De VVD wil vluchtelingen nét even minder geven

Minder rechten voor migranten die een tijdelijke status hebben? ‘Het is penny wise, pound foolish.’

We hebben in Nederland fantastische sociale voorzieningen, zei Halbe Zijlstra zaterdag in een filmpje. Dat weten asielzoekers ook, aldus de VVD-fractieleider: daarom komen ze hierheen. „Hoge uitkeringen, een huurhuis, deze mensen krijgen het allemaal.” Om ervoor te zorgen dat asielzoekers voortaan aan de Nederlandse deur voorbijgaan, presenteerde Zijlstra het plan Grenzen aan de opvang.

Als het aan de VVD ligt, verliezen vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning het recht op sociale voorzieningen zoals bijstand en een sociale huurwoning. Ze krijgen net als asielzoekers ‘leefgeld’ voor dagelijkse benodigdheden: wekelijks 44,66 euro voor voedsel en 12,95 voor kleding. Deze bedragen kunnen nog naar beneden, aldus VVD-Kamerlid Malik Azmani.

Daarnaast geldt een tijdelijke verblijfsvergunning niet meer voor vijf, maar voor één jaar. Na elk jaar wordt bekeken of de situatie in de regio inmiddels veilig genoeg is om terug te keren. Pas na zeven jaar (nu is dat vijf jaar) mag de vluchteling een verzoek doen om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen.

Zijlstra is niet de eerste die zich druk maakt om de houdbaarheid van de sociale voorzieningen. De Amerikaanse econoom Milton Friedman zei lang geleden al: „Het is overduidelijk dat vrije immigratie niet samen kan gaan met een verzorgingsstaat.” Met de huidige toestroom van vluchtelingen wordt deze spanning opnieuw actueel. „Het is nu een groot debat in Europa”, zegt hoogleraar sociaal beleid Wim van Oorschot. „Het lijkt zich te gaan toespitsen op de keuze: of grenzen om het land heen, of grenzen om de verzorgingsstaat heen.”

Het gaat in deze discussie niet alleen om de financiële houdbaarheid van het systeem, maar ook om de mate waarin mensen solidair willen zijn met hulpbehoevende groepen. Uit onderzoek van Van Oorschot blijkt dat immigranten onderaan de lijst staan van mensen die volgens Nederlanders hulp verdienen.

Wetenschappers denken al langer na over hoe verzorgingsstaat en immigratie wél kunnen samengaan. Hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer opperde elf jaar geleden een ‘tweederangs burgerschap’ voor migranten, wat inhoudt dat nieuwkomers hun rechten op sociale zekerheid moeten opbouwen. En WRR-onderzoeker Monique Kremer publiceerde in 2013 een boek waarin zij onder meer de voordelen van ‘getrapt burgerschap’ onderzocht. „Het principe is dat je meer rechten krijgt als je langer belasting betaalt en meedoet aan de samenleving”, zegt Kremer. Zoiets bestaat deels al in de praktijk: arbeidsmigranten hebben bijvoorbeeld pas na vijf jaar recht op een bijstandsuitkering.

Maar de ideeën over getrapt burgerschap gaan niet over asielzoekers. Zodra zij een (tijdelijke) verblijfsvergunning krijgen, hebben ze – afgezien van stemrecht – dezelfde rechten als Nederlanders.

Dat wil de VVD nu dus veranderen. Daarmee betreedt de partij onbekend terrein, want nergens in Europa worden tijdelijke statushouders uitgesloten van sociale voorzieningen. Alleen in Denemarken is de bijstand voor statushouders verlaagd zo lang ze nog geen permanente verblijfsvergunning hebben, vertelt Han Entzinger, emeritus hoogleraar migratie- en integratiestudies. Maar de situatie in Denemarken is anders, zegt Entzinger. „Bij ons ligt de verantwoordelijkheid voor inburgering sinds enkele jaren volledig bij de vluchteling. In Denemarken worden vluchtelingen veel intensiever begeleid bij het inburgeren.”

Juist dát lijkt met dit nieuwe plan niet meer de bedoeling. Op dit moment moeten vluchtelingen wanneer zij een tijdelijke status hebben gekregen binnen drie jaar een inburgeringsexamen halen. Zonder dat examen komen ze niet in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning. Wat betekent Zijlstra’s plan voor deze praktijk? Wordt van vluchtelingen überhaupt nog verwacht dat zij een inburgeringscursus doen? „Het plan zegt niets over het inburgeringsbeleid”, reageert VVD-Kamerlid Malik Azmani. „Ook als je ergens tijdelijk te gast bent, zul je je aan moeten passen aan het gastland.” Werken mogen tijdelijke statushouders wel, laat Azmani weten – zolang dat „niet leidt tot verdringing.”

Integratie moet juist snel beginnen

Op deze manier creëert het plan in feite een verlengde asielprocedure, zegt Han Entzinger. Dat is ‘penny wise, pound foolish’, vindt hij: „De overgrote meerderheid van de vluchtelingen blijft hier, leert de geschiedenis. Daarom is het zaak de integratie zo snel mogelijk te laten beginnen. Al die tijd dat je ze laat wachten, krijg je later driedubbel terug. Dan komen ze, wanneer ze eenmaal een permanente verblijfsvergunning hebben, alsnog in de bijstand.”

Ook Paul de Beer benadrukt het belang van inburgering. Er valt best iets voor te zeggen om gradueel rechten toe te kennen, zegt hij. „Dan trek je dus een minder strikte grens tussen politieke vluchtelingen en economische migranten. Maar als je dat doet, moet je ze wel alternatieven bieden om economisch zelfstandig te worden, bijvoorbeeld door ze direct taalles te geven.”

Maar hier voelt de VVD weinig voor. „Het doel is juist niet om te komen tot een permanente verblijfsvergunning”, zegt een woordvoerder van Zijlstra. „We willen het tijdelijke karakter van het verblijf benadrukken.”