Nobelprijs economie voor de anti-Piketty

Er is nog veel armoede, maar de wereld wordt gelijker, is de boodschap van econoom Angus Deaton.

Angus Deaton, gisteren op de Amerikaanse universiteit Princeton. Foto Mel Evans/AP

Geld maakt wél gelukkig. Althans, totdat je zo’n 58.000 euro verdient. Van elke euro die daarna op je bankrekening wordt gestort, word je echt niet gelukkiger. Waarschijnlijk omdat ‘twee keer modaal’ een mens toch al voldoende in staat stelt om alles te doen waar hij blij van wordt: tijd doorbrengen met mensen van wie je houdt, leuke dingen doen. En omdat iemand die meer verdient waarschijnlijk ook steeds minder geniet van de kleine dingen.

Het was deze bevinding waarmee de invloedrijke ontwikkelingseconoom en Princeton-professor Angus Deaton in 2010 bekendheid verwierf bij het grote publiek. Hij publiceerde erover in het gezaghebbende Amerikaanse wetenschapsblad PNAS, samen met collega en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Wereldwijd kreeg dat onderzoek veel aandacht.

Gisteren kreeg ook Deaton de Nobelpijs voor de Economie uitgereikt. Het Zweedse Nobelcomité prees de 69-jarige Schot voor zijn belangrijke werk op het gebied van consumptie, armoede en welvaart. „Om economisch beleid te kunnen ontwikkelen dat welvaart stimuleert en armoede vermindert, moeten we eerst de individuele keuzes van de consument kennen. Angus Deaton heeft het begrip daarvan meer dan iemand vergroot”, aldus het Nobelcomité.

Grote Ontsnapping

Armoede, welvaart en de individuele consument zijn de rode draden in de carrière van Deaton. In 2013 publiceerde hij een veelgeprezen boek, The Great Escape, waarin hij onderzoekt hoe welvaart, welbevinden en ongelijkheid zich hebben ontwikkeld sinds de negentiende eeuw.

Een van zijn opvallendere conclusies: langzaam maar zeker wordt de wereld een steeds betere plek om op te leven, steeds welvarender, steeds gelijker. Al moet je dat wel in perspectief zien. Als hij het over een ontsnapping heeft, bedoelt hij uit de totale armoede en vroegtijdige sterfte zoals die er drie eeuwen terug waren. En nog steeds, zegt hij, zijn er enorme groepen mensen aan wie deze ontwikkeling volledig voorbij gaat.

Deaton kreeg op zijn boek kritiek van andere economen, die stellen dat de ongelijkheid juist extreem is toegenomen. De Franse econoom Thomas Piketty bracht dat punt bijvoorbeeld naar voren in zijn recente bestseller, Kapitaal in de 21ste eeuw.

Deaton zegt alleen anders te kijken. Hij beschouwt de wereld als geheel. En daarin is de ongelijkheid écht kleiner geworden. Het welvaartsverschil tussen Aziatische landen en het Westen is bijvoorbeeld kleiner geworden, omdat de Aziaten rijker worden.

Vluchtelingen

Deaton zei in reactie op de prijs tegen journalisten dat er nog steeds heel veel moet gebeuren om de armoede te laten verdwijnen. Hij verwees naar de vluchtelingencrisis. „Wat we nu zien is het resultaat van honderden jaren ongelijke ontwikkeling in de rijke wereld, waarbij een groot deel van de wereld achterop is geraakt.”

In zijn ogen denken rijke landen al te lang dat met ontwikkelingshulp alles beter wordt. Het werkt volgens hem juist averechts. Er komen miljarden terecht bij corrupte leiders die er niets van investeren in zorg of onderwijs. Ze versterken hun machtspositie er juist mee. Maar het Westen laat dat gebeuren omdat ze haar eigen schuldgevoel zo zou kunnen afkopen.