Kan Nederland straks zonder routiniers?

Als Nederland het EK mist zal de roep om vernieuwing aanzwellen. Het talent om de succesgeneratie te vervangen is schaars.

Zijn er genoeg goede spelers om afscheid te nemen van de generatie-Van Persie? Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Bij aankomst op de luchthaven van Rotterdam had Robin van Persie zondag een bijzondere foto in zijn tas. Een afbeelding van zijn vrouw en kinderen, die hem in Kazachstan was uitgereikt ter ere van zijn honderdste interland voor Oranje. Hij deed welgeteld negen minuten mee in Astana, maar was naderhand toch het middelpunt toen aanvoerder Wesley Sneijder voor hem ging speechen. Mooi, vond Van Persie. Zoals de spits van het Turkse Fenerbahce ook dankbaar was dat bondscoach Danny Blind hem zijn memorabele invalbeurt gunde.

Blind was dat op voorhand al van plan, zei hij gisteren. Hij wist van de naderende mijlpaal en hield daar rekening mee in zijn wisselbeleid. Bij een uitblijvende voorsprong tegen Kazachstan zou hij Van Persie sowieso als extra spits brengen voor meer pressie. Maar nu zijn ploeg veilig met 2-0 voor stond, wisselde hij een aanvaller voor een aanvaller.

Blind: „Ik vind het ook niet meer dan logisch dat als de stand er naar is en je het gevoel hebt dat de wedstrijd over is, dat je hem zijn honderdste interland gunt. Alleen moest ik dat tijdstip heel lang uitstellen, omdat ik mijn derde wissel niet kon verspelen.”

Hij had al twee reserves ingebracht en wilde zijn laatste zo lang mogelijk bewaren voor het geval er nog een speler geblesseerd zou raken.

In de perszaal van de Arena klonk het als een nobele daad van de bondscoach. Een gunst uit eerbied voor de topscorer aller tijden van Oranje. De man van die sensationele zweefduik tegen Spanje op het WK en van de 49 doelpunten in ruim twee keer zoveel interlands. Ja, zo’n speler verdient zijn mijlpaal. Desnoods in minuut 86.

Maar schuilde er achter die vorm van eerbied niet nog een andere factor om Van Persie in te brengen? De factor noodzaak, in de zin van: nu of nooit, omdat de aanvaller mogelijk niet meer in aanmerking voor selectie komt als Oranje vanavond definitief naast een EK-ticket grijpt. Blind, over die suggestie: „Totale onzin.”

Reorganisatie

Toch is de gedachte te verdedigen. Mocht het Nederlands elftal vanavond zelf punten verspelen tegen Tsjechië, of in het geval dat concurrent Turkije op hetzelfde moment geen misstap begaat tegen IJsland, dan is de kans groot dat de selectie na de uitschakeling wordt gereorganiseerd. Zij die daarbij worden geslachtofferd, zijn vaak dezelfden als bij vergelijkbare operaties in andere bedrijfssectoren: de ouderen. Zoals routiniers Mark van Bommel en Maarten Stekelenburg na het rampzalige EK van 2012.

Ruim twee jaar later behoort Van Persie met zijn 32 jaar tot de oudste generatie spelers in Oranje. Net als Wesley Sneijder (31), Klaas-Jan Huntelaar (32) en Arjen Robben (31). Als zij Euro 2016 mislopen, dan is het eerstvolgende toernooi waarop ze eventueel in actie kunnen komen het WK van 2018, in de herfst van hun carrière. Terwijl het gros van hen al niet meer uitblinkt zoals voorheen. Zoals oud-international en EK-winnaar Hans van Breukelen al constateerde: „Op Arjen Robben na zijn onze internationale topspelers op hun retour.”

In 2001 was de situatie vergelijkbaar. Dat jaar slaagde een ervaren Nederlands elftal er niet in zich te kwalificeren voor het WK 2002 en vroegen journalisten zich in hun vernietigende verslagen af of enkele routiniers nog zouden terugkeren op een groot toernooi. Hoe groots de verdiensten van mannen als Phillip Cocu, Arthur Numan, Frank en Ronald de Boer en Pierre van Hooijdonk ook waren, met het bereiken van de halve finales op het WK 1998 en EK 2000; na de beslissende verliespartij in Ierland leek hun rol uitgespeeld.

Leek, want op Numan na bleven ze allemaal in beeld bij de bondscoach. Er was indertijd weinig doorstroming, waardoor de routiniers ook nog meededen op het EK van 2004. De wisseling van de wacht diende zich pas op datzelfde EK aan, in de vorm van een nieuwe generatie met spelers als Rafael van der Vaart, Arjen Robben en Wesley Sneijder.

Precies zo zou ook weleens de situatie bij het huidige Oranje kunnen worden. De roep om doorselecteren zal weerklinken als de ontluisterende kwalificatiereeks vanavond wordt afgesloten met nog meer drama, maar het aantal vervangers van de routiniers is dun gezaaid. „In de categorie eronder hebben we in Nederland niet al te veel spelers”, erkende Danny Blind gisteren.

Tussengeneratie

Het is de zogenoemde tussengeneratie, van spelers die de status van talent zijn gepasseerd. De bondscoach noemt daarbij Georginio Wijnaldum (24), zijn eigen zoon Daley (25) en de geblesseerde Kevin Strootman (25) als voorbeelden. „Het is bekend dat spelers tussen hun 24e en 30e hun beste jaren beleven, ook fysiek. Je gebied wordt dan groter. Jonge spelers focussen zich meer op hun eigen prestatie. Maar naarmate je ouder wordt, wordt je gebied groter, ga je meer zien en ga je andere spelers helpen. Zo word je uiteindelijk bepalend. Wij hebben daar te weinig spelers van.”

Dat biedt hoop voor de routiniers. Aanvoerder Sneijder laat zich in elk geval niet zomaar passeren. „Ik ga door tot ik erbij neerval”, zei hij vorige week. Het klonk stellig.