Schuifdak, open dak, pratend dak

Nederlandse toeleveranciers voor de auto-industrie zorgen voor 45.000 banen. Inalfa uit Venray wil mondiaal de grootste in zijn soort worden.

Het aantal personeelsleden van Inalfa groeit naar verwachting de komende vijf jaar naar ruim 7.000, tegenover 4.400 nu. Foto Merlin Daleman

Geen in Delftsblauw uitgevoerde tegelwijsheden aan de muren bij Inalfa Roof Systems in Venray. In plaats daarvan hangen aan het plafond borden met aansporingen voor de medewerkers. „Produceer op vraag van de klant.” „Streef naar perfectie.” Dat soort teksten. Op displays staan de actuele productiecijfers en het streven voor deze week.

Andere borden laten zien waar en voor wie daksystemen worden gemaakt. Veel verkochte merken als Ford, Renault, Volkswagen en Volvo worden afgewisseld door representanten uit de top van de markt, zoals Jaguar en Rolls-Royce. Merken opschrijven mag, maar met één aantekening: of de verslaggever niet de autotypes wil noteren.

Vroeg betrokken bij nieuwe types

Inalfa, sinds 2011 in Chinese handen, heeft zo zijn geheimen. Het bedrijf produceert niet voor de grote merken, maar mét die merken. „Dat betekent dat we soms al vroeg in het ontwikkelingsproces van nieuwe types worden betrokken”, legt Jan Tulkens, directeur van Inalfa Roof Systems Europa, uit.

Het bedrijf wordt ook steeds meer betrokken bij de ontwikkeling van platforms die door meerdere merken worden gebruikt om uiteindelijk hun eigen auto te bouwen. „Wij zorgen dan dat daar voorzieningen in worden aangebracht voor daksystemen. Daarna kan dan altijd nog worden aangepast al naar gelang de wensen van de klant. Vergelijk met een Lego-systeem.”

Als het om de automotive-industrie in Nederland gaat, trekken de producenten aan het einde van de keten steevast de meeste aandacht: DAF en Nedcar verkeerden beide in zwaar weer, maar overleefden. De stille krachten van de bedrijfstak, de toeleveranciers, staan minder in de belangstelling. Terwijl daar in Nederland opgeteld ongeveer 45.000 mensen werkzaam zijn.

Inalfa is zo’n relatief onbekende speler. De hoofdvestiging zit in Venray, waar het bedrijf zestig jaar geleden neerstreek. Het pand van destijds met alle aan- en bijbouw van de afgelopen jaren, wordt binnenkort verlaten voor een gloednieuw complex aan de andere kant van het dorp.

De meeste daken worden inmiddels elders geproduceerd, in vestigingen in de Verenigde Staten, Mexico, Brazilië, Polen, Slowakije, China, Zuid-Korea en Japan. In de VS en China heeft Inalfa verschillende vestigingen. Tulkens: „Het betekent dat we ter plaatse met de daar gevestigde merken mee kunnen denken.”

In Venray zal de nadruk vooral op ontwikkeling liggen. „Qua techniek en innovatie lopen de grote Europese automerken nog steeds voorop. Daar zitten we hier dichtbij.”

De vraag naar daksystemen voor auto’s zal de komende jaren stijgen, luidt de analyse van de specialisten bij Inalfa. Tulkens: „In 2020 rijden er 20 procent meer auto’s dan nu. Vooral in Azië zit nog veel rek. De vraag naar comfort en luxe in die auto’s neemt ook toe. Een daksysteem draagt bij aan het wauw-effect. Het gaat inmiddels om meer dan alleen het open dak. Klanten willen ook van sfeer kunnen wisselen door te spelen met lichtinval. Ze willen daksystemen die communiceren met de rest van de auto.”

Tulkens zegt nog niet in te kunnen inschatten wat de consequenties zullen zijn van het dieselschandaal bij het Duitse Volkswagen, dat ook auto’s maakt onder merken als Audi, Porsche, Seat en Skoda. „Het gaat om dieseltechnologie. Daar hebben we als leverancier van schuifdaken niet direct mee te maken. Voor een beoordeling wat het gaat betekenen voor onze productie op wat langere termijn, is het te vroeg.”

Mikken op de toppositie

Inalfa wil harder groeien dan de vraag naar auto’s. Dit jaar rekent het bedrijf op een omzet van 850 miljoen euro. Volgend jaar moet dat 1 miljard zijn, in over vijf jaar 2 miljard.

Inalfa is nu de nummer twee van de wereld op het gebied van daksystemen en aast op de toppositie. „Op niet al te lange termijn willen we een marktaandeel van 35 procent hebben.” Tulkens verwacht lagere kosten door standaardisatie van productie en processen bij alle Inalfa-vestigingen die nu in volle gang is. Het aantal personeelsleden groeit naar verwachting de komende vijf jaar van 4.400 mensen nu naar ruim 7.000.

Die nieuwe werkgelegenheid wordt vooral elders in de wereld verwacht. In Venray, waar nu achthonderd mensen werken, waarvan driekwart in de productontwikkeling, komen er hooguit nog enkele banen bij.

Tulkens gelooft dat de hoge ambities waargemaakt kunnen worden, al vergt de snelle groei veel. Van hemzelf: „Ik heb soms het gevoel dat ik overal tegelijk moet zijn”. Maar vooral ook van het bedrijf: „Nog een jaar of zeven geleden namen we drie, vier daken per jaar in productie. Nu zijn dat er zo’n veertig per jaar. We waren een vrij platte organisatie met korte lijnen. Nu worden we snel groter en moeten we toch proberen die kracht zoveel mogelijk overeind te houden.”

Een deel van de medewerkers in Venray kijkt voor het bedrijf ook verder vooruit, zo’n tien tot vijftien jaar. „De Tesla’s en Google’s van deze wereld, bedrijven van buiten de auto-industrie, prikken nu al gaatjes in de wereld van de gevestigde merken. Dat is interessant. Tegelijkertijd lijkt de zelfrijdende auto nieuwe mogelijkheden te bieden. Wat betekent dat voor het uiterlijk van het voertuig? Nog meer mogelijkheden om naar buiten te kijken en om met verschillende soorten licht sfeer te creëren lijken voor de hand te liggen.”