Bloed op de muur, maar geen getuige

Wie: Nicolai

Kwestie: Zware mishandeling

Waar: Den Haag

De strafzaak tegen Nicolai gaat dus niet zoals de bedoeling was. De tolk Bulgaars staat in de file. De twee getuigen van het Openbaar Ministerie (OM), onder wie het slachtoffer, zijn niet verschenen. Terwijl de hele zaak op hun verklaringen rust.

Zij hebben in mei wel een verklaring afgelegd bij de politie, maar telefoontjes of schriftelijke oproepen om naar de zitting te komen, zoals de advocaat wil, negeren ze. En daarmee blijft de zaak in de lucht hangen. De verdachte zit zich al vier maanden te verbijten in het huis van bewaring.

Nicolai is een Bulgaar van midden dertig die zo’n 15 jaar in Nederland is en een vaste baan heeft bij een schoonmaakbedrijf. Het dossier over de zaak is voor „ten minste de helft” volkomen verzonnen, zegt hij. Als de tolk arriveert, gaat Nicolai over op Bulgaars. Maar als de rechtbank iets verkeerd verstaat of begrijpt, corrigeert Nicolai.

Gebroken neus

De hele ochtend is uitgetrokken om vast te stellen of Nicolai inderdaad eind mei zijn vriendin met een fles in het gezicht heeft geslagen. Daardoor brak haar neus en liep ze verwondingen aan haar lippen op. De bloedspatten zaten op de muur, zegt de officier.

De afwezigheid van de belastende getuigen helpt niet. Als de politie de vriendin opbelt, verbreekt ze consequent de verbinding. En het is onduidelijk of de politie wel bij de andere getuige heeft aangebeld. Het politiebezoekje bleef schijnbaar beperkt tot de constatering dat er geen bordje met zijn naam op de deur hing.

Volgens de advocaat grepen de getuigen vooral een kans om zijn cliënt te belasteren. Er zitten ook tegenstrijdigheden in hun verklaring. Zij „spelen verstoppertje”; ze gedragen zich vreemd tegen de politie.

De advocaat eist een „bevel medebrenging” en wil dat de officier de getuigen laat signaleren bij de politie; ze moeten worden opgepakt en ingesloten. Dat vindt de officier dus „lastig”. Maar ze belooft dat als de rechtbank de zaak uitstelt, zij de politie zal opdragen bij de getuigen ook echt aan te bellen.

Daar zijn de getuigen

De rechtbank informeert vervolgens bij Nicolai of hij misschien de getuigen van het OM weet te bereiken. Maar Nicolai kan niet helpen. Zijn netwerk zit in zijn telefoon. En die is hem in het huis van bewaring afgepakt, legt hij vriendelijk uit.

Dan komt de bode binnen. De getuige van Nicolai is op komen dagen. De rechters kijken elkaar aan – zullen we er dan toch maar een (deels) inhoudelijke zitting van maken? Eén getuige is beter dan geen.

En dus hinkt even later een kleine, Hindoestaans ogende man in een trainingspak de rechtszaal binnen, die zal verklaren dat hij destijds met Nicolai in een café zat, elders in de stad.

De rechtbank eist vervolgens een karrevracht aan details, om te achterhalen of dit met Nicolai was afgesproken om hem vrij te pleiten. De getuige houdt echter redelijk stand en vertelt ook hoe Nicolai over zijn vriendin sprak. Als iemand die „gek” was geworden, door alcohol en drugs, en „echt hulp nodig heeft”.

Contactverbod

Nicolai wil vooral zelf uitleggen wat er is gebeurd, namelijk niets. En bovenal – hij wil vrij komen. „Ik zit al vier maanden voor niks.” Maar de officier wil niet dat het slachtoffer straks de verdachte kan tegenkomen. De zware mishandeling zou voldoende te bewijzen zijn. Hoewel ze die bloedspatten op de muur toch nog even op DNA wil laten testen. Op vrije voeten kan Nicolai bovendien getuigen beïnvloeden.

De rechtbank is niet onder de indruk. Zijn hechtenis wordt geschorst.

Nicolai krijgt een meldplicht, een verschijningsplicht, reclasseringstoezicht en een contactverbod met de getuigen.

En het OM moet er nu toch écht eens werk van maken om die getuigen te vinden.