Nederland verandert, de premier blijft hetzelfde

Vijf jaar geleden werd Mark Rutte op 43-jarige leeftijd premier. Wat zijn de verdiensten van de zeer aimabele maar ook opvliegende liberale premier, die zijn privéleven zorgvuldig afschermt?

Foto's ANP

Voordat Marja van Bijsterveldt (CDA) begin oktober 2010 een gesprek met Mark Rutte had, kende ze hem nauwelijks. Zij had als staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet-Balkenende IV niet te maken gehad met de fractievoorzitter van de VVD. Toch was ze al voor de ontmoeting enthousiast over hem. Niet zozeer omdat zij minister van Onderwijs mocht worden, maar door de warme aanbeveling van haar secretaresse. Die had namelijk voor Rutte gewerkt toen hij van 2004 tot 2006 staatssecretaris op Onderwijs was. „Hij is zo trouw aan mensen. Nog altijd nodigt hij één keer per jaar al zijn oude secretaresses uit”, vertelt Van Bijsterveldt, met enige bewondering. 

Niet dat zij en hij elkaar nu nog veel zien, vrijwel nooit eigenlijk, zegt Van Bijsterveldt. Toch zijn collegialiteit, loyaliteit en trouw termen die ze direct met Rutte associeert. Ook Uri Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken in Rutte I, brengt die te berde als hem naar zijn partijleider wordt gevraagd. Volgens Rosenthal zijn er gradaties in hoe Rutte de mensen om zich heen beziet. Hij heeft zijn familie en echte vrienden buiten de politiek. „Een deel van zijn leven dat hij stevig afschermt en beschermt”, zegt Rosenthal. „Daarnaast is hij warm en persoonlijk in zijn zakelijke contacten. Soms bestaat de connectie puur en alleen om de politieke zaak zelf. En dan zijn er de relaties die functioneel én persoonlijk zijn. Die contacten houden stand als ze niet meer noodzakelijk zijn.”

Rosenthal was tien jaar geleden VVD-fractievoorzitter in de senaat één van Ruttes leermeesters en steunpilaren in de periode dat die streed voor het partijleiderschap van de VVD. Zij maakten samen ‘de tocht door de woestijn’ van de partij mee, die gekenmerkt werd door slechte verkiezingsuitslagen en interne perikelen met Rita Verdonk, Geert Wilders en Hirsi Ali. Daarna zaten ze samen in een kabinet dat zowel in binnen- en buitenland onder vuur lag door de gedoogconstructie met de PVV. Zijn de twee daardoor vrienden geworden? Rosenthal: „Ik beschouw hem als iemand met wie de band dieper gaat dan: wat kun je politiek voor elkaar betekenen. Maar een vriend? Laat ik het zo zeggen: hij kent mijn woonkamer. Ik die van hem niet.”

Woensdag is het vijf jaar geleden dat Mark Rutte, toen 43 jaar, op de trappen van Paleis Huis ten Bosch stond als premier. Sindsdien is er veel over hem geschreven. ‘De man zonder eigenschappen’ is hij genoemd. ‘Het slimste jongetje van de klas’. Altijd ontspannen en goedlachs. Pragmatisch en opportunistisch.

Inmiddels heeft Rutte geregeerd over rechts en over links en sloot hij behalve met de SP politieke akkoorden met elke significante partij. Hij staat bekend als zeer aimabel, maar ook opvliegend. En hij toont nog dezelfde onthechting waarmee hij vijf jaar geleden begon, alsof hij even gelukkig zou zijn als zijn politieke carrière morgen eindigde.

Uit gesprekken met zeven oud-bewindspersonen blijkt dat zij hem met groot respect beschouwen. Want standhouden in het huidige tijdsgewricht van mondiale en nationale crises en een electoraat op drift, is een prestatie op zich, zo oordeelt Gerd Leers (CDA), voormalig minister van Immigratie. Al is Leers ook kritisch. „Hij is een ster in laveren en crisismanagement. Dat past in de huidige tijd: politiek is een wegwerpartikel geworden en daarin houden pragmatische managers het beste stand.” Volgens Ivo Opstelten (VVD), tot een half jaar geleden minister van Justitie, is Rutte „gewoon de beste”.

Voordat Mark Rutte in 2004 de politiek inging om staatssecretaris te worden, eerst van Sociale Zaken en later van Onderwijs, was hij personeelschef bij Unilever. Hij groeide op in Den Haag, studeerde geschiedenis toen bleek dat zijn pianotalent net tekortschoot voor het conservatorium en was leider van VVD-jongerenclub JOVD.

Geen zondagskind

Voor hij premier werd, waren er slepende conflicten met Rita Verdonk en andere tegenstanders. Weekers maakte het tot zijn aftreden als staatssecretaris begin vorig jaar allemaal van dichtbij mee. „Hij wordt vaak gezien als zondagskind dat alles maar is aan komen waaien, maar hij heeft een enorme strijd in de eigen gelederen moeten voeren om te komen waar hij is.”

Binnen de VVD staat hij nu niet ter discussie, al is er wel kritiek dat hij bij onderhandelingen altijd te veel VVD-punten weggeeft, of het nu gaat over de arbeidsmarkt of illegalenopvang. „Hij geeft veel weg”, zegt Fred Teeven, oud-staatssecretaris van Justitie, „maar nooit de financieel-economische dingen. Daaruit kan je opmaken wat hij écht belangrijk vindt.”

CDA’ers vinden het moeilijker te duiden waar de premier zelf echt belang aan hecht. „Rutte is politiek bindmiddel, maar heeft zelf weinig smaak of inhoud. Hij is een katalysator”, zegt Hans Hillen, in het vorige kabinet minister van Defensie. Leers: „Hij verbindt zich zelf nooit aan een standpunt, maar houdt als pragmaticus altijd de ruimte om te bewegen.”

Dat hij het rommelige politieke proces als geen ander in goede banen kan leiden, moge duidelijk zijn. „Als er problemen zijn, iets moeizaam gaat, dan zegt hij tegen iedereen ‘we gaan het toch niet laten gebeuren dat dit mislukt’. Hij weet vriend en vijand even te bellen op het juiste moment”, zegt Ivo Opstelten. Zo gebeurt het dat Rutte bewindspersonen om kwart voor zeven ‘s ochtends belt als hij uit de kranten opmaakt dat er misschien onenigheid is in zijn kabinet. Die telefoontjes zijn lang niet altijd vriendelijk.

„Zijn drift kan echt met hem aan de haal gaan. En die uitbarstingen zijn stuk voor stuk onnodig”, vertelt Hillen. „Toen ik in een interview met Vrij Nederland de Kunduz-missie ‘militair’ had genoemd, belde hij woedend op: ga je ontslagbrief maar schrijven. Later is het zand erover, maar zoiets blijft wel hangen”

Bijna iedere ex-bewindspersoon heeft wel zo’n verhaal. „Als zijn spervuur losbarst heeft het geen zin om daar tegenin te gaan”, zegt Weekers. Dat kan pas weer als de premier is afgekoeld. Wat overigens altijd snel gebeurt. „Hij kan heel hard zijn”, zegt Teeven, de enige Verdonk-adept die Rutte meenam in zijn kabinet. „Zo heeft hij ronduit gezegd dat hij mij nooit minister zou maken. Hij draait nergens omheen.” Ook op Opstelten werd hij wel eens vreselijk boos. Waarom precies wil hij niet zeggen. „Er was iets met cijfers die ik niet paraat had. En ik heb natuurlijk een bepaalde manier van praten, dan drong hij aan dat ik wat concreter moest zijn”, zegt Opstelten met een grijns.

Zijn optreden na MH17

Rutte managet zijn ploeg meestal door te bellen en te sms’en. Maar hij geeft ook veel eigen verantwoordelijkheid en blijft zelf vaak op de achtergrond. Het heeft sommigen verbaasd hoe hij na de val van zijn eerste kabinet niet zelf de leiding nam om tot een sluitende begroting te komen, maar minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) bij de oppositie van deur tot deur liet gaan. Die kritiek heeft onder andere Leers ook nu Rutte niet zelf naar voren stapt in de vluchtelingencrisis. Hoewel er lof is voor zijn optreden na de MH17-ramp, vinden alleen de VVD’ers dat daar een staatsman is opgestaan.

Wel zijn de bewindslieden het erover eens dat Rutte de afgelopen jaren vooral gegroeid is als het over internationale politiek gaat. Weekers: „Hij had in het begin van zijn premierschap niets met internationale betrokkenheid of Europa. Dat heeft hij echt ontwikkeld.”

Voor de bewindslieden die hem jarenlang wekelijks of zelfs dagelijks spraken, blijft Rutte een enigma. „Mark is politiek en politiek is Mark, daarbuiten is er niet zo veel”, zegt Weekers. Op de vraag wat hem drijft komt niet veel meer dan „het land beter maken” (Opstelten) of „een klusje te doen” (Teeven). De vraag naar wat hij nalaat kan niemand helder beantwoorden. De economie draait beter, dat is belangrijk, maar in hoeverre dat zijn verdienste is, weet je nooit, zegt Uri Rosenthal.

De VVD’ers die tussentijds moesten opstappen, zeggen niet het gevoel te hebben dat zij door Rutte zijn ‘afgedankt’. Weekers weet nog goed dat hij na zijn aftreden, om problemen bij de Belastingdienst, bij Rutte op het Torentje was. Die pakte hem bij zijn schouder en citeerde de Britse conservatief Enoch Powell: „all political careers end in tears”. Volgens zijn politieke medestanders kan hij nog vijf jaar mee als premier, maar als iemand zich bewust is van zijn politieke eindigheid, is het Mark Rutte, zeggen ze.