Hoe een weetgierig wetenschappertje een sterke vrouw wordt

Je struikelt deze Kinderboekenweek over de wetenschappelijke verwondering. Het thema ‘raar maar waar’ ontketende een stroom boeken met huis-tuin-en-keukenproefjes, wonderlijke wetenschappelijke weetjes, alledaagse vragen en hun moeilijke antwoorden. Maar het sterkste gevoel van verwondering over wetenschap, kennis en de wereld vind je in de jeugdroman De evolutie van Calpurnia Tate van Jacqueline Kelly.

Het is een historische roman, spelend in Texas in 1899 – aan de vooravond van een nieuwe eeuw, en in de tijd waarin Charles Darwin invloedrijk werd. Hoofdpersoon Calpurnia, bijna twaalf, is een weetgierig wetenschapstertje in de dop, dat in de tuin twee soorten sprinkhanen ontdekt, en ze legt daarvoor een darwinistische interesse aan den dag. Dat vindt weerklank bij haar grootvader, met wie ze op het spoor komt van een nieuw plantenras. Maar verder heeft ze de tijd niet mee: levenslopen worden in de wieg al uitgestippeld, ambitieuze vrouwen delven het onderspit, Darwin is grotendeels taboe.

Jacqueline Kelly, die met deze wervelende debuutroman verschillende Amerikaanse boekenprijzen won, maakte een prachtige combinatie van twee boeiende onderwerpen: de evolutie en het feminisme. Die gaan voor Calpurnia gelijk op. Wie zich onderscheidt én zich het best aanpast aan de omstandigheden overleeft, en dat kost tijd.

Kelly schrijft de evolutie van het meisje Calpurnia tot sterke vrouw dan ook met gepaste rust op – een verrukkelijke, klassieke traagheid, waarin ze de ruimte neemt om uit te weiden. Dat werkt goed, dankzij Kelly’s grote gevoel voor humor, en Calpurnia’s voorliefde voor kijken, denken en vertellen. Er spreekt levenslust uit haar aandacht voor het leven en voor de kleinste details, die klinkend zijn verwoord (met dank aan de sappige vertaling). Springerig en eigenzinnig zijn de zinnen, maar ook beheerst – net als Calpurnia. Zo kon haar strijd voor haar bestaan een uitzonderlijke jeugdroman worden.