... en zijn geleverde daden

Rutte verwees vijf jaar geleden in zijn eerste regeringsverklaring naar het ‘Wacht op onze daden’ van zijn voorbeeld Cort van der Linden. Die had deze woorden weer geleend van de liberale staatsman Thorbecke. De door Rutte tijdens een andere politieke constellatie beloofde daden worden nu mondjesmaat zichtbaar en zijn op het terrein van de overheidshuishouding indrukwekkend.

De jongste Miljoenennota is hiervan getuige: wat omhoog moet, gaat omhoog en wat omlaag moet, gaat omlaag. Deels is dit het gevolg van conjuncturele meewind, maar ook beginnen de structurele hervormingen door te werken die onder Ruttes leiding tot stand zijn gebracht. Te denken valt aan de verhoging van de pensioenleeftijd, een nieuw pensioenstelsel, het beperken van de tot voor kort heilige hypotheekrenteaftrek, het reorganiseren van de uitdijende zorgsector, flexibilisering van de arbeidsmarkt, en een doorbraak in de vergroening van de energievoorziening. De verdienste van Rutte is niet dat hij al deze maatregelen bedacht, want dat heeft hij meestal niet. Zijn kracht is dat hij onder moeilijke politieke omstandigheden, zoals het ontbreken van een meerderheid in de senaat, toch steun heeft weten te vinden voor een ombuigingsprogramma dat 50 miljard euro beslaat. Juist het gebrek aan ideologische of visionaire ballast heeft Rutte in de politieke makelaarspositie gebracht die hem op het lijf is geschreven.

Maar een premier is meer dan een verkeersregelaar van politieke dossiers. Hij is ook de leider van het land. Daar heeft Rutte meer moeite mee. Crisismanagement zoals de MH17 doet hij goed, maar moreel leiderschap is hem vreemd. Typerend is zijn benadering van het vluchtelingenvraagstuk dat letterlijk zichtbaar is in bijna alle uithoeken van het land. Rutte wil niet zeggen of de spanningen die dit in de samenleving oproept hem „zorgen” baren. Daar zit volgens hem niemand op te wachten, meent hij. Het gaat om de te treffen maatregelen.

Maar die maatregelen komen ergens uit voort. Dat Europa en dus Nederland een humanitaire opdracht heeft die meer is dan louter een in Brussel gemaakte rekenkundige afspraak, is een verhaal dat bij uitstek door de premier vertolkt moet worden.

Dit uitdragen heeft niets te maken met visie, maar alles met het aanspreken van mensen op het al aan het eind van de negentiende eeuw door liberalen omarmde begrip burgerschap. Daar zou de liberaal Rutte geen moeite mee moeten hebben.