Vleesplanten en rouwrobots

Designers willen discussie uitlokken met verhalende ontwerpen. Geen science fiction, maar design fiction. tekst Annemiek Leclaire illustratie Studio Boot

Het was in eerste instantie alleen maar een idee, met een mooi proefmodel en een goed filmpje. Dave Hakkens studeerde in de zomer van 2013 af aan de Design Academy Eindhoven met Phonebloks, een modulaire, uit blokjes opgebouwde smartphone die als Lego in- en uit elkaar te halen was. De camera zat in een apart blokje, net als het geheugen en de batterij. Was iets stuk, dan kon je een nieuw blokje bestellen in ‘The Blok Store’. Zo hoefde niet de hele telefoon de prullenbak in.

De demo die hij had ontworpen werkte niet echt. Hakkens wilde met zijn ontwerp in eerste instantie een discussie op gang brengen over het onnodige afval van elektronica. Hij voegde aan zijn ontwerp allerlei verhalende elementen toe; een prachtig gemaakte video, een blog en een wervingscampagne „om het idee tot leven te brengen”.

Het filmpje waarin Hakkens die niet bestaande smartphone introduceerde werd ruim 22 miljoen keer bekeken; bijna een miljoen mensen steunden zijn campagne. Phonebloks was even de meest populaire telefoon op aarde – alleen bestond hij niet.

Daar komt waarschijnlijk verandering in nu Motorola, in het bezit van Google, heeft besloten de telefoon te gaan maken. Ergens dit jaar wordt de lancering ervan verwacht.

Phonebloks van Hakkens staat bekend als ‘speculatief design’, ook wel ‘design fiction’ of ‘design for debate’ genoemd. Het is een nieuwe, populaire ontwerprichting op het snijvlak van wetenschap, technologie, design en kunst die fictieve producten gebruikt om gedachtenvorming en discussie uit te lokken. Design fiction is een van de speerpunten van de komende Dutch Design Week in Eindhoven (17-25 oktober).

Twitterimplantaat

Koert van Mensvoort is ook een ontwerper die bekendstaat om dit speculatieve design. Hij ontwikkelde met zijn Next Nature, een netwerk van geestverwanten, een supermarktbus met producten gemaakt met nanotechnologie die we over tien jaar in de winkel kunnen tegenkomen. Zo is er de Nano-wijn die je door plaatsing in de magnetron in diverse smaken kunt programmeren – een Montepulciano misschien, of toch liever een Cabernet Sauvignon? Of neem het twitterimplantaat, opgedrongen door je ziektekostenverzekeraar, dat je huisarts een twitterbericht stuurt zodra er iets mis dreigt te gaan in je lichaam.

Van Mensvoort won vorig jaar een Dutch Design Award voor het Kweekvlees Kookboek, met daarin recepten die nu nog niet gemaakt kunnen worden, maar in de toekomst misschien wel. De eerste kweekvleeshamburger heeft immers al het licht gezien, een culinairtechnologisch hoogstandje van 20.000 spierweefseldraden uit het laboratorium van hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post.

Van Mensvoort wil met zijn ontwerpen een maatschappelijke discussie aanwakkeren over wat wenselijke technologische ontwikkelingen zijn; voorbeelden van echte producten als wijn en een kookboek werken zijns inziens beter als katalysator voor de discussie dan louter een idee. Van Mensvoort is ambassadeur van de komende Dutch Design Week, en werd gevraagd een Design fiction route uit te stippelen (zie kader).

Vergeleken met wat zich in het buitenland aan design fiction voordoet, zijn de Nederlandse ontwerpen een lentedag in mei. Want wat is het winterdonker in het universum van het Britse ontwerpduo Michael Burton en Michiko Nitta, die met Republic of Salivation (De Spuugrepubliek) in kaart brengt wat voedseltekort voor stedelingen gaat betekenen. Overheden gaan voedsel rantsoeneren en uitdelen op basis van de intellectuele en fysieke eisen die aan hun stadsbewoners worden gesteld, voorspellen ze. Ze nemen fabrieksarbeiders als voorbeeld die louter blokjes zetmeel krijgen toebedeeld, zodat ze langer kunnen doorwerken. Omdat de omzetting van zetmeel naar suiker in het speeksel een enzym oplevert waaruit alcohol te destilleren is, worden de arbeiders illegale alcoholproducenten. Food Porn (posters van hamburgers, donuts en slagroomtaarten) moeten de speekselklieren in werking zetten om zo tot een hogere productie te komen.

Wat hier nog design aan is? Ieder object in dit sciencefictionverhaal is ontworpen, van de zetmeelporties (een soort grote bouillonblokjes met gekleurde wikkels eromheen), de Food Porn posters, de trechter die spuug afneemt, het alcoholdestilleerapparaat. De ontwerpen van Burton en Nitta worden door designcuratoren van gerenommeerde Britse en Amerikaanse musea tentoongesteld met de vraag: „Is dit het design van de toekomst?”

Het prestigieuze MIT Media Lab in Boston, geleid door het eigenzinnige wonderkind Joi Ito, gaat in ernst en diepgang nog een stap verder. In het departement Design Fiction ontwerpen wizzkids bijvoorbeeld op basis van gentechnologisch onderzoek een methode om ouders van dezelfde sekse een biologisch eigen kind te geven. Doel is een debat aanzwengelen of het wenselijk is dat de wetenschap homoseksuelen in staat stelt samen een kind te krijgen. Is dit niet, na de legalisatie van het homohuwelijk, de logische volgende stap in de emancipatie van homoseksualiteit?

Een ander project behelst een fraai uitziend robotje dat de handbewegingen nabootst van een overleden geliefde. Liefkozende bewegingen, zoals strelingen, worden bij leven door de robot opgeslagen en herhaald na de dood. Hier is de opzet het publiek te laten nadenken over toekomstige rituelen voor rouw.

„Verbeelding en discussie aanwakkeren over de sociale, culturele en ethische implicaties van nieuwe technologieën door middel van design en verhalen”, met die reden werd het departement opgezet. Dat ‘design fiction’ als begrip wel eens lastig te plaatsen is, noemt het Media Lab juist de kracht ervan. Het instituut juicht multidisciplinaire experimenten nadrukkelijk toe, en is wars van traditionele eendimensionale onderzoeksmethodes.

Toekomstobsessie

„We kunnen dankzij de technologie voor het eerst alles wat denkbaar is, ook tastbaar maken”, zegt Dagan Cohen, een conceptbedenker voor bedrijven en non-profit organisaties, die lezingen en workshops geeft over design fiction. „Daarmee verandert de rol van de designer van op de praktijk ingestelde, pragmatische probleemoplosser die binnen een bepaalde termijn een realistische showcase moet neerzetten naar scenariodenker. Het is niet meer: vorm volgt functie, maar vorm volgt fictie.” De reden dat fictie in de ontwerppraktijk zo populair wordt, komt volgens Cohen, die zich bedient van termen als ‘bold visions’, en ‘blue sky thinking’, door de obsessie met de toekomst, en de heiligverklaring van het begrip ‘innovatie’.

Door de snelle technologische ontwikkelingen is het lastig voorspellen hoe de toekomst eruit ziet. Wat zullen de ontwikkelingen gaan betekenen voor bedrijven, steden, landen, samenlevingen, de mensheid als geheel? Wie inzicht heeft in de dag na morgen, heeft goud in handen. Ontwerpers en kunstenaars kunnen dankzij hun verbeeldingskracht doorgaans betere toekomstscenario’s schetsen dan wetenschappers met hun cijfers, en weten het – anders dan filosofen – ook nog eens in tastbare producten te gieten.

Dat speculatief design ook commercieel interessant is, merken ontwerpers als Koert van Mensvoort aan de voortdurende verzoeken van het bedrijfsleven, zoals levensmiddelenfabrikanten, om mee te denken over inhoud en vorm van het toekomstige productaanbod. „Je zet een stip aan de horizon”, zegt hij.

Een blik op de website van de Amerikaanse organisatie Near Future Laboratory van design fiction-goeroe Julian Bleecker toont de reikwijdte van de toepassingen ervan. NFL werkt voor Nokia, het Louvre en Sony. De organisatie ontwierp onder meer een sportkrant van de toekomst met als titel Winning Formula, met daarin artikelen over de invloed van big data op de voetbalsport. Misschien dat ook de sportwereld straks speculatief ontwerpers in de arm neemt.