Felle Afro-Curaçaose roffels van Kuenta i Tambú

Gek dat het zo lang geduurd heeft, want de combinatie ligt voor de hand: Nederland blinkt uit in dancebeats en Curaçao heeft een unieke Caraïbische muziekcultuur. Voeg ze samen er moet iets spannends uit komen. Kuenta i Tambú (KiT) lijkt de formule te hebben gevonden. Rond middernacht stond er zaterdag een dj op het podium tijdens het minifestival Helemaal Melkweg. Hij zorgde voor de diepe bassen en een deel van de beats, maar belangrijker in de global bass-sound van KiT bleken de twee stellages vol percussie aan weerszijden van hem. Met conga’s, traditionele Curaçaose drums en delen van de reguliere drumkit versierden de percussionisten de dancehall-groove met Afro-Curaçaose ritmes en felle roffels van de brassbands van het eiland. Af en toe klonk de traditionele tambú waar de band naar vernoemd is, zoals in het nummer Santa Electra, dat daarna ontaardde in loeiharde dubstep. Bandleider Roël Calister zong, zweepte op en legde accenten met de chapi, een schoffel bespeeld met een ijzeren staaf. Zangeres Diamanta gooide haar teksten er in hoog tempo uit, maar haar stem misde dynamiek. Vocaal kan KiT nog wat winnen, maar percussief is het waar het wezen moet. Hun vorige album Tambútronic leunde nog op goedkope housebeats, maar met de diepere bassen en meer ruimte voor percussie is er nu een eigen sound. Het is global bass die nergens anders dan in Nederland gemaakt kan worden.