Dodelijke aanslag verdeelt Turkije

Zeker 97 mensen kwamen om bij aanslag op vredesbetoging. De regering wijst op IS, maar velen geloven dit niet.

Mensen proberen een vrouw te helpen die gewond raakte bij de aanslag. Foto EPA

‘Mijd de metro”, waarschuwen mensen elkaar in sms’jes. „Blijf weg bij grote mensenmassa’s”. Het gevoel van onheil dat Turken de afgelopen maanden bekroop is zaterdag omgeslagen in regelrechte angst. Door twee zelfmoordaanslagen werd een vredesbetoging in de hoofdstad Ankara een bloedbad.

Het dodental bleef gisteren oplopen, volgens de regering tot 97. Nog steeds wordt gevochten voor het leven van een deel van de ruim 200 gewonden. De meeste slachtoffers waren van de achterban van de Democratische Volkspartij HDP, die voortkomt uit de Koerdische beweging en de betoging mede organiseerde. De partij sprak zondag overigens van 128 doden.

Klik of tab op de NRC-logo's voor meer informatie

De HDP is de laatste maanden steeds doelwit. Dit is de derde grote aanslag op een bijeenkomst van sympathisanten. De eerste was in juni. Na de tweede, 20 juli in Suruç, is de strijd tussen de Koerdische terreurbeweging PKK en het Turkse leger weer opgelaaid na een bestand van ruim twee jaar.

Dat valt samen met groeiende politieke instabiliteit. Doordat het niet lukte na de verkiezingen van 7 juni een regering te vormen worden de verkiezingen op 1 november over gedaan. De campagne wordt overschaduwd door begrafenissen als gevolg van de harde strijd in delen van Turkije waar Koerden in de meerderheid zijn.

De HDP, die op 7 juni voor het eerst de hoge kiesdrempel van tien procent haalde, ligt sindsdien zwaar onder vuur van kopstukken van de regerende AKP. De HDP wordt door hen voortdurend verdacht gemaakt en afgeschilderd als terroristenclub. Duizenden actieve partijleden zijn de laatste maanden opgepakt. Ultranationalisten hebben het gemunt op de partijkantoren.

Alle drie de aanslagen lijken volgens Turkse autoriteiten het werk van Islamitische Staat (IS), dat doelwitten in Turkije zou kiezen omdat het land sinds de zomer actief meedoet aan de internationale coalitie tegen IS. IS zou specifiek Koerden aanvallen, omdat de Koerdische PKK in Irak en Syrië met succes tegen de IS-jihadisten vecht. De vermoedelijke dader van de aanslag in Suruç was een teruggekeerde Turkse IS’er. Mogelijk blies zijn broer zichzelf zaterdag op. De aanslagen zijn nog niet opgeëist, maar op diverse plaatsen in Turkije zijn zondag 43 vermoedelijke IS’ers gearresteerd.

‘Staat zit onder het bloed’

Die uitleg is veel Koerden en Turken in Turkije te simpel. Ze houden de regering zelf direct verantwoordelijk. HDP-leider Selahattin Demirtas zei zaterdag dat de staat „onder het bloed zit”. De doorgaans goed geïnformeerde Turkse inlichtingendiensten hadden het bloedbad volgens hem kunnen voorkomen. Maar dat hebben ze, zegt hij, bewust niet gedaan, omdat chaos in het belang is van regeringspartij AKP in de aanloop naar de verkiezingen. De AKP zou hopen dat bange burgers voor een sterke AKP-regering stemmen om de stabiliteit te herstellen. Peilingen wijzen nog niet op zo’n effect.

Bij marsen voor de slachtoffers op zaterdagavond in Istanbul en zondag in Ankara gingen duizenden mensen de straat op en scandeerden dat de staat en president Erdogan moordenaars zijn van hun eigen burgers. De door de AKP gedomineerde interim-regering wijst dat in alle toonaarden van de hand. Premier Ahmet Davutoglu sprak op een persconferentie na de aanslag van het werk van „terroristen” die proberen de bevolking te verdelen.

De zware beschuldigingen zijn tekenend voor het diepe wantrouwen tussen de Koerdische beweging en de Turkse regering, dat door zowel binnenlandse als internationale gebeurtenissen wordt versterkt. Veel Koerden verdenken de Turkse regering ervan IS te helpen.

Het bloedbad in Ankara en de reacties daarop laten zien hoe Turkije steeds meer wordt meegezogen in de hevige strijd die al jaren in de buurlanden Irak en Syrië woedt. De strijd van de Koerden in Turkije voor erkenning als minderheid is daarmee vermengd geraakt, omdat Koerden ook in die naburige oorlogen meevechten.

Vrees voor IS-cellen

In tegenstelling tot vroegere Turkse regeringen die zich zoveel mogelijk buiten conflicten in het Midden-Oosten hielden, heeft de regering van de afgelopen jaren zich bovendien openlijk achter de Syrische oppositie geschaard en is zo partij geworden in het conflict. Dat beangstigt veel Turken die zich liever afzijdig zouden hebben gehouden. Ze hebben ook bedenkingen bij het gemak waarmee vluchtelingen zijn toegelaten. Ze vrezen dat zich onder de ruim twee miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije ook IS-cellen bevinden.

Turkije is een cruciale bondgenoot voor het Westen in het Midden-Oosten. Tot een paar jaar geleden leek Turkije bovendien een onvervalst succesverhaal, economisch en politiek. Die tijd is voorbij. De oorlogen in de buurlanden en de politieke instabiliteit verzwakken ook de economie. Door het oplaaien van de strijd met de PKK zijn delen van het land veranderd in onbegaanbare frontlinies. De vraag of nu überhaupt veilige en eerlijke verkiezingen kunnen worden gehouden klinkt daarom steeds luider. Maar de interim-regering wil die gewoon laten doorgaan.