Nonchalance over IS breekt Turkije nu op

Nu jihadisten naar Turkije vluchten en aanslagen plegen, groeit de angst. Wordt Turkije net als Syrië?

Linkse actievoerders zetten een barricade in brand als protest tegen de bomaanslag twee dagen eerder in Ankara. Foto Cagdas Erdogan/AP

In een onopvallend theehuis, vijf minuten van het centrum van de grote stad Adiyaman in het zuiden van Turkije, zeiden Turkse jihadisten hun gebeden. En luisterden ze naar de instructies van Mustafa Dokumaci, een ronselaar voor IS.

Aanvankelijk richtten ze zich op de strijd in buurland Syrië, niet ver van Adiyaman. Inmiddels hebben de teruggekeerde Turkse Syriëgangers uit het theehuis ‘Islam’ doelen in eigen land. Een van hen, Orhan Gönder, blies zich begin juni op in Diyarbakir, bij een verkiezingsbijeenkomst van de pro-Koerdische partij HDP.

Moorddadige theehuisbezoekers

Zes weken later pleegde een tweede theehuisbezoeker en Syrië-ganger, Abdurrahman Alagöz, een zelfmoordaanslag waarbij 33 doden vielen. Dat was in Suruc, op de grens met de Syrisch-Koerdische stad Kobani. Er zijn aanwijzingen dat zijn broer een van de twee zelfmoordenaars was die zaterdag in de hoofdstad Ankara een bloedbad aanrichtten.

Veel Turken zien in de aanslagen de bevestiging van een diepe angst: dat het niet lukt de oorlog in Syrië buiten de deur te houden. Daarvan geven ze hun eigen regering de schuld. Doordat die sinds het begin van de oorlog de oppositie tegen Assad, soms inclusief jihadisten, actief heeft gesteund, konden die zich lange tijd ongestoord in Turkije organiseren.

„Er is angst en achterdocht omdat mensen denken dat de regering met haar opstelling in de oorlog in Syrië zelf de basis voor deze aanslagen heeft gelegd”, zegt onderzoeksjournalist Ismail Saymaz, in Turkije bekend van zijn commentaren op het werk van de inlichtingendiensten. Die falen als het om groepen radicale fundamentalisten gaat, concludeert hij. „De regering heeft zich er vanaf het begin van de oorlog op gericht het regime van Assad ten val te brengen. Daardoor hadden ze sympathie voor wie daartegen vocht en daar sneuvelde. Dat was eerst nog niet IS, maar bijvoorbeeld het Vrije Syrische Leger en Jabhat al-Nusra. De onverantwoordelijke verwaarlozing van die dreiging stamt uit die tijd.”

Om de Syrische oppositie en slachtoffers van de oorlog te helpen, heeft Turkije lang bewust een poreuze grens met Syrië gehad. Meer dan twee miljoen vluchtelingen hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt door in Turkije veiligheid te zoeken. Hetzelfde gold lang voor jihadisten. Wie zich bij IS wilde voegen, reisde het gemakkelijkst via Turkije.

Grensbewaking flink opgevoerd

Aanvankelijk was de Turkse regering terughoudend binnen de internationale coalitie tegen IS, omdat die niet Assad als voornaamste doelwit had. Die terughoudendheid heeft ze laten varen. De grensbewaking is sinds begin dit jaar fiks opgevoerd en in samenwerking met andere landen zijn bijna twintigduizend potentiële jihadisten op een lijst gezet van mensen die Turkije niet in mogen. Sinds juli doet Turkije actief mee binnen de coalitie tegen IS en mag het Amerikaanse leger de grote luchtmachtbasis Incirlik gebruiken voor aanvallen.

Daarmee is de interne dreiging echter allerminst verminderd en mogelijk zelfs vergroot. IS heeft meerdere keren gedreigd Istanbul in te nemen. In een videoboodschap van 18 augustus, ingesproken door een Turkse IS’er, worden Turken opgeroepen zich „te verzetten tegen de atheïsten, kruisvaarders en degenen die je hebben bedrogen en je tot een slaaf van de kruisvaarders hebben gemaakt”.

De videoboodschap is opgevat als een reactie op de actieve deelname van Turkije aan de bombardementen op IS.

IS geldt inmiddels overduidelijk als vijand van Turkije. Maar Turkije blijft zich mengen in het conflict in Syrië. Volgens de laatste berichten steunt de regering in Ankara nu Ahrar al-Sham, een gewapende groep die twee jaar geleden nog als extreem-islamitisch gold, maar zich steeds meer als gematigde oppositie poogt te presenteren.

Begin oktober namen vertegenwoordigers van Ahrar al-Sham deel aan een geheim overleg van de Syrische oppositiegroepen in Istanbul om tot een gezamenlijke strategie in reactie op de Russische militaire inmenging te komen.

Op de vlucht voor bommen

De onrust in Turkije over jihadisten binnen de grenzen wordt de afgelopen weken gevoed door aanhoudende berichten over groepen strijders die vanuit Syrië het land binnenkomen op de vlucht voor de Russische bommen.

De minister van Justitie zei maandag dat „van de aanslagen in Ankara is geleerd” en dat aanvullende veiligheidsmaatregelen worden genomen. Premier Ahmet Davutoglu probeerde in een interview met het commerciële Turkse televisiestation NTV onrust weg te nemen door te stellen dat wel degelijk effectief wordt opgetreden tegen slapende IS-cellen in het land. „Deze aanvallen in Ankara”, belooft de premier, „zullen Turkije niet in een Syrië veranderen”.