Overheid bedriegt journalist niet

Er is ongetwijfeld van alles mis in de wereld van de overheidscommunicatie. Maar er is geen sprake van dat de overheid journalisten structureel misleidt of bedriegt, schrijft Henri Kruithof.

FOTO MARTIJN BEEKMAN / ANP

Toen ik afgelopen zaterdag de column van Tom-Jan Meeus las, had ik de onbedwingbare neiging om met hem in debat te gaan. Gelukkig wilde hij ook met mij in debat.

De kop boven zijn verhaal – ik weet het, daar is Meeus niet verantwoordelijk voor – liegt er niet om: ‘De Kamer mag je niet bedriegen, de media dus wel’. Om meteen te laten weten waar ik sta in deze discussie: ‘Nee, de media mag je ook niet bedriegen’.

Eerst maar even de vermakelijke anekdote die premier Mark Rutte dit voorjaar bij mijn afscheid van de VVD-fractie vertelde. Ik zou in Nieuwspoort het verhaal hebben rondverteld dat er over een campagnefilmpje een conflict was uitgebroken in de partijtop. Dat was helemaal niet zo, aldus de premier, maar het vergrootte de aandacht voor het tot dan vrijwel onopgemerkte filmpje enorm. Ik moet de premier hier toch licht corrigeren (wie ben ik?): Er was wel degelijk onenigheid geweest in het campagneteam. Die was inmiddels beslecht, maar gelogen was het dus niet.

Ik vind dat voorlichters best selectief mogen winkelen in de waarheid. Voorlichters hoeven niet àlle feiten àltijd te benadrukken. De feiten die passen in het verhaal van de voorlichter mogen best wat meer aandacht krijgen. Maar de voorlichter mag absoluut niet liegen. Bewindslieden, maar ook politieke partijen moeten, uit welbegrepen eigenbelang, de waarheid geen geweld aan doen. De overheid is van en voor de burgers en moet die burgers dus geen rad voor ogen draaien. Ook voorlichters moeten dat niet doen: zij verliezen in één klap hun geloofwaardigheid als zij betrapt worden op een leugen.

Ik sloeg pas echt aan toen ik las hoe Meeus de ontwikkeling binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken interpreteerde. Hij beschrijft hoe secretaris-generaal Van Zwol de directie communicatie laat opgaan in een grotere directie. Gevolg: er is geen aparte directeur communicatie meer. De journalist concludeert daaruit dat woordvoerders straks primair het politieke belang van hun ministers gaan dienen, en niet het algemeen belang van het departement.

Hier gaat Meeus naar mijn mening veel te kort door de bocht. Ambtelijke organisaties en met name ambtelijke toppen, hebben in het algemeen niet veel op met de directies voorlichting of communicatie binnen een departement. Dat zijn vaak dwarsliggers en dwarsdenkers, die direct toegang tot de bewindslieden hebben en daar een geheel zelfstandige adviserende rol vervullen. Dat vinden directeuren-generaal en secretarissen-generaal vaak behoorlijk hinderlijk.

Door de functie van directeur communicatie te schrappen, kan Van Zwol ook denken in ieder geval iets van die directe invloed in te dammen. Het zou heel goed kunnen dat de secretaris-generaal, door van ‘communicatie’ een normale staffunctie te maken, die niet meer buiten hem om naar de bewindslieden toe kan, probeert die dwarskoppen kalt te stellen.

Hoe het tweede ‘event’ dat Meeus beschrijft is gegaan, kan ik niet achterhalen. Maar hem kennende heeft hij grondig onderzoek verricht naar het tot stand komen van de deal van 4,7 miljoen met de crimineel Cees H. Het persbericht naar aanleiding van de Nieuwsuur-uitzending stond inderdaad op z’n minst op gespannen voet met de werkelijkheid.

De kritiek die hij vervolgens levert op het al te grondige onderzoek naar het ‘lek’ bij justitie richting Nieuwsuur, vind ik onterecht. Het probleem bij dit event is namelijk dat de informatie uit justitie (de precieze details van de betalingsopdracht), zoals Nieuwsuur beweerde, tot op de dag van vandaag niet uit het departement naar boven zijn gekomen. Dus ofwel er is een andere bron voor die details buiten de justitiegelederen, ofwel het komt wel uit justitie en dan lekt er iemand naar de pers, die die informatie niet met zijn bazen deelt. En dat zou op z’n minst deloyaal zijn.

Mijn conclusie: er is ongetwijfeld van alles mis in de wereld van de overheidscommunicatie. Maar er is volgens mij geen sprake van het structureel misleiden of bedriegen van journalisten door de overheid. Ik zou het fantastisch vinden als de column van Tom-Jan Meeus een aanleiding is voor een publiek debat over de communicatie van de overheid, wat mij betreft uitmondend in een parlementair debat met heldere conclusies.

Want één ding is zeker: iedereen is gebaat bij openheid over de overheidscommunicatie.