te redden. Maar dat wil niet zeggen dat je naïef moet zijn.”

Burgemeester Van ’t Veld nam gretig het aanbod van Van der Wieken aan, die naar de vluchtelingen toe wil om te vertellen hoe de Joodse gemeenschap hier woont. Van ’t Veld: „Ik leg die mensen uit Syrië en Irak graag uit: dit is de setting waar je in terechtkomt.”

Het lege pand wordt gebruikt door een handvol ondernemers en kunstenaars. Een van hen, Robin Belles, stelde de burgemeester gisteravond voor het pand te gebruiken als broedplaats en de vluchtelingen te helpen ondernemen. Zij drukte aanwezige vertegenwoordigers van het COA op het hart dit in overweging te nemen.