Netwerken, zó doe je dat

foto iStock

En dan stap je die rumoerige kamer binnen. Links, rechts, overal staan belangrijk uitziende lui met een drankje in de hand, druk in gesprek. Een netwerkborrel. Je wilt ook meedoen, maar de moed zakt je in de schoenen. Wat te doen? Met deze tips kom je een heel eind.

Niemand vindt het leuk - Je staat er niet alleen voor. Want (bijna) niemand vindt netwerken leuk. Mensen houden er een vies gevoel aan over, bleek uit onderzoek van Harvard:

Via haar bureau DMM Communication verzorgt Daphne Medik netwerktrainingen:

“Negen van de tien mensen die daaraan meedoen, krijgen knikkende knieën van netwerken. Als je je realiseert dat het voor bijna iedereen eng is, maakt het voor jou een stuk makkelijker om op vreemden af te stappen.”

Lees de ruimte - Het gesloten groepje dat hard aan het lachen is, kun je beter voorbij lopen. Waarschijnlijk lachen ze om inside jokes en het is de vraag wat jij daaraan kan toevoegen.

Medik: “Speur de ruimte af naar mensen met een open houding.” Oftewel: mensen met een glimlach, die oogcontact maken en half gedraaid richting de kamer staan. Neem zelf ook zo’n houding aan, als je met mensen in gesprek wil raken.

In de file gestaan? Hou dat voor je - “De eerste paar zinnen die je uitspreekt, zijn heel bepalend”, zegt communicatie-expert Marjolein Kortleve van Life is a pitch.

“Ga vooral niet klagen over de file waar je net in stond of over het weer. Dat is funest voor je eerste indruk.”

Breng iets positiefs. Toon oprecht interesse. Bovendien, zegt Medik, kan het geen kwaad je kwetsbaar op te stellen. “Je kan een gesprek prima beginnen met: ‘Ik ken weinig mensen hier, mag ik erbij komen staan?’”

Bewust met bitterballen - Lekker, al die schalen met bitterballen. Maar houd wel één hand hapjes- of drankjesvrij om handjes te schudden. En ga al helemaal niet eten tijdens een gesprek. Converseren met iemand die een hete bitterbal in zijn mond heeft, is voor niemand leuk.

De koetjes en de kalfjes - Op netwerkborrels ga je het vooral hebben over koetjes en kalfjes. Als je daar moeite mee hebt, kun je je daarop voorbereiden, zegt Kortleve.

“Lees de krant van tevoren, verdiep je in onderwerpen waar iedereen over mee kan praten.”

“Wat doe jij eigenlijk?” - De onvermijdelijke vraag die je gaat krijgen. Volgens Medik gaan veel mensen de fout in door sec hun functie noemen. Bijvoorbeeld: “Ik ben bankier.”

“De ander gaat dan invullen wat jij doet en heeft er meteen een mening over. Zeg niet bankier, maar: ‘Ik help ondernemers bij het krijgen van een betere nachtrust.’ Dan heb je meteen de aandacht.”

Kom je beloftes na - Je hebt met iemand een leuk gesprek over oldtimers gehad, en belooft hem dat interessante artikel dat jij erover gelezen hebt eens op te sturen. Maak er dan een notitie van, zegt Medik.

“Mensen onthouden dat ze iets toegezegd hebben gekregen. Laat zien dat je doet wat je belooft. Dat schept vertrouwen.”

Tot slot: raak niet in paniek als je even niemand hebt om mee te praten. Maar ga dan niet in een hoekje staan, gebogen over de Facebookupdates op je telefoon. Richt je naar de ruimte. Er zijn er ongetwijfeld meer die zoekend zijn.