Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn er op achteruit gegaan

Sinds vijf jaar zijn de Nederlandse Antillen geen land meer. De verwachtingen zijn niet waargemaakt.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima in 2013 tijdens een bezoek aan de Spring Bay Heritage op Saba. Foto Patrick van Katwijk / ANP

De voormalige Antilliaanse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn er, sinds zij vijf jaar geleden een andere positie in het koninkrijk kregen, alleen maar op achteruit gegaan. Dit staat in een kritisch evaluatierapport dat vandaag is gepresenteerd.

Sinds vijf jaar zijn de Nederlandse Antillen geen land meer. De hooggespannen verwachtingen die in 2010 werden gewekt toen de drie eilanden (samen ruim 56.000 inwoners) losser van met name Curaçao kwamen te staan en een status kregen als bijzondere Nederlandse gemeente is niet waargemaakt.

Economisch slechter

Uit het rapport, opgesteld door een commissie onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies:

“De verwachting in 2010 was dat de bevolking het economisch beter zou krijgen door de directe banden met Nederland met een beter functionerende overheid. De realiteit is echter eerder dat een deel van de bevolking het na 2010 economisch slechter heeft gekregen.”

In de commissie zaten vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid en de drie eilanden.

Vooral op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg zijn positieve resultaten geboekt. Maar voor het overige overheerst teleurstelling. Zo is de levensstandaard voor veel mensen, ook degenen die betaald werk hebben, verslechterd. “De zorg om primaire levensbehoeften, met name bij de kwetsbare groepen in de samenleving overheerst”, zegt het rapport.

Minder invloed

De frustratie van de drie eilanden voor 2010 was dat zij altijd werden gedomineerd door de drie ‘grote’ Antilliaanse eilanden Curaçao, Aruba en Sint Maarten en zelf nauwelijks iets hadden in te brengen. Dat gevoel bestaat onder de nieuwe staatkundige verhoudingen nog steeds. Volgens de evaluatiecommissie zijn de eilanden er zelfs op achteruit gegaan in vergelijking met de situatie vóór de “transitie” van 2010. De eilanden hebben zelf nog minder invloed dan destijds. “Dat resultaat lijkt door niemand te zijn voorzien en beoogd”, schrijft de commissie.

Kritiek is er hoe van de zijde van de Nederlandse overheid de afgelopen vijf jaar met de eilanden is omgegaan, Er was sprake van “weinig gecoördineerde en niet altijd duurzame inspanningen van individuele ambtenaren”.