Ook de rechter duizelt het van alle vragen

Polsstokhoogspringer Rutger Koppelaar is pas de derde Nederlandse topsporter die zijn dopingschorsing voor de burgerrechter bracht. Meestal komt het zover niet.

Poolstokspringer Rutger Koppelaar in actie tijdens de FBK Games in het Fanny Blankers-Koen Stadion in Hengelo, vorig jaar. Foto ANP/VINCENT JANNINK

„Sorry hoor, maar het duizelt me nu een beetje. Ik begrijp er niets meer van. Over welke getallen hebben we het nu? Zijn er meer mensen die het spoor bijster zijn?”

Het is zo nu en dan chaos in het Arnhemse Paleis van Justitie, waar rechter S.J. Peerdeman deze vrijdag probeert vat te krijgen op de dopingzaak van Rutger Koppelaar (22), een polsstokhoogspringer uit Dordrecht met een veelbelovende toekomst. Vlak voor zijn dopingschorsing vorig jaar sprong hij 5,55 meter en hij wilde de olympische limiet voor Rio (5,70 meter) slechten. Tot in zijn urine een verstoorde verhouding epitestosteron-testosteron werd gevonden. In juli vorig jaar werd hij voor twee jaar geschorst.

Die schorsingen worden opgelegd door de tuchtrechters van het Instituut Sportrechtspraak (ISR), die ruime ervaring met de wereldwijde antidopingcode van het Wereldantidopingagentschap WADA. Simpel gezegd doet een sportbond, in dit geval de Atletiekunie, na een positieve test aangifte bij het ISR. De Nederlandse Dopingautoriteit heeft daarbij een adviserende rol. Uiteindelijk besluit het ISR in een tuchtprocedure of een sporter wordt bestraft.

Operatie aan verstandskiezen

Wat is er precies gebeurd? Het is 31 mei als Koppelaar na een beroerde nacht uitgeput in de auto richting het Duitse Soest stapt. Hij is drie weken eerder geopereerd aan zijn verstandskiezen en heeft sindsdien last van hartritmestoornissen en hevige allergische reacties. Zijn nieuwe Duitse manager heeft hem in Soest op de startlijst gekregen en zal Koppelaar voor het eerst zien springen. Voor de atleet is het de uitgelezen kans te laten zien dat de interesse van de manager terecht is. In Soest aangekomen gaat het eigenlijk zo slecht nog niet. Koppelaar springt 5,35 meter en wordt tweede, verdient zelfs een paar honderd euro, zijn eerste geldprijs.

Na de prijsuitreiking wordt hij benaderd door een 63-jarige Duitse dopingcontroleur, Bernd Linke. Na loting is komen vast te staan dat de nummer twee in deze competitie urine moet inleveren. Alweer een primeur voor Koppelaar.

Hij laat het over zich heen komen. In een smoezelige kleedkamer naast de atletiekbaan wordt hij geacht te plassen in een potje dat hij zelf kiest – dat is de procedure. Het blijkt een lastige exercitie, maar na twee uur dralen, drinken en stomweg wachten lukt het: Koppelaar plast en er wordt een A- en B-staal veiliggesteld en verzegeld. Koppelaar schrijft op het dopingformulier onder het kopje opmerkingen ‘Okay’ en zet zijn handtekening. Hij heeft geen referentiekader, het is immers zijn eerste controle. Er lijkt niets aan de hand.

Maar twee weken later gaat de telefoon. Algemeen directeur van de Atletiekunie Jan-Willem Landré belt: „Je hebt een positieve test afgeleverd.” Koppelaar weet dan nog niet wat hem te wachten staat, maar in de weken daarna groeit het besef dat hij geschorst gaat worden, dat hij de Spelen misloopt. De Atletiekunie kan niet anders dan aangifte doen bij het ISR.

Er blijkt een verstoorde verhouding epitestosteron-testosteron in zijn urinemonster gevonden te zijn, en dat is verboden. In december wordt Koppelaar voor twee jaar geschorst, met terugwerkende kracht gaat die in op 17 juli. Een sporter kan tegen die beslissing in beroep gaan, maar daar ziet Koppelaar vanaf. Hij heeft het mentaal zo zwaar, dat hij een juridisch gevecht niet kan opbrengen. Een gang naar sporttribunaal CAS in Lausanne durft hij financieel niet aan. Hij moet gissen naar de oorzaak van de positieve test. Waren het zijn voedingssupplementen, zijn medicijnen tegen hooikoorts? Die waren toch goedgekeurd door de bondsarts?

Na een paar maanden, waarin Koppelaar zelfstandig op openbare klimrekken blijft doortrainen (hij mag niet meer op een atletiekbaan sporten), besluit hij, ook ingegeven door moeder Conny en vader Arie die zich geen moment neerleggen bij zijn schorsing, de gang naar de burgerrechter te maken.

Koppelaar wil zijn schorsing laten opschorten en zich proberen te plaatsen voor Rio. Er zouden bij het opnemen van het urinemonster procedurele fouten zijn gemaakt: het monster zou vervuild zijn geraakt, het vervoer naar het laboratorium in Keulen zou niet volgens de regels gegaan zijn, enzovoorts.

Maar de kortgedingrechter, die hoofdzakelijk aan belangenafweging doet en daarna pas naar feiten kijkt, is in juli onverbiddelijk: het belang van de Atletiekunie is groter dan dat van Koppelaar. De schorsing blijft bestaan.

Koppelaar vecht dat, geflankeerd door zijn ouders en zijn advocaat, vandaag aan met een zogenaamd voorlopig getuigenverhoor – volgens de directeur van de Dopingautoriteit, Herman Ram, absoluut uniek in de Nederlandse sportgeschiedenis. Koppelaar zelf doet zijn zegje, dat op belangrijke punten haaks staat op dat van dopingcontroleur Linke, die destijds in dezelfde ruimte aanwezig was.

Tal van vragen over de dopingtest

Verstond Koppelaar Linke nu wel of niet toen hij in gebroken Duits en Engels gewezen werd op zijn rechten en plichten als atleet bij een dopingcontrole? Is het potje urine steeds bewaakt, was de kleedkamer waar de controle plaatsvond, afgesloten of niet? En wat betekent eigenlijk die passage van het dopinglab dat spreekt over extern toegediend testosteron dat in zijn urine gevonden is (en waar volgens Koppelaar geen bewijs voor gevonden is), en was dat plasje wel geconcentreerd genoeg? Het gaat de rechter, zoals gezegd, een aantal keer de pet te boven.

Remco Wortel, de advocaat van Koppelaar, doet verwoede pogingen antwoorden te vinden op die vragen. Het wordt een juridische worsteling van zes uur in Arnhem, waarna hij concludeert dat het dopingonderzoek ondeugdelijk is gedaan. Maar de vraag is nu of hij moet overgaan tot een uiterst kostbare bodemprocedure – de familie Koppelaar is naar eigen zeggen al tienduizenden euro’s aan proceskosten lichter – waarin voor eens en altijd duidelijkheid moet worden verschaft. Maar dan moet de rechter wel begrijpen waar het over gaat.

Aan zet zijn nu Koppelaar en zijn advocaat. Wortel besluit over twee weken of hij overgaat tot het horen van nog een getuige, of dat hij een bodemprocedure start. Komt het zo ver, dan gaat de familie Koppelaar een nieuw proces in van anderhalf jaar. Tegen die tijd is Koppelaar al lang weer op de atletiekbanen te zien.