Het had een makkelijke tranentrekker kunnen zijn, maar is meer dan dat

De Tweeling was een besteller in 1993, Ventoux twintig jaar later. Beide romans werden verfilmd, en bleken ook in de bioscoop een succes. Nu zijn beide verhalen in

het theater te zien. Wat kunnen we daarvan verwachten?

Zelden was een musical serener dan deze muziektheaterbewerking van de eerder ook al verfilmde roman De Tweeling van Tessa de Loo. Ze hadden er makkelijk een tranentrekker van kunnen maken, van het ietwat schematische verhaal over de tweelingzussen van wie er één tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeit in Nederland (met een joodse man) en één in Duitsland (met een SS’er). Maar de versie die afgelopen weekend in première ging, trapt niet in die val. Dit is een kamermusical – ingetogen tot het uiterste en vrij van bombast.

Het script van Frank Ketelaar en Kees Prins is toegespitst op de morele keuzes die de zussen moeten maken en maakt daar geen zwart-wittegenstelling van. Zelfs de scènes over de arische euforie in Hitlers begintijd ogen overtuigend. Ketelaar en Prins blinken uit in een filmisch gemonteerde vertelling, waarin met vaste hand wordt geschakeld tussen locaties en tijdstippen – vóór, tijdens en na de oorlog.

Daarbij schreven Ilse DeLange en JB Meijers elegante liedjes, die niet op stormkracht worden gezongen en juist daardoor heel effectief onderdeel van de dialogen konden worden. De muziek is veelzijdig gearrangeerd door orkestleider Jeroen Sleyfer, Elk nummer heeft een andere klank gekregen, soms orkestraal, maar soms ook begeleid door niet meer dan één gitaar. Wel zijn de zangteksten, waaraan ook Daniël Lohues bijdroeg, ietwat beperkt van strekking en rommelig van rijm. Daardoor schiet de vertelkracht van de liedjes soms te kort.

In de scenografie is De Tweeling echter een wonder van theatervernuft en -finesse. Prachtige projecties, strak gestileerde choreografieën en decorstukken die met zo veel gemak verschuiven dat het schuiven onopgemerkt voorbijgaat, zonder ook maar één moment de aandacht te trekken. De voorstelling telt talloze taferelen, maar staat geen moment stil. Dat geeft de stiltes die regisseur Ruut Weissman af en toe in de speelscènes laat vallen, des te meer lading.

In hun hoofddrollen als de beide zussen zijn Hanna van Vliet en Rosa da Silva overtuigend, sensitief en subtiel. Hetzelfde geldt voor William Spaaij en Niels Gooijer als de liefdes van hun leven. En ook in het ensemble zijn de rollen stuk voor stuk uitzonderlijk goed bezet. Dit is een eenheid – in een origineel Nederlandse musical op opmerkelijk hoog niveau.