Bonaire, Sint Eustatius en Saba als gemeenten slechter af

De voormalige Antilliaanse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn er, sinds zij vijf jaar geleden een andere positie in het koninkrijk kregen, alleen maar op achteruitgegaan. Dit staat in een kritisch evaluatierapport over de ‘BES-eilanden’ dat gisteren is gepresenteerd.

Sinds vijf jaar zijn de Nederlandse Antillen geen land meer. De hooggespannen verwachtingen die in 2010 werden gewekt toen de BES-eilanden (samen 24.000 inwoners) losser van met name Curaçao kwamen te staan en een status kregen als bijzondere gemeente, is niet waargemaakt.

„De verwachting in 2010 was dat de bevolking het economisch beter zou krijgen door de directe banden met Nederland met een beter functionerende overheid”, zo staat in het rapport dat is opgesteld door een commissie onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies. „De realiteit is echter eerder dat een deel van de bevolking het na 2010 economisch slechter heeft gekregen.” In de commissie zaten vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid en de drie eilanden.

Vooral op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg zijn positieve resultaten geboekt. Maar voor het overige overheerst teleurstelling. Zo is de levensstandaard voor veel mensen, ook degenen die betaald werk hebben, verslechterd.

De frustratie van de drie eilanden voor 2010 was dat zij altijd werden gedomineerd door de drie ‘grote’ Antilliaanse eilanden Curaçao, Aruba en Sint Maarten en zelf nauwelijks iets hadden in te brengen. Dat gevoel bestaat onder de nieuwe staatkundige verhoudingen nog steeds. Volgens de commissie zijn de eilanden er zelfs op achteruit gegaan in vergelijking met de situatie vóór 2010. De eilanden hebben zelf nog minder invloed dan destijds.