De wendbaarheid van de jubilerende premier Rutte...

Aanstaande woensdag is Mark Rutte vijf jaar minister-president van Nederland. Op het eerste gezicht lijkt dit lustrum niet heel bijzonder. Al Ruttes voorgangers, Balkenende, Kok en Lubbers zaten langer. Wel bijzonder is dat Rutte zich sinds eind augustus de langst zittende liberale premier van Nederland kan noemen.

Dit gebeurde toen hij Pieter Cort van der Linden – de enige andere liberaal die Nederland ooit leidde (1913-1918) – achter zich liet. En het lustrum krijgt nog meer glans als het wordt afgezet tegen de collega’s van Rutte in de kring van Europese regeringsleiders die elkaar met grote regelmaat treffen. Daar geldt hij, met 22 collega’s die na hem aantraden, inmiddels als een veteraan.

Rutte heeft zich de afgelopen vijf jaar ontpopt als een ware overlever. Bij zijn aantreden in 2010, als aanvoerder van een minderheidskabinet van VVD en CDA dat in de Tweede Kamer slechts kon rekenen op een meerderheid dankzij gedoogsteun van de ook toen al discutabele PVV, benadrukte hij de bijzondere constructie. Maar deze zou het kabinet er niet van weerhouden om „gewoon te doen wat het moet doen”. Vertrouwen putte Rutte daarvoor uit zijn liberale voorganger Cort van der Linden. Die ging ook regeren na een ingewikkelde verkiezingsuitslag en lastige formatie terwijl het land voor ingrijpende hervormingen stond. Cort van der Linden zat gewoon de rit uit.

Dit bleek dus een verkeerde inschatting van Rutte, want na anderhalf jaar trok PVV-leider Wilders zijn steun aan het kabinet al weer in. Dat Rutte een half jaar later wederom op het bordes stond maar nu met een kabinet waarbij het CDA was ingeruild voor de door hem tot aan de verkiezingen verguisde PvdA illustreert zijn politieke souplesse en bravoure.

In zijn jaren als premier heeft hij zich tot nu toe niet laten gelden als een ideologische scherpslijper. Integendeel, als hem iets wordt verweten is dit juist het gebrek aan visie. Maar wat zou dit opleveren? Het merendeel van het na de oorlog razendsnel geseculariseerde Nederland zit niet te wachten op de boodschap van overheidswege, maar wil daden zien. Rutte doet als premier wat hij gegeven de politieke omstandigheden kan doen. In feite zet Rutte ook hier de traditie van zijn voorgangers voort. Het is de prijs van het regeren in een coalitieland.

De kiezers belonen hem hier vooralsnog niet voor, bleek een half jaar geleden bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. ‘Zijn’ VVD verloor een kwart van de aanhang. Sinds die tijd noemt Rutte zich opgewekt de leider van de grootste kleine partij. Het is dit optimistisch opportunisme dat hem zijn politieke onaantastbaarheid geeft.