Waarom stinken niet alle winden?

Je hebt er nooit eerder bij stilgestaan. Maar ineens is daar het moment waarop je jezelf plotseling afvraagt:

Het begon ’s ochtends, na een voedzaam avondmaal van wraps met groente en bruine bonen. Nog voor de middag waren er vijftien winden geturfd. We besparen u de details.

Winden verschillen zo sterk in karakter dat er op internet een lijst met ‘fart types’ circuleert. In 2004 hield een wetenschapsprogramma van de Australische zender ABC een enquête over de scheten van de jonge kijkers. De bedoeling: turf een dag lang al je winden. Bijna duizend mensen deden mee. Na de ‘gewone wind’ (25 procent) bleek de ‘stille, dodelijke wind’ (23 procent) het meest gelaten. Ze eindigden voor de ‘stille maar vriendelijke’ wind, het machinegeweer, de donderklap en both last and least de natte scheet.

Er is weinig beter onderzoek voorhanden.

Mensen laten ruwweg 5 tot 50 winden per dag. Sommige artsen zeggen dat tot 18 ‘normaal’ is maar de Australiërs kwamen gemiddeld al op 24 (bedwinden steeds niet meegeteld). Hoe dan ook: die ontstaan in de dikke darm. Tegen de tijd dat eten daar belandt, is veel verteringswerk al gedaan. Zetmeel, suikers, eiwitten, vetten zijn in de dunne darm al afgebroken en opgenomen. In de dikke darm breken de darmbacteriën de voedingsvezels af, en dan begint de gasvorming.

De bacteriën aan het begin van de dikke darm produceren de bulk van elke wind. Ze breken voedingsvezels af tot CO2 en waterstofgas (H2). Van dat laatste is er het meest, en het is brandbaar. Houd er eens een lucifer bij, maar kijk uit. Op YouTube zijn filmpjes te vinden van steekvlammen in de anale regio. Verder bevat een wind veel stikstof uit het bloed. Bij een deel van de mensen bevat het ook nog methaan (aardgas). Dat hangt af van het type darmflora.

Van al dat darmgas (liters per dag) wordt het meeste weer opgenomen in het bloed, of omgezet door andere darmbacteriën. Slechts 23 procent van het darmgas wordt scheet. Toch levert dat nog 0,5 tot 1,5 liter wind per dag op. Dat was al eerder netjes uitgezocht door vrijwilligers die een etmaal lang rondliepen en sliepen met een tuit in hun anus, met een zak eraan.

Al die windgassen zijn reukloos, maar het venijn zit aan het eind van de dikke darm. Daar worden nog wat laatste voedingsvezels verteerd, maar vooral veel eiwitten die bij de vertering zijn vrijgekomen. Enzymen, dode cellen en darmbacteriën en slijm. Daarbij, denken fysiologen, ontstaan de zwavelhoudende stoffen die winden zo doen stinken. Het zijn vooral waterstofsulfide (rotte eierenlucht), methanethiol (ruikt naar rottende groente) en dimethylsulfide (kool, zoet). Elk maken ze slechts 0,0004 à 0,0005 procent van een scheet uit – maar het zijn stoffen die we heel goed waarnemen.

Zo maakt de dikke darm eindeloze scheetvariaties mogelijk. Het duidelijkst is: hoe vezelrijker de voeding, des te meer gas. Peulvruchten, kool, uien, volkoren graan, maar ook banaan passen in een flatulogeen dieet. Of dat gas vervolgens verdwijnt of een donderklap wordt, hangt ongetwijfeld ook af van de gasopname in de darm, darmbewegingen, de controle over de sluitspier, enzovoort.

Er is geen diepteonderzoek naar gedaan. Maar de stankvariatie is het minst begrepen. Komt het door het eten van vandaag, of dat van gisteren? Zijn kleine winden venijniger dan grote? De wetenschappelijke literatuur zwijgt erover. Hier kan een scholier met een profielwerkstuk nog pionierswerk verrichten.