Droom of daad

Bij binnenkomst in de Morgan Library in New York, moet ik kiezen tussen droom of daad. Links van het gangpad zie ik schattige meisjes, de glimlach van een kat, en een koningin die croquet speelt met flamingo’s. Rechts zie ik oorlog, stierenvechten en de jacht op buffels, reuzenvissen en eeuwige roem.

De tentoonstelling Alice: 150 Years of Wonderland portretteert de fantasie van een dromerige jonge Engelsman tijdens een boottocht met drie kleine meisjes op een gouden zomermiddag. De wiskundige Lewis Carroll liet al roeiend eerst maar de kleine Alice in een konijnenhol vallen. Al vertellend kwam daar de Maartse Haas bij, en de Hartenkoningin, de Slaapmuis en een gek theepartijtje.

In Ernest Hemingway: Between Two Wars staat de macho Amerikaan centraal, die op een andere zomerdag, vijftig jaar later, zwaar verwond werd door een granaat aan het Italiaanse front in de Eerste Wereldoorlog. De 227 scherven die uit zijn lichaam werden gehaald, waren genoeg inspiratie voor een heel leven. Hij won de Pulitzer en de Nobelprijs, voor hij met een dubbelloopsgeweer een eind aan zijn leven maakte.

De twee schrijvers en hun werk kunnen niet meer van elkaar verschillen, maar er is geen betere plek om elkaar te ontmoeten dan de Morgan Library. Het is een monument voor het boek, gebouwd rondom de oude privébibliotheek van de legendarische financier J.P. Morgan, een met goudleer en roodfluweel gedecoreerd stadskasteel inclusief een geheime verdieping voor de waardevolste manuscripten.

Nu sta ik voor de handgeschreven tekst van Alice – het origineel! – met de prenten die Carroll er zelf in tekende. De illustraties en hun posities waren even belangrijk als de tekst: Alice met een zo lange nek dat ze nauwelijks op de pagina past; het verhaal van de muizenstaart, in de vorm van een staart. De fantasie tijdens het boottochtje was trouwens niet geheel spontaan. Naast Alice ligt het geïllustreerde gedicht A Tale of a Tail, over een hond met een eindeloos lange staart, dat Carroll al op dertienjarige leeftijd schreef en illustreerde.

Ook de stoere Hemingway wist al vanaf jonge leeftijd dat hij schrijver wilde worden. En avonturier. Op een foto staat een nog geen vierjarige Ernest met een jachtgeweer op een vissersboot. Hij wist ook dat je als schrijver maar beter iets meegemaakt kon hebben. Op zoek naar ruw materiaal meldde hij zich als verpleger aan het front.

Nu sta ik voor de eerste handgeschreven pagina van A Farewell to Arms, de weerspiegeling van deze ervaring. Vol doorhalingen en invoegingen. En vier van de 47 varianten van de laatste alinea. Verder vitrines vol briefjes, foto’s en kattenbelletjes van „Papa”. Zijn paspoort en zijn dog-tag. Liefdesbrieven aan zijn minnaressen. Geen zorgvuldig geschetste prenten, maar hanenpoten op ieder stuk papier waarop hij zijn hand wist te leggen. Een woedende brief is midden op zee in een zware storm geschreven. Ik zie Hemingway schuimbekken, terwijl hij zich maar net aan de reling kan vasthouden. Polemiek per flessenpost?

Ik sta in de gang tussen de twee tentoonstellingen. Links begint een mevrouw op luide toon voor te lezen uit Alice. „Ze had een paar keer in het boek gegluurd, dat haar zusje aan het lezen was, maar daar stonden geen plaatjes en gesprekken in ‘en wat is nu het nut van een boek’, dacht Alice, ‘zonder plaatjes en gesprekken?’”

Rechts kijkt Hemingway me doordringend aan. Een jonge man op krukken met een koortsachtige blik in zijn ogen.