Heb je eindelijk weer een punt, raak je ’m kwijt

Ze beleefden vele hoogtepunten in de Formule 1, maar Jenson Button en Fernando Alonso zijn bij McLaren-Honda nu twee onfortuinlijke teamgenoten. Om de zege doen ze niet meer mee.

Fernando Alonso in de vrije training voor de race van gisteren in Sotsji.

Hoeveel reputatieschade kun je als gewezen Formule 1-kampioen verdragen? Nog niet zo lang geleden lag de wereld aan je voeten, maar nu bungel je kansloos in de achterhoede. Je wil presteren, ook al ben je voor een coureur op leeftijd, maar de techniek laat je in de steek. Oké, een rookie als Max Verstappen strandt soms ook door pech, maar als je een paar honderd grands prix hebt gereden, dan stelt gebrek aan snelheid en vermogen je ego wel heel erg op de proef. Je velemiljoenensalaris vergoedt niet alles. Eer en trots spelen ook een rol. Dan maar stoppen met de sport die je zoveel sportief en financieel succes heeft bezorgd? Of doorgaan en hopen op betere tijden?

De twee topcoureurs van McLaren-Honda, Jenson Button (35) en Fernando Alonso (34), hebben onlangs voor de laatste gekozen: ze verlengden hun contract. De Brit was wereldkampioen in 2009, de Spanjaard in 2005 en 2006. Allebei in de herfst van hun carrière hebben ze een cv met ieder dik 200 grands prix en behoorlijk wat overwinningen. Button won er 15, Alonso 32.

Beiden zijn nog altijd ambitieus en willen hun carrière in de voorste gelederen afsluiten. Misschien nog een keer kampioen worden. Of dat kan? Op papier wel. De Formule 1 heeft een rijke historie van kampioenen van gevorderde leeftijd: De Argentijn Juan Manuel Fangio was 46 toen hij zijn laatste wereldtitel behaalde, de Brit Nigel Mansell 39 en de Fransman Alain Prost 38. Maar dat was in de tijd van rauwe snelheid en doodsverachting. Nu domineert de verfijnde technologie. Alonso, die gisteren in Sotsji zijn 250ste grand prix reed, en Button hebben meer gemeen dan levensfasen, successen en ambities: een motor die bij hun talent achterblijft.

Samoerai zonder zwaard

McLaren, één van de succesvolste teams – twaalf keer wereldkampioen bij de constructeurs en acht keer bij de coureurs en na Ferrari het langst actief in de koningsklasse, rijdt dit jaar weer met Honda-motoren. En die leveren niet het vermogen en de betrouwbaarheid die de Japanners in het vooruitzicht hadden gesteld. „Zeer gênant”, mopperde Alonso twee weken geleden via de boordradio in Japan. „Het lijkt wel een GP2-motor [raceklasse met veel minder pk’s]”. Teamgenoot Button voelde zichzelf als „een samoerai zonder schild en zwaard”.

Button en Alonso staan in de WK-stand kansloos in het rechterrijtje, zoals dat in voetbaltermen heet. Bij de constructeurs bezet McLaren-Honda de negende plaats, met alleen Manor onder zich, een team dat vorig jaar bijna failliet ging.

Dit jaar staat bij McLaren vooral in het teken van volgend jaar. En dat betekent voordurend nieuwe motoren met ‘updates’ uitproberen. Omdat Alonso gisteren al met zijn zoveelste motor aan een race begon, moest hij als straf achteraan beginnen, op de 19de van de 20 plaatsen; tussen twee landgenoten die dit jaar debuteren, Roberto Merhi (Marussia) en Carlos Sainz jr., die uit de pitstraat vertrok.

Ook tegenslag bij Ferrari

Alonso, nog altijd een van de bestbetaalde rijders is met een geschat jaarinkomen van zo’n dertig miljoen euro, kende in 2014 ook al een slecht seizoen. Hij reed bij Ferrari, dat geplaagd werd door technische problemen. Alonso’s opvolger, Sebastian Vettel, vergaat het bij de Italiaanse renstal nu beter, met racezeges en een tweede plaats in de WK-stand.

In Sotsji was er voor Button en Alonso een lichtpuntje: ze eindigden beiden in de WK-punten. De Brit werd negende (2 punten), de Spanjaard ging als tiende over de finish, goed voor 1 WK-punt. Maar Alonso kreeg een tijdstraf omdat hij niet binnen de officiële lijnen van de baan was gebleven. Zijn zojuist veroverde WK-punt ging prompt naar Max Verstappen, die in de WK-stand (12de) boven Alonso (16de) en Button (18de) staat.

Ook al winnen ze geen races of titels meer, beide McLaren-coureurs kunnen altijd nog proberen de grens van driehonderd grands prix te passeren. En zich voegen bij Rubens Barrichello en Michael Schumacher. Een kwestie van doorrijden dus.