Valt er hier nog wat te claimen?

Volkswagen is niet de eerste die claimclubs op zijn dak krijgt. Claimen is een industrie. „In potentie valt er veel te verdienen.”

Illustratie Rik van Schagen

Met kleine oogjes schuift Pieter Lijesen om 10.15 uur aan in een grand café aan het Amsterdamse Beursplein. „Ik heb tot half drie aan onze site liggen klussen”, vertelt hij boven een cola. „We gaan beslag leggen bij Volkswagen-importeur Pon.”

Dezelfde avond meldt tv-programma EenVandaag het: de kersverse Stichting Volkswagenaudiclaim stelt Pon namens „Nederlandse dieselbezitters” aansprakelijk voor de door emissiefraude opgelopen schade. Vanwege onder meer de waardevermindering van de auto’s is die hoog, wel tussen de 3.000 en 7.000 euro per auto, schat de stichting. „De totale claim kan daarmee oplopen tot 800 miljoen euro.”

Bovendien eist de club dat Pon binnen vijf dagen een voorschot van 5 miljoen euro betaalt, anders wordt beslag gelegd op de auto’s van de importeur, meldt persbureau ANP later.

De stichting is nieuw, maar de twee mannen achter de stichting zijn bekenden in de Nederlandse claimwereld. Jurist Lijesen is het boegbeeld van onder meer de organisaties Woekerpolisproces en Renteswapschadeclaim en verschijnt geregeld als deskundige in tv-programma’s als Radar en EenVandaag. Advocaat Oscar van Oorschot zit achter verschillende claimstichtingen, zoals de CBR-claim over alcoholsloten in auto’s.

Ze kennen de regels van het spel: er snel bij zijn als er iets claimwaardigs is gebeurd en maximale gratis publiciteit genereren, zodat je zoveel mogelijk cliënten verzamelt. Een gevolg daarvan is dat vaak hoog van de toren wordt geblazen in de claimaankondigingen, erkent Lijesen. „In de media is jammer genoeg geen ruimte voor nuance, daarom val je terug op schreeuwberichten. Zonder miljardenschade in je persbericht kom je nergens.” Gisteren – zes werkdagen later – was nog geen beslag gelegd bij Pon.

Niet laten liggen

Leijsen en Van Oorschot zijn jeugdvrienden uit Son en Breugel. Vroeger maakten ze samen huiswerk , tegenwoordig richten ze samen claimstichtingen op. Eind september lanceerden ze Audiclaim. Daarmee azen ze op compensatie vanwege motoren die te veel olie verbruiken. Lijesen: „Ik had het al zo druk, maar Oscar zei: ‘Kom op, dat moeten we samen doen, dat is leuk’. En toen kwam opeens de emissiefraude voorbij. Die konden we ook niet laten liggen.”

Vijftien jaar geleden bestonden claimstichtingen niet of nauwelijks. Nu duikt om de zoveel weken een nieuwe op en zie je vaak meerdere partijen die zich op hetzelfde thema richten. Neem de woekerpolis met onder meer Wakkerpolis, Woekerpolisvrij, ConsumentenClaim en Woekerpolisproces.

Lijesen en Van Oorschot zijn dan ook niet de enigen die op het Volkswagen-schandaal springen. De eerste was beleggersbelangenvereniging VEB, een week nadat de emissiefraude op 18 september bekend werd. Qua collectieve actie is VEB de onbetwiste kampioen van Nederland met meer dan 2 miljard euro compensatie voor ruim 300.000 beleggers.

Vier dagen na de VEB volgde ConsumentenClaim met een claim voor beleggers die geen VEB-lid zijn. „Wij lezen alle kranten, wij volgen al het nieuws. We schatten de juridische haalbaarheid in op basis van onze ervaring en expertise en besluiten dan of we een procedure starten”, legt directeur Stef Smit uit.

ConsumentenClaim is een bedrijf met meer dan 70 (vooral juridische) werknemers in Amsterdam-Zuidoost. Het richt zich op allerlei claims: van woekerpolissen en renteswaps tot de beeldbuisclaim die draait om verboden prijsafspraken van producenten als Philips en Samsung.

In de vergaderkamer hangen krantenartikelen over eigen werk. De meest opvallende is die over hamfraude. Vleesleverancier Vion katte in 2012 gewone ham om tot biologische ham, en Albert Heijn verkocht er 100.000 pakjes van. ConsumentenClaim stelde Albert Heijn aansprakelijk en wist voor gedupeerden een cadeaubon van 20 euro los te krijgen.

Volgens Smit, voormalig hoofd productmanagement bij DSB Bank, is dat een van de „maatschappelijke claims” die het bedrijf doet zonder er een vergoeding voor te krijgen. „Die zaken leveren publiciteit op en dat is goed voor ons imago. Wij willen er over tien jaar ook nog staan.”

No cure, no pay

ConsumentenClaim werkt alleen op basis van no cure, no pay en is opgericht door de inmiddels 68-jarige Ger van Dijk: volgens menigeen de grondlegger van no cure, no pay in Nederland. Dat model is verboden voor advocaten in Nederland, en daarom schreef Van Dijk zich in 1988 uit als advocaat. Sindsdien is hij jurist. „Ik vind het een win-winmodel. Je komt als advocaat vaak zaken tegen die goed genoeg zijn, maar waarbij men je niet kan betalen. En als het met no cure, no pay een keer goed gaat, verdien je meer”, vertelt Van Dijk aan de telefoon vanuit Florida, waar hij een tweede huis heeft.

De basis van zijn claimconsortium ligt bij de stichting Leaseproces die hij ruim tien jaar geleden begon en die mensen bijstaat die de dupe zijn van aandelenleaseproducten. Rond 2000 stapten honderdduizenden Nederlanders in zulke financiële producten van aanbieders als Dexia. Vaak zonder te weten dat er met geleend geld werd belegd.

Toen de beurs daalde bleek dat deelnemers niet aan het sparen, maar aan het beleggen waren en dat ze naast exorbitant hoge rentekosten ook hun inleg kwijt waren. Van Dijk zegt er nog met regelmaat „pisnijdig” van te worden. „Ik denk dat wij met Dexia zo’n 40.000 mensen op gesprek hebben gehad. Hun leven is totaal verwoest, dan word je kwaad ja.”

Van Dijk procedeert nog steeds voor zo’n 16.000 mensen die vinden dat ze er met een latere compensatieregeling slecht vanaf kwamen. Begin volgend jaar doet de Hoge Raad opnieuw uitspraak in de zaak. Hij zegt dat Leaseproces het mooie van het no cure, no pay-model laat zien. De gemiddelde factuur die mensen ontvangen is 1.400 euro, veel minder dan bij een losse advocaat die zich helemaal moet inwerken.

Claimclubs kennen drie financieringsconstructies: ze vragen inschrijfgeld, een percentage van de schadevergoeding of een combinatie van beide. Dat laatste doet de club met de meest spraakmakende gerechtelijke uitspraak van het jaar op zijn naam: Loterijverlies van Ferdy Roet.

In een door de Loterijverlies aangespannen procedure oordeelde de Hoge Raad in januari dat de Staatsloterij van 2000 tot 2008 deelnemers misleidde omdat het prijzen trok uit een pot waarin ook onverkochte loten zaten en er dus een veel kleinere winkans was.

Roet vraagt deelnemers 35 euro inschrijfgeld per Staatslot en 20 procent van de mogelijke schadevergoeding. Met 200.000 deelnemers betekent dat dat hij alleen al 7 miljoen euro inschrijfgeld ontving. Kassa? Niet volgens Roet. Hij zegt dat de gemaakte kosten van de stichting „een stuk hoger” liggen dan de 7 miljoen. „Ik heb mezelf gewoon een vast salaris uitbetaald van minder dan een ton”, vertelt hij aan de telefoon vanuit belastingparadijs Guernsey. Daar verhuisde hij Loterijverlies onlangs naar toe „vanwege de lagere kosten”.

Wildgroei

Roet zit ook achter de stichting Brandstofverlies en heeft dus net als Lijesen meerdere claims lopen. Dat is inherent aan het bedrijfsmodel, blijkt uit het opstartverhaal van Lijesen. „Woekerpolissen zijn de claim waar ik mee begonnen ben. Dan moet je databases bouwen en alles automatiseren. Dat kost veel tijd en bakken met geld. Maar als je eenmaal zo’n systeem hebt, hoef je maar een paar kleine aanpassingen te doen en je kunt het gebruiken voor een renteswapclaim, voor een Audiclaim, noem maar op.”

Lang niet iedereen is blij met al die claimclubs. Werkgeversorganisatie VNO-NCW schreef in 2011 al aan het kabinet dat „de wildgroei van claimstichtingen” aan banden moet worden gelegd. „Het is de bedoeling dat het belangenorganisaties zonder winstoogmerk zijn”, zegt claimadvocaat Jurjen Lemstra, verwijzend naar de Wet collectieve afwikkeling massaschade. „Nu zie je steeds meer dat men stichtingen optuigt als vehikel voor de eigen businesscase.”

Opvallend genoeg valt de winstgevendheid van die businesscase voor velen tegen. ConsumentenClaim wist vooralsnog alleen compensatie te regelen bij zaken rond de biologische ham, DSB, internetaanbieder World Online en de woekerpolissen. „In potentie kun je er natuurlijk heel veel geld mee verdienen. Maar dat is tot nu toe eigenlijk vooral in potentie”, zegt Lijesen. „Het is een kwestie van een lange adem hebben. Je procedeert tegen bedrijven met diepe zakken die moeilijk te bewegen zijn.”

Van zijn vijf claimclubs verdient hij tot nu toe alleen aan de renteswapclaims van ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf, omdat banken die individueel schikken. Verder verdient hij zijn geld vooral met losse juridische klussen en opdrachten die hij krijgt omdat hij een bekende claimpersoonlijkheid is. Zo benaderde een club van rijke beleggers die flink verloor op Imtech hem. Omdat hij toch al schade aan het verhalen was richtte hij de stichting ImtechClaim voor andere gedupeerden op.

No cure, no pay-grondlegger Van Dijk heeft het beter voor elkaar. Hij heeft nog duizenden zaken liggen omdat Dexia collectieve schikkingen weigert en de zaken een voor een laat voorkomen. Aandelenlease maakte de afgelopen tien jaar gemiddeld 250.000 euro winst per jaar. Met kritiek daarop kan hij niet zoveel. „Dat is de calvinistische mentaliteit. Je mag mensen wel helpen, maar er niets aan verdienen.”