Onderzoek naar daders MH17 nog lang niet klaar

Een onderzoeker in Donetsk in Oekraïne bekijkt binnengekomen wrakstukken van vlucht MH17 van Malaysia Airlines. Foto Alexander Ermochenko / EPA

Het onderzoek naar de mensen die verantwoordelijk zijn voor de ramp met vlucht MH17 vorig jaar boven Oost-Oekraïne, is nog lang niet klaar. Het wordt ook volgend jaar voortgezet, zegt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM).

Dinsdag presenteert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) de resultaten van het onderzoek naar de oorzaak van de tragedie. Dat gaat niet over schuldigen en aansprakelijkheid, dat onderzoek heeft het OM voorlopig nog niet klaar.

Waarschijnlijk neergehaald door raket

Vlucht MH17 van Malaysia Airlines werd op 17 juli vorig jaar waarschijnlijk met een raket in Oost-Oekraïne neergehaald. Daarbij kwamen alle 298 mensen aan boord om het leven, onder wie 196 Nederlanders. Het toestel was onderweg van Schiphol naar Kuala Lumpur.

Het OM in Nederland leidt het internationale strafrechtelijk onderzoek naar de verantwoordelijken voor de ramp. Dat is een ongekend grote operatie voor Nederland.

Na de ramp heeft de Nederlandse bergingsmissie gewerkt aan het veiligstellen en ophalen van de menselijke resten, hun persoonlijke bezittingen en bewijsmateriaal op de plaats van de ramp. Het resultaat hiervan was dat bijna alle slachtoffers konden worden geïdentificeerd en dat er bewijsmateriaal is verzameld voor de jacht op de daders. Bij bergingsmissies in augustus werden zeven onderdelen gevonden, wellicht van een raket.

Voor het OM is het scenario dat de Boeing 777 met een Boek-raket is neergeschoten, het meest waarschijnlijk. Hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke zei eerder:

“We komen steeds dichterbij wettig en overtuigend bewijs.”

Hij meldde toen dat er zicht is op een groep mogelijke betrokkenen.

Ruim honderd getuigen gehoord

In het onderzoek zijn meer dan honderd getuigen gehoord. Het gaat onder meer om lokale inwoners, hulpverleners en journalisten die vlak na de crash ter plekke zijn geweest. Nu wordt er ook hard gewerkt in een zogenoemd ‘fieldoffice’, dat in de Oekraïense hoofdstad Kiev is ingericht. Daar zijn Nederlandse en Australische rechercheurs bezig met het ondervragen van getuigen en het uitluisteren en analyseren van afgeluisterde gesprekken.