De man die premier Thatcher politieke doodsteek toediende

Geoffrey Howe (1926-2015)

Britse oud-minister

Lang gold hij als een trouwe vazal van Margaret Thatcher tot hij haar 'Brutus' werd.

De toespraak duurde slechts achttien minuten, en ging over wat toen – net als nu – het Lagerhuis verdeelt: hoeveel soevereiniteit moeten en willen de Britten overdragen aan ‘Brussel’. Maar van een vazal als Geoffrey Howe, vrijdag op 88-jarige leeftijd overleden, had niemand zulk stevige en bittere kritiek verwacht op Margaret Thatcher. Het was de dolksteek die haar carrière beëindigde.

De kritiek was vooral vernietigend omdat Howe in de jaren zeventig en tachtig juist de spil van Thatchers regering was. Hij was de „grootmeester van het wandkleed dat thatcherisme heet”, schreef Charles Moore, biograaf van de premier, zaterdag. Als minister van Financiën legde de in Wales geboren zoon van advocaten de basis voor het vrijemarktdenken dat de regering-Thatcher zou kenmerken.

Toen Howe in 1979 aantrad, was het Verenigd Koninkrijk de zwakke man van Europa, met een inflatie van 10 procent. Vier jaar later groeide de economie, en was de inflatie meer dan gehalveerd tot 4 procent, dankzij onder meer stevige bezuinigingen op overheidsuitgaven en verhoging van de accijnzen op benzine. De menselijke kosten waren echter hoog: in dezelfde periode verdubbelde de werkloosheid tot drie miljoen.

In 1983 benoemde Thatcher Howe tot haar minister van Buitenlandse Zaken. Dat ging goed, zolang het buitenlands beleid maar over de Koude Oorlog ging, en niet over de Europese Economische Gemeenschap. Howe was aanzienlijk pro-Europeser dan de premier, en haar liefde voor haar rechterhand bekoelde. Bij de herschikking van haar regering in 1989 degradeerde ze hem tot vicepremier, wat niets meer was dan een ceremoniële post. En daarmee een vernedering.

Dat was Thatchers bedoeling. Ze geloofde dat Howe premier wilde worden. Die ambitie had hij zeker, maar het ontbrak hem aan charisma. Zijn bijnaam was ‘Mogadon Man’, naar het slaapmiddel. Zijn opponent, de twee weken geleden overleden Denis Healey, schaduwminister van Financiën, zei na een monotone verhandeling van Howe dat het voelde alsof hij was „mishandeld door een dood schaap”.

De druppel was voor Howe Thatchers ‘nee, nee, nee’ tegen een federaal Europa eind oktober 1990. Hij nam ontslag uit de regering. Met een voor zijn doen memorabele toespraak, die volgens biograaf Jonathan Aitken vol „sarcastische humor en persoonlijk venijn” zat. „Het Lagerhuis was gebiologeerd: hier werd geschiedenis geschreven.”

Howe noemde het „een ernstige fout” als de Britten zouden blijven denken aan „capitulatie” als het over Europa ging. „De tijd is aangebroken voor anderen hun eigen antwoord te overwegen op de tragische belangenverstrengeling – tussen Mrs Thatcher en Europa - waarmee ik wellicht te lang heb geworsteld.” Dat deden ze: negen dagen later was Thatcher premier af.

Hij ontkende later bewust met „de dolk van Brutus te hebben gezwaaid”, zoals collega’s het noemden. Howe sprak louter over een goed huwelijk dat was verzuurd.

Howe zou nog twee jaar Lagerhuislid blijven. Daarna werd hij benoemd in het Hogerhuis als Lord Howe of Aberavon. Hij stierf vrijdag aan een hartaanval.