De grote dromen van keizer Constantijn

Kopie van een kolossaal marmeren beeld van het hoofd van keizer Constantijn. Het origineel dateert uit 312-15, de kopie uit 2005. De hoogte van het beeld is 2,97 meter.

Met de woorden ‘De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets’, opent een van de bekendste psalmen. Ook zo’n 1.700 jaar geleden strekten deze woorden gelovigen al tot steun en inspiratie. De eerste christenen betrokken de oude zang graag op hun verlosser, Jezus van Nazareth. Die waakte immers als een herder over zijn kudde en rustte niet eer een afgedwaald schaap weer in de groep was opgenomen. In schilderingen en beeldhouwwerken uit die tijd is de ‘goede herder’ een populair motief. De expositie in De Nieuwe Kerk over het vroege christendom in de late oudheid, toont er verschillende voorbeelden van: steeds een jonge, baardloze man met een schaap op zijn schouders.

Maar het motief van de schaapdrager kwam al veel eerder voor in de Romeinse kunst. Beelden van die figuur konden bijvoorbeeld ook fungeren als een soort antieke tuinkabouter in Romeinse gaarden. De expositie toont een bijna één meter hoog, uit marmer gehouwen exemplaar. Niets is bekend over de oorspronkelijke plaats van het vierde-eeuwse beeld; of er een christelijke betekenis aan kan worden verbonden blijft dan ook ongewis.

Het beeld is exemplarisch voor de tentoonstelling. Die beoogt duidelijk te maken hoe Rome en het wereldrijk waarvan zij de hoofdstad was, in de loop van de vierde eeuw overging van de heerschappij van heidense keizers naar christelijke pausen. Onvermijdelijk centraal in die ontwikkeling staat keizer Constantijn, die zichzelf bekeerde tot het geloof van de christenen en godsdienstvrijheid in het Romeinse Rijk bracht. Bij binnenkomst valt dan ook een moderne kopie naar de drie meter hoge marmeren portretkop van de keizer in het oog. In de vijftiende eeuw werd die teruggevonden en sinds 1659 staat hij op het Capitool in Rome. Boven het hoofd geeft een spectaculaire lichtprojectie een idee van het kolossale beeld van de zittende keizer waar het ooit deel van uit heeft gemaakt.

De tijd van Constantijn was rijp voor religieuze veranderingen: de traditionele Grieks-Romeinse godencultus versmolt met die van andere godsdiensten in het Middellandse-Zeegebied, zoals blijkt uit sarcofagen met afbeeldingen van Isis, Mithras en de zonnegod Sol. En dus ook met die van de joodse profeet Jezus, die als Christus (‘de gezalfde’) werd vereerd. Ook in stijl en vormentaal ontstonden met de komst van het christendom curieuze mengvormen, al besteedt de expositie aan dat aspect weinig aandacht. De idealiserende stijl van het oude Rome, zoals die onder meer blijkt uit een weergaloos marmerportret van een onbekende vrouw uit het einde van de vierde eeuw, bleef bestaan naast veel schematischer uitbeeldingen zoals een kleurig mozaïek met een wagenmenner (ca. 350) dat er zonder veel plichtplegingen pal naast is opgesteld.

Zo’n tachtig kunst- en gebruiksvoorwerpen, grotendeels in Nederland nooit eerder getoonde objecten uit de collecties van Romeinse en Vaticaanse musea, en veelal daterend uit die fascinerende nadagen van het Romeinse Rijk, illustreren de opkomst van de nieuwe godsdienst. Eerst letterlijk ondergronds, in de catacomben waar de vroegste christenen hun doden begroeven. Daar zijn eenvoudige tekens als kruisen, vissen en het Christusmonogram XP gevonden. Voorstellingen op epitafen, wandschilderingen en goudglazen vertelden in een soort steno Bijbelverhalen met verlossingsmetaforen, zoals die van Jona in de walvis of Daniël in de leeuwenkuil. Later trad het christendom ook triomferend naar voren als officiële staatsgodsdienst die zich uitte in munten en rijkversierde sarcofagen, representatieve sculptuur en grote kerkgebouwen. Maar toen had keizer Constantijn zijn residentie al lang verplaatst naar het naar hem genoemde Constantinopel, het huidige Istanbul.