Alles aan hem is Brits, behalve zijn oranje jasje

Ruiter Andrew Heffernan is een trotse Nederlander – al heeft hij hier nooit gewoond en spreekt hij ook de taal niet. Hij was op de military in Boekelo graag nationaal kampioen eventing geworden, maar werd tweede.

Andrew Heffernan met zijn paard Millthyne Corolla in actie op de military in Boekelo, tevens het NK eventing, waar hij als tweede Nederlander eindigde. Foto Eric Brinkhorst

Hij woonde nooit in Nederland. Spreekt ook de taal niet. En toch was hij na al die jaren op de military in Boekelo graag eens Nederlands kampioen geworden. Al was het alleen al om zijn loyaliteit aan het geboorteland van zijn moeder nog eens te bewijzen. „Ik voel me Nederlander”, zegt Andrew Heffernan (40) met een uitgesproken Brits accent. „Ik heb veel aan Nederland te danken.”

De eventingruiter moet naar eigen zeggen nog regelmatig „in de verdediging” als hij op Nederlandse bodem rijdt. Helemaal vreemd is dat niet: alles is Brits aan hem, behalve zijn paspoort en het oranje jasje van de Nederlandse hippische ploeg. Heffernan, geboren in Hongkong en al 25 jaar woonachtig in Engeland, moet voor zijn belangrijkste ‘thuiswedstrijd’ elk jaar de Noordzee oversteken.

Eventing in opkomst

Gistermiddag slaagde Heffernan in het zonnige Twentse land met zijn paard Millthyne Corolla net niet in zijn missie: na een goede cross country op zaterdag waren zijn zestien strafpunten in de afsluitende springwedstrijd er acht te veel om Alice Naber-Lozeman van haar derde achtereenvolgende nationale titel af te houden.

Heffernan, al sinds de Spelen van Londen (2012) lid van de Nederlandse olympische ploeg, is één van de drijvende krachten achter de opkomst van het Nederlandse eventingteam. Hoewel springen en dressuur al sinds mensenheugenis dominant zijn in Nederland is eventing, vooral dankzij de spectaculaire cross country, de snelst groeiende discipline binnen de Nederlandse paardensport. „Ik heb echt geluk gehad”, zegt hij. „De laatste vijf jaar heeft deze discipline zich sterk ontwikkeld. Ik denk dat ik daar ook een rol bij heb gespeeld. Het wordt steeds professioneler aangepakt. Dat zie je terug in de resultaten.”

In het kielzog van de dressuur- en springsuccessen deed de nationale eventingequipe vorig jaar van zich spreken met brons op het WK in Caen – de eerste Nederlandse medaille in deze sport.

Dat Heffernan ooit de Nederlandse kleuren zou verdedigen, stond niet bepaald in de sterren toen hij in juni 1975 werd geboren in Hongkong, al komt zijn moeder uit Scheveningen. „Haar vader was generaal in het Nederlandse leger in Indonesië”, zegt Heffernan. In de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze naar Australië en kwam uiteindelijk terecht in Hongkong.

Pas op zijn veertiende verhuisde de jonge Heffernan met zijn ouders naar Engeland. Hij ging naar de Sherborne Boys School in Dorset waar hij leerde paardrijden. „Eventing is het leukste onderdeel, vooral om de cross country. Ik ben een adrenalinejunkie. Je moet veel lef hebben.”

Al zeker van Rio

Dat hij in Engeland bleef, heeft alles te maken met de diepgewortelde paardensportcultuur. „Het is er veel makkelijker om te leven van de eventingsport. Er zijn meer wedstrijden, meer paarden, dus ook betere kansen.”

En Heffernan heeft succes op de Britse eilanden. Vijftien jaar geleden verhuisde hij naar Cheshire in Noord-Engeland, waar hij kon werken bij de befaamde Somerford Park Farm. „Waarschijnlijk het beste trainingscentrum van heel Engeland”, zegt hij. Hij geeft er onder meer crosscountryclinics, traint er paarden en ontwerpt hindernissen.

Heffernan heeft er ook een eigen wedstrijdstal waar hij paarden traint voor olympisch niveau. Dankzij het brons op het WK van vorig jaar is de Nederlandse ploeg, met onder anderen Tim Lips en Merel Blom, al zeker van ‘Rio’. En de Nederlandse ploeg is absoluut niet kansloos, denkt hij. „We gaan daar echt naartoe voor een medaille.”

Voor hem wordt het zijn tweede olympische toernooi, want zijn debuut maakte hij drie jaar geleden al in Londen. „Fantastisch, vooral omdat het voor mij toch ‘thuis’ was. Engeland is waar ik woon, waar mijn paarden vandaan komen, waar mijn vrienden zitten, mijn klanten.”

Trotse Nederlander

Ondanks die warme banden overwoog Heffernan nooit voor Groot-Brittannië uit te komen. Eén van de redenen is dat de concurrentie er moordend is. Maar, zegt Heffernan, ook zijn Nederlanderschap speelt daarbij een rol. „Ik ben er altijd trots op geweest dat ik Nederlander ben. Eén van mijn grootste supporters is mijn moeder, dat is voor mij heel belangrijk. Ook al woont ze in Engeland, ze is nog steeds erg Nederlands. Waarom ik de taal niet spreek? Waarschijnlijk omdat ik een beetje lui ben”, zegt hij lachend. „Niet goed in talen.”

Maar Heffernan, die zes keer deelnam aan de military van Boekelo, is er altijd graag bij in de Twentse velden. Voor veel ruiters is ‘Boekelo’ volgens hem de „beste plek in de wereld” als het gaat om de internationale kalender. „Dat heeft ook te maken met het grote feest eromheen”, zegt hij. „Het is bijna het einde van het seizoen, een mooie gelegenheid om allemaal nog eens bij elkaar te komen en plezier te maken. Dat geldt ook voor de toeschouwers: dat het hier zo druk is, komt niet alleen door de sport. De meeste mensen komen vooral om lol te maken en een biertje te drinken. Het is een beetje carnaval.”