IJzeren logica

Het onderbeen van mijn 85-jarige moeder was zwart, ze moest geopereerd worden. Eerst zagen we daar tegenop, later keken we er naar uit. Alles was wel zo’n beetje besproken, we hadden ons kind, haar kleinkind, zoveel mogelijk in de armen gedrukt en er waren duidelijke afspraken gemaakt.

Het idee was dat de vriendin en ik met het kind een tijdje in haar huis zouden logeren zodat we in de buurt zouden zijn. Nu het dan eindelijk zover was, zorgde dat geruststellende idee ineens voor veel onrust. Of ik een dag voor de operatie al naar Velp wilde reizen? Er was nog veel te bespreken, belangrijke zaken.

Er hing een vreemde energie om haar heen. Een koortsachtige opwinding die me aan vroeger deed denken, toen ze de avonden voordat we met de Mazda 323 naar Zwitserland reden op het laatste moment ook nog van alles in koffers propte. Blikken met knakworst voor het geval we ergens in Duitsland zouden stranden.

Ze zei de hele tijd hoe of ze dacht dat ze er 24 uur later aan toe zou zijn. Ze had zich verloren in het schrijven van instructies, de velletjes lagen naast elkaar op tafel. Televisiekijken, daarvoor waren drie afstandsbedieningen nodig, de kleine zwarte was voor het geluid.

Er was een nog door mijn vader getypt vel papier waarop stond waar welke zender te vinden was. ‘Nederland 2’ zat op 44. “Zullen we die dan maar meteen goed instellen?”, vroeg ik. “Nee, dan schop je alles door de war.”

Ze had liever niet dat we de achterdeur gebruikten, dat deed ze zelf ook niet, omdat ze daarvan maar één sleutel had. “Als die kwijtraakt kan ik de achterdeur niet meer gebruiken.”

Verder lag het plastic pasje dat je in de gemeente Rheden moet laten zien als ze het grofvuil komen halen, in ‘een geheime la’ onder de keukentafel, bij de reservesleutels van de Renault Clio. De autopapieren daarvan lagen dan weer in de tweede lade van het bureau van mijn vader, waarvan het sleuteltje in haar nachtkastje lag.”In het eierdopje.”

De ‘waarom-vraag’ kwam regelmatig op, maar als ik die stelde werd me op een toon die geen tegenspraak duldde de mond gesnoerd.
“Waarom kijk jij naar Buitenhof zonder het geluid aan?”, had ik haar bijvoorbeeld gevraagd terwijl ze naar Rob Trip op de televisie keek.
“Omdat dat prettiger is.”

IJzeren logica, op alles kwam een passend antwoord. Ons laatste gesprek ging over bankafschriften die in een rieten mand moesten worden gestopt, daarna werd ze opgehaald. We zwaaiden.