Met een vlinderdas op de bres voor het Wit-Russisch

Gisteren liet de Wit-Russische president Loekasjenko zich herkiezen. Hij wil tot elke prijs voorkomen dat Rusland Wit-Rusland tot een tweede Oekraïne maakt. De vergeten eigen taal is daarbij een wapen.

Noem het gemakzucht, noem het schroom, maar Pavel Sverdlov spreekt bijna nooit Wit-Russisch - zelfs niet met zijn vriendin.

Maar nu moet hij wel. De 31-jarige webredacteur staat voor een volle zaal in café ‘U’, in hartje Minsk. Elke maandag wordt hier de Wit-Russische taal onderwezen - door vrijwilligers. Pavel staat hier voor het eerst, maar het optreden gaat hem opvallend gemakkelijk af. De cursisten lachten, als hij demonstratief een vlinderdasje voor doet. „We gaan een quiz doen”, zegt Pavel monter, en hij leest de vraag nog eens langzaam voor. „Waarvan voerde Wit-Rusland volgens de officiële gegevens 16.000 ton in, uit 21 landen op de wereld, uitgezonderd Albanië, Georgië, Finland en Zweden?” In de zaal wordt koortsachtig overlegd. „Tien seconden”, roept Pavel. „En … tijd! Het juiste antwoord is ‘aardappels’.”

Wit-Rusland - of beter: Belarus - is niet alleen ‘de laatste dictatuur van Europa’, het is ook een land zonder eigen taal. Bijna 84 procent van de negen miljoen inwoners is van Wit-Russische afkomst, maar bijna niemand is in staat het foutloos te spreken. „Een op de tien”, zegt Sverdlov. „Hooguit.” Svetlana Aleksijevits, de schrijfster die afgelopen week de Nobelprijs voor de literatuur won, schrijft haar boeken in het Russisch.

In de twintigste eeuw voerde de Sovjet-Unie een grondige russificatie door in Belarus. Maar ook na de onafhankelijkheid in 1991 kreeg het Wit-Russisch nauwelijks voet aan de grond. In 1994 werd de voormalige kolchoze-directeur Aleksandr Loekasjenko gekozen tot president. Deze zondag zou hij opnieuw gekozen worden to staatshoofd.

Loekasjekenko richtte de blik naar Moskou. Twintig jaar later is Wit-Rusland niet alleen een autoritair bestuurd land, maar ook een satellietstaat van het Kremlin geworden. Loekasjenko schafte de nationale wit-rood-witte vlag af, en verving het nationale wapen - een ridder te paard - door een communistisch aandoend embleem met twee korenschoven en een rode ster.

Taal van de oppositie

Wit-Russisch werd onder Loekasjenko een taal van de oppositie. „Als je vroeger Wit-Russisch sprak op straat”, vertelt Mikola Statkevitsj, „dan kon je problemen krijgen met de politie.” De leider van de sociaal-democratische partij weet wat het is om problemen te hebben met de autoriteiten. In 2010 ging Statkevitjs voorop in de protesten tegen de frauduleus verlopen herverkiezing van Loekasjenko. Hij werd opgepakt en veroordeeld tot zes jaar strafkamp. Toen de brieven van zijn vrouw niet werden bezorgd, schreef hij een klaagschrift - in het Wit-Russisch. En tot zijn verbazing kreeg hij een keurige brief in het Wit-Russisch terug, foutloos gespeld.

De verkiezingen in Wit-Rusland verlopen niet eerlijk. Gisteravond leek er daarom geen twijfel over te bestaan dat Loekasjenko zou worden gekozen tot president - zijn vijfde termijn. De dag voor de verkiezingen hebben Statkevitsj en de rest van de oppositie betoogd in de straten van Minsk. Maar dit keer werd de betoging niet neergeknuppeld. Want terwijl Moskou op ramkoers ligt met het Westen, zoekt Loekasjenko voorzichtig openingen met Europa. Twee weken geleden dook de Wit-Russische leider ineens op in New York, voor de zeventigste zitting van de VN. Loekasjeno liet zich fotograferen met Barack en Michelle Obama, in het bijzijn van zijn elfjarige zoon Nikolaj, die in Wit-Rusland de ‘tsarevitsj’ wordt genoemd. Afgelopen vrijdag maakte de Europese Unie bekend dat de sancties tegen Wit-Rusland voor vier maanden worden opgeschort.

Dat lijkt winst voor Loekasjenko. Maar de Wit-Russische president heeft niet veel ruimte om te manoeuvreren. Enkele weken geleden - midden in de aanloop van de verkiezingen - liet Moskou ineens weten dat het een luchtmachtbasis wilde openen in Wit-Rusland. Vorige week liet Loekasjenko weten „niet op de hoogte te zijn” van die plannen. De oppositie had intussen al een demonstratie georganiseerd tegen de Russische ‘annexatie’.

Op de knieën voor Poetin

„Als Poetin het wil”, zegt oppositieleider Statkevitsj, „dan ligt Loekasjenko op zijn knieën voor de Spasski-poort in Moskou.” Maar zo eenvoudig is het misschien niet. De annexatie van de Krim, en de daarop volgende oorlog in Oekraïne, heeft het Loekasjenko-regime duidelijk gemaakt hoe de kaarten liggen. „Het regime in Minsk heeft gezien wat er gebeurt met de Donbas, een regio waar alleen Russisch wordt gesproken”, vertelt journalist Pavel Sverdlov. Met andere woorden: als Loekasjenko in problemen raakt, en de Wit-Russen verzamelen zich op het plein van de onafhankelijkheid, zouden er wel eens ‘groene mannetjes’ kunnen verschijnen in het centrum van Minsk.

Om dat te voorkomen, heeft het regime het Wit-Russisch omarmd. Een cultureel wapen, zegt Pavel Sverdlov. „Om duidelijk te maken dat het hier geen Oekraïne is.” Na 20 jaar dictatuur, zo zegt Sverldov, beginnen de Wit-Russen zich af te vragen wie ze eigenlijk zijn. Post-Sovjetburgers? Russen? Of burgers van een nieuwe republiek tussen de Russische invloedssfeer en het Westen?

Twintig jaar geleden waren de Wit-Russen nog bereid om zich aan te sluiten bij de Russische Federatie, zegt Sverdlov. Maar nu is de onafhankelijkheid een feit. „Mensen vragen zich nu af: wat betekent het om Wit-Rus te zijn? De taal is in dat opzicht het eerste antwoord.”