Denkend aan vijf jaar Mark Rutte...

...Zie ik de politiek verdwijnen, schrijft Maxim Februari. Zie ik een dekselse denker, schrijft Christiaan Weijts. Vijf NRC-columnisten over vijf jaar premier Rutte.

Illustraties Hajo

3 april 2014 EU-stembusstrijd.

Denkend aan Rutte zie ik de politiek verdwijnen. De belangstelling voor rechtsstatelijkheid neemt af en het democratische gesprek over conflicten dooft uit. De staat vergaat door de toenemende macht van bedrijven. Mark Rutte is van dat alles natuurlijk niet de oorzaak - hij is er een voorstander van.

De laatste jaren gebruik ik Angela Merkel daarom van armoede maar als mijn minister-president. Is er mondiaal deining, dan zet ik de televisie aan en laat ik Merkel uitleggen welke politieke keuzes, normatieve argumenten en onenigheden er zijn. Onze eigen premier ziet intussen nergens keuzes of conflicten. In zijn mechanistisch mens- en wereldbeeld heeft de mensheid slechts één doel. Groei. Dat doel bereikt de politicus door knoppen te bedienen. Opdat de economie ‘draait’, de banenmarkt ‘aantrekt’, de woningmarkt ‘in beweging komt’ en de burgers ‘niet blijven steken’.

Ik bedoel dit niet onaardig. Ruttes aanpak heeft succes: we leven nog en we gaan voorlopig niet failliet. Toch denk ik niet dat vrijheid opbloeit zodra je recht en politieke keuze afschaft. Mark Rutte denkt van wel. Laat bedrijven de koers maar voor ons bepalen, zegt hij, want die hebben ‘veel meer dan de overheid de middelen en overtuigingskracht’. In zijn veelbesproken, visionaire H.J. Schoo-lezing komt het woord ‘markt’ daarom negentien keer voor. Het woord ‘recht’ een keertje. In ‘ontslagrecht’.

Al dit gebrek aan politieke ernst is volgens Mark Rutte zelf een symptoom van optimisme. Zoals wij allen gebrek aan kritisch vermogen wel eens per ongeluk aanzien voor levensvreugde.

Maxim Februari Jurist en schrijver

Denkend aan Rutte zie ik hem staan naast een soepwagen in New York. Hij is dan nog geen premier, en mag als voorman van de liberalen in een televisieprogramma van Paul Rosenmöller iets laten zien van wat hij wil, wat hem bezielt. Hem bezielt Amerika.

De mensen die soep komen halen bij de rondrijdende bus, omdat ze zelf geen eten meer kunnen kopen, verstoren zijn ideaal helemaal niet. Want kijk eens, die bus is er toch maar mooi. En dit is een land van kansen.

Juist. Kansen. Dat blije beeld van kracht en kansen – ik hoor Rutte ook in gedachten spreken over ‘van werk naar werk’ alsof er altijd voor iedereen volop werk is – dat beeld van allemaal zelfredzame mensen of mensen die dat zouden kunnen zijn als ze maar wilden, als ze maar niet te labbekakkig, te verwend, te futloos of te kansloos zouden zijn, dat is de kortste samenvatting van het mensbeeld van deze minister-president. Voor zover je van een mensbeeld kunt spreken. Het is meer een: zo-wil-ik-dat-het-in-elkaar-zit-beeld.

Niet dat iedereen zielig en hulpeloos is. Maar dit is zo schraal en uiteindelijk harteloos. Het overkomt me werkelijk wel eens dat ik met enige heimwee terugdenk aan Balkenendes roep om fatsoen. Niet dat dat veel effect had, maar het was in z’n eenvoud wel een sympathiek uitgangspunt. Op elkaar letten. Je goed gedragen, aardig zijn.

Dat is net iets rijker dan voor wie ten einde raad is alleen een soepbus laten rijden.

Marjoleine de Vos Redacteur van NRC Handelsblad

Denkend aan Rutte zie ik een man wandelend op het strand bij Scheveningen. De wind door het haar, de blik op de zee. Hij is Hagenaar, niet als premier, maar in Den Haag geboren en gebleven. In zijn bovenwoning kun je de meeuwen horen. Hij geniet van de klus de economie achter duinen en dijken lucht te geven; agenten, leraren en ambulanciers van Nederland vooruit te helpen. Zijn geliefde buitenland ligt overzee: de Britten, de Amerikanen, trotse handelsnaties als wij. Maar er is ook die ergernis. Dit strandland ligt vast aan een continent. Ligt de binnenlandse klus net goed op stoom, tikt Europa op zijn schouder met een probleem. Meteen in 2010: belastinggeld naar de Grieken, de Portugezen, de Spanjaarden, deals tussen Fransen en Duitsers, al die landen in onze rug. Omdat we niet alleen een markt delen, maar ook een munt, een grens, zelfs buren. Voor Angela, Nicolas-François of Silvio-Matteo vaak hoofdzaak, voor Mark afleiding, symboliek, bijzaak. Tot de klap te groot werd. Juli 2014, de neergehaalde MH-17: Oekraïne, Rusland, en Nederland plots meegezogen in het Europese achterland als plaats van oorlog en vrede. Even voelde Mark Rutte (met een woord van Tony Blair) de hand van de geschiedenis op zijn schouder. Glimlach weg, en daar stond een gezaghebbende headmaster of the nation. Beklijven kon die rol niet. Net als de hoofdmeester ziet ook de klas zichzelf liever op een strand. De lokroep van de meeuw, wachtend op de volgende tik op de schouder.

Luuk van Middelaar Politiek filosoof in Brussel

Denkend aan Rutte zie ik dampende Rendang op een kaal houten tafeltje staan. Sinds ik hoorde dat de huidige coalitie was bekokstoofd in Soeboer, Ruttes favoriete Indische toko, kijk ik met heel andere ogen naar hem. Het is een tentje van niks, randje Schilderswijk, goedkoop ook, maar van een legendarische kwaliteit.

Zo is het ook een beetje met Mark Rutte: op het oog wat oppervlakkig, met die energieke onnozelheid die zo eigen is aan managers en coaches, maar onder dat olijke pantser schuilt een dekselse denker met diepgang. Ik weet zeker dat Rutte veel slimmer, intellectueler en idealistischer is dan hij wil laten blijken. De meeste van zijn collega’s maken de fout het andersom te doen. Rutte weet ontzettend veel van klassieke muziek, om maar wat te noemen – hij hield een prachtig gastpresentator-optreden bij Radio 4 – maar hij kiest ervoor om vlot, simpel en nuchter te ogen.

Glimlachend veinst hij louter pragmatisch te handelen, opzettelijk visieloos, enzovoorts, maar intussen is bij elke werkelijk crisisachtige spanning zijn VVD de grote winnaar, ten koste van de PvdA. Verdomd uitgekookt. Rutte beheerst de kunst van de sprezzatura: doen alsof iets je amper moeite kost, terwijl je juist over virtuoos vakmanschap beschikt. Zijn tot vervelens toe gehoonde lach is van die houding het handelsmerk. En zeg eerlijk: het mocht ook wel wat vrolijker. Na bijna drieduizend barre dagen Balkenende waren we wel toe aan een klein glimlachje.

Maar pas op: de afgelopen vijf jaar kon hij regeren zonder werkelijk verregaande ethische beslissingen te hoeven forceren, die de links-rechtscoalitie ideologisch konden splijten. Maar nu de vluchtelingen het land in alle gewesten principieel verdelen, vrees ik toch dat zijn eeuwige glimlach het straks wel begeeft.

Christiaan Weijts Schrijver

Denkend aan vijf jaar Rutte zie ik een premier die zijn hoofd in woelige politieke tijden boven water houdt door het onafhankelijke oordeel van publieke ambten zoveel mogelijk uit te bannen. Of het nu gaat om de Nationale Ombudsman, de directeur van De Nederlandsche Bank (DNB) of van de NS, commissarissen bij overheidsbedrijven, de Nederlandse Zorg Autoriteit, of raad van toezicht van de AFM, steeds opnieuw leidt een conflict of een nieuwe benoeming tot meer direct controle van het kabinet op de meningsvorming en het beleid. Soms vond de gelijkschakeling plaats nadat er inderdaad iets was misgegaan, maar soms ook waren futiele declaratiekwesties de stok om de hond mee te slaan. Bij de directie van DNB waren er drie kandidaten, één met een achtergrond bij DNB en twee bij het ministerie van Financiën. DNB en het kabinet konden het niet eens worden. Het compromis was een vierde kandidaat met werkervaring bij zowel de bank als het ministerie. Buitenstaanders kwamen blijkbaar niet in aanmerking. De Nederlandse Zorgautoriteit heet nog wel autoriteit, maar is feitelijk een ambtelijke dienst geworden.

Deze reflex is begrijpelijk. In een populistisch politiek klimaat waarin ieder incident of rapport de carrière van een minister kan breken, zijn risicobeheersing en gelijkschakeling de natuurlijk reflex. Maar deze natuurlijke neiging zal zich tegen de politiek keren. Waar onafhankelijke oordeelsvorming voor iedereen zichtbaar is uitgebannen, wordt de politiek voor alles direct verantwoordelijk en is er nooit meer een buitenstaander die met gezag het nieuws kan brengen.

Coen Teulings Hoogleraar in Cambridge en Amsterdam