NRC beheerst Amerikaans goed, maar Duits en Frans?

Prettig dat de krant de Duitse bondskanselier donderdag niet alleen liet zeggen dat ze het asieldossier haar „verdomde plicht” vindt, maar ook wat dat in het Duits is (verdammte Pflicht). Bij zo’n forse uitspraak wil je de letterlijke tekst.

Maar hoe staat het met de talenkennis van de krant zelf?

Soms hoor je op de redactie warempel zelfs een heel telefoongesprek in vlekkeloos Duits. Deze collega, twintiger, blijkt dochter van een leraar Duits en klust bij als skilerares. Ja, dan moet je wel.

Anderzijds, het komt ook voor dat een jonge redacteur hulpeloos opkijkt bij een artikel uit de Frankfurter Allgemeine dat voor hem is meegebracht – ouderwets uitgescheurd en opgevouwen. Geen Duits? Nee, bijna geen woord.

Op de NRC-redactie werken nog steeds veel redacteuren die hun talen kennen, wordt me verzekerd, misschien zelfs wel meer dan vroeger. Maar onmiskenbaar is Engels (of beter: Amerikaans Engels), inmiddels de lingua franca geworden van de internationale wetenschap, de populaire cultuur en de (sociale) media.

Heeft dat invloed op de selectie van nieuws en opinies? Uit lezersreacties is dat moeilijk op te maken. Sommige lezers vinden de krant ‘anti-Amerikaans’, andere juist ‘anti-Poetin’. Het laatste is ironisch, want juist de redacteur Oost-Europa kent niet alleen zijn geschiedenis, maar leest ook Russisch, wat hem in staat stelt, als een van weinigen, primaire bronnen te lezen. Mooi, want kremlinologie is al lastig genoeg als er niets verloren gaat in vertaling.

NRC Handelsblad is van origine wel een Atlantisch georiënteerde krant; de NAVO staat nog in de Beginselen uit 1970. In een provinciaals medialandschap wilde de krant de blik over de grens richten en met name westwaarts, ook al voor een paper of record journalistiek die destijds nog niet gangbaar was in Nederland. Tegelijk onderscheidde de krant zich vanaf de jaren zeventig consequent met correspondenten die werkten vanuit Europese hoofdsteden als, destijds, Bonn, Parijs, Londen en, vanaf 1982, Moskou.

Bij de redactie Buitenland wordt ook nu nog Duits, Frans, Spaans en Italiaans gelezen, elke dag internationale kranten. Al is, zegt de chef Buitenland, de verleiding van het snelle Engels er altijd.

Dat is te herkennen aan, bijvoorbeeld, berichten op de site nrc.nl, waar veel gebruik wordt gemaakt van Amerikaanse bronnen. Let u op de details: zo heette de couppleger in Burkina Fasso in de krant Gilbert Diendéré, maar op nrc.nl Diendere – het Amerikaanse persbureau laat de accenten weg. Ook sprak de site, opmerkelijk, van de ‘Survivors Edition’ van Charlie Hebdo, na de aanslag, in plaats van de ‘CH des survivants’.

Ook op de Opiniepagina staan vaker vertaalde stukken van Engelse dan van Franse of Duitse auteurs. Niet zo gek, Engelstalige media zijn sneller en schrijven vlotter. Duitse opiniestukken zijn vaak lang en zo hermetisch dat je met encyclopedie en woordenboek aan de slag moet om greep op de materie te krijgen. Dat geldt ook voor veel Franse media.

Het was goed, bijvoorbeeld, dat de krant een maand geleden het opiniestuk plaatste van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de vluchtelingencrisis (Wilt u ze? Neem ze dan. En anders: help ons, 4 september). Een relevante bijdrage, zij het uiteraard gepolitiseerd en dus overdreven (Orbán sprak van de „honderdduizenden” die zich dagelijks aan zijn grenzen meldden; dat waren er volgens de UNHCR toen 4.000).

Maar in de vijf weken daarna telde ik op de opiniepagina’s maar twee andere internationale auteurs over dit onderwerp: Simon Kuper (Financial Times) en Ian Buruma (New York Review of Books), beide met Nederlandse wortels. Wél was er een rubriek met Duitse mediageluiden. En columnisten die verwijzen naar Duitse of soms Franse bronnen.

Lezers die vooral geïnteresseerd zijn in Duitse of andere Europese meningen over de migratiecrisis vinden die ook zelf wel, kun je zeggen. Ja, maar wie zijn talen niet kent, heeft daar niets aan. En een krant die, bijvoorbeeld, zes pagina’s uittrekt voor het jubileum van DWDD, die zou ook hier best wel eens een special aan kunnen besteden.

Er wordt wel naar meer Europese stukken gezocht, zegt een redacteur opinie die zelf als correspondent in Berlijn heeft gediend. Maar het blijft moeilijk.

Een ander voorbeeld: de longreads op nrc.nl. Lange verhalen met een leestijd van soms zelfs – asjemenou – drie kwartier. Dat zijn zelden of nooit Duitse of Franse. Terwijl, heel gek, daar nu juist nog lang wordt geschreven.

Dat geeft me meteen gelegenheid voor een correctie. In een eerdere rubriek vroeg een lezer zich af waarom de site ‘longread’ gebruikt, en niet Nederlands. Bijvoorbeeld: Zeer Lang Verhaal.

Ik antwoordde toen dat de term allang ingeburgerd is bij Nederlandse media en uitgeverijen, en heel gangbaar.

Maar dat klopt niet helemaal, zei redacteur Peter Zantingh me naderhand. Hij was betrokken bij het opzetten van een plek op de site voor lange verhalen, in 2012. En volgens hem stamt de term wel uit Amerika, maar is die in Nederland nu juist pas ingeburgerd geraakt nadat ook nrc.nl hem ging gebruiken.

Uit zijn e-mails blijkt dat er destijds ook op de redactie een fikse discussie was over de naamgeving. Ook ‘langlezer’ en ‘langverhaal’ kwamen langs.

Maar het werd dus longread. Want, schreef een collega die ook bij het project betrokken was: „Het zijn Engelstalige verhalen (en dat zal voor een groot deel zo blijven). En langverhaal en langlezer klinkt echt wel een beetje suf.”

Je kunt je afvragen waarom dat zo is, en of dat er niet op wijst dat we inmiddels al zo verengelst zijn dat gewoon Nederlands saai of suf klinkt (in de Nederlandse popmuziek blijkt het tegendeel). Maar goed, de voorspelling tussen haakjes werd bewaarheid: het overgrote deel van de langlezers komt uit Amerika.

Dat Duitse en Franse stukken de Engelstalige hegemonie doorbreken, lijkt me een illusie – en misschien is het ook niet wenselijk. Maar wat méér, dat moet toch kunnen.