Uitgeputte finalisten

‘Een schaakpartij is gewoonlijk een sprookje van 1001 fouten”, schreef Savielly Tartakower in Die hypermoderne Schachpartie, uit 1924. Ik heb vaak geschreven dat dit mijn lievelingsboek was sinds ik het ongeveer vijftig jaar geleden kocht bij een schaakantiquariaat. Ik kon toen niet vermoeden dat ik bij de Engelse vertaling die dit jaar zal verschijnen een voorwoord mocht schrijven, en zeker niet dat we zo lang zouden moeten wachten op de eerste Engelse versie van Tartakowers magnum opus.

Tartakower drukte zich bloemrijk uit en hij overdreef graag. Toen hij zijn collega Georg Marco, de Roemeens-Oostenrijkse ‘Groot- breed- en dikmeester’ beschreef als Broeder Bombasticus, beschreef hij zichzelf.

Die uitspraak over dat sprookje van 1001 fouten was ook overdreven. Ja, in een spannende schaakpartij worden altijd fouten gemaakt, dat kan niet anders, maar vaak ben ik onder de indruk van de bijna perfecte navigatie van de topspelers in razend moeilijke stellingen.

Maar toen was er vorige week de finale van de World Cup in Bakoe. Peter Svidler, zeven keer kampioen van Rusland, speelde tegen Sergei Karjakin, die in 2002, toen hij twaalf jaar oud was, de jongste grootmeester aller tijden werd, een record dat nog steeds staat.

Een blunderfeest werd het door het internetvolk genoemd, en voor een keertje was dat nu eens terecht. Pionnen, stukken en torens werden weggegeven alsof dronken soldaten in de lucht of op hun eigen troepen schoten.

In hun zevende partij, op een moment dat Svidler een stuk voor stond, vroegen de commentatoren, de journalist Dirk Jan ten Geuzendam en de Oekraïense grootmeester Jevgeni Mirosjnitsjenko, zich serieus af of Svidler het nog zou kunnen verpesten. Ten Geuzendam zei: „Dit is de finale van de World Cup, hij staat een stuk voor, waar hebben we het eigenlijk over?” Mirosjnitsjenko verzuchtte: „Ja, dat hebben ze door hun vorige partijen met ons gedaan.”

Na tien partijen – vier klassieke partijen, vier rapidpartijen en twee vluggertjes – won Karjakin. Svidler zei: „Als je zoveel kansen voor open doel gemist hebt als ik, dan verdien je het niet om te winnen.” Hij had gelijk.

Peter Svidler - Sergei Karjakin, World Cup Bakoe 2015, finale, eerste partij.

1. Pf3 Pf6 2. g3 d5 3. Lg2 e6 4. 0-0 Le7 5. d3 0-0 6. Pbd2 c5 7. e4 Pc6 8. Te1 b5 9. exd5 Een paar dagen later, in een van de rapidpartijen van de tiebreak, speelde Svidler het meer gebruikelijke 9. e5. 9...Pxd5 10. Pe4 Lb7 11. c3 a6 Na de partij beval Svidler het prophylactische 11...h6 aan. 12. a4 b4 En inderdaad, als zwart dit doet, wat had 11...a6 dan voor zin? 13. Lg5 Deze zet had met 11...h6 verhinderd kunnen worden. 13...f6 14. Ld2 De loper heeft een verzwakking van zwarts stelling uitgelokt die later zeer belangrijk blijkt te zijn. 14...e5 15. Tc1 Tf7 Ook na 15...Tc8 overwoog Svidler 16. d4, maar dat zou minder gevaarlijk voor zwart zijn dan wat die in de partij krijgt. 16. d4 bxc3 De opening van de b-lijn wordt zwart straks fataal. Na meteen 16...cxd4 bleef zijn nadeel binnen de perken. 17. bxc3 cxd4 18. cxd4 Pxd4 19. Pxd4 exd4 20. Db3 Tb8 21. Tb1 Penningen overal. Wit dreigt al 22. Pxf6+ met materiaalwinst. 21...Dd7 22. Tec1 De6 Dit leidt snel tot verlies, maar er was geen goede verdediging meer. 23. Pc5 Lxc5 24. Txc5

Zie diagram

Steeds erger worden de penningen op de b-lijn en de diagonaal a2-g8. Alles van zwart staat verkeerd. 24...Td8 25. La5 Td6 26. Dc4 Nu is er niets meer te vinden tegen de dreiging 27. Txb7. Ten dode gedoemd pleegt zwart in tijdnood harakiri. 26...Pc3 27. Txb7 De1+ 28. Lf1 Pe2+ 29. Dxe2 Zwart gaf op. Hij raakt twee stukken achter.