Ebola kan nog maanden later opduiken door seks

Vrijen met ebola-overlevers is een groter risico dan gedacht. Ex-patiënten kunnen anderen nog maandenlang besmetten.

Vrouwen op de markt in Kenema in Sierra Leone, een stad in ebolagebied (augustus 2015). AP Photo/Sunday Alamba

Seksuele besmetting met het ebolavirus is een van de redenen waardoor de ebola-epidemie in Sierra Leone, Guinee en Liberia traag uitdooft. Genezen mannen kunnen nog maandenlang virus in hun sperma hebben.

Bij een drietal ebolapatiënten is heel aannemelijk dat ze via seks met mannelijke overlevers zijn besmet, en van nog een handvol andere wordt dat vermoed.

Nieuwe, via seks besmette patiënten kunnen de komende maanden nog overal opduiken en dan snel een nieuwe besmettingshaard vormen. Het betekent dat de gezondheidszorg in de drie getroffen landen langer in de alarmstand moet blijven staan.

Terwijl het relatief goed gaat. Voor het eerst sinds de epidemie in maart 2014 uit de hand liep, meldde de Wereldgezondheidsorganisatie vorige week, ging er in de drie ebolalanden een week voorbij zonder nieuwe ebolapatiënten.

Er zijn tot nu toe 28.421 patiënten geteld, waarvan er 11.297 overleden. Nu is de epidemie aan het uitdoven. Het aantal nieuwe patiënten blijft al sinds juli onder de tien per week. Meer dan vijfhonderd mensen zijn onder controle omdat ze contact hebben gehad met patiënten.

De mogelijkheid van seksuele besmetting was bekend. Een Duitser die in 1967 een besmetting met Marburgvirus (een nauwe verwant van ebola) overleefde, had twee maanden na zijn ziekte seks met zijn echtgenote. Die werd vier dagen later ziek. Het virus werd daarna nog aangetoond in het sperma van de man.

Op basis van die besmetting adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie ebola-overlevers sindsdien om drie maanden lang geen, of alleen goed beschermde seks te hebben.

Dit voorjaar is dat advies aangepast nadat een 44 jarige vrouw in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia ebola kreeg, hoewel ze niet in contact was geweest met ebolapatiënten. Wel had ze begin maart 2015 seksueel contact met een man die al in september 2014 hoogstwaarschijnlijk ebola had. Hoe dan ook: kort ervoor en erna overleden zijn dochter en zoon en twee broers aan ebola.

Eind maart, na de dood van zijn seksuele partner, liet een bloedtest zien dat de man zeker een ebola-infectie had doorgemaakt. Het virus zat in zijn sperma. De man had eind februari en begin maart ook „drie tot vijf keer” seks met een andere vrouw. Die is opgespoord, maar zij toonde geen enkel teken van een ebolabesmetting.

Het verslag van deze tragische ziektegeschiedenissen stond in mei in het wetenschappelijk tijdschrift Morbidity en Mortality Weekly Report. De auteurs schrijven dat ook bij een aantal andere patiënten het sterke vermoeden bestaat dat ze via seks besmet raakten. Op grond hiervan is in mei het advies aan overlevenden aangepast: zes maanden veilig vrijen, of helemaal niet. En liefst een paar keer het sperma op virus laten testen.

Dat zo’n advies niet afdoende is, is inmiddels duidelijk door de ziekte van een jonge vrouw in een al maanden ebolavrij district in het noorden van Sierra Leone. Zij had seks met een ebola-overlever en kan eigenlijk niet op een andere manier besmet zijn.

Hulpverleners en ebola-experts zitten in hun maag met deze besmettingsroute. Er moet worden gewaarschuwd, maar ebola-overlevers worden toch al gemeden en gediscrimineerd.

Seks houdt de epidemie niet gaande, zegt Hilde De Clerck van de Artsen zonder Grenzen. „We denken niet dat het voor de volksgezondheid een probleem is.” Ze was vanaf het begin betrokken bij de bestrijding van de epidemie, en erkent dat er een spanningsveld bestaat. „We moeten de overlevenden niet verder stigmatiseren”, zegt ze, „ maar we gaan ze wel vertellen dat het vermoeden bestaat dat je maar beter zes maanden condooms kan gebruiken.”