Moeder der malaria-middelen

Tu Youyou mocht in het China van Mao een geheim onderzoek doen naar een malariamedicijn. Ze vond het na bestudering van planten en oude boeken. Haar filmische verhaal kreeg een happy end: genezingen en een Nobelprijs.

Tu Youyou werd donderdag bij een symposium in Beijing gefeliciteerd.

Eenzelvig, bescheiden. Oud-collega’s van de eerste Chinese Nobelprijswinnaar voor Fysiologie of Geneeskunde zijn het erover eens dat Tu Youyou (84) niet graag in de schijnwerpers staat. Haar man, Li Tingzhao (89), bevestigt dat. „Zij is ook erg koppig en als zij nee zegt is het nee”, antwoordt Li op het verzoek om te praten over haar ontdekking van het malariamedicijn artemisinine tijdens de tumultueuze Culturele Revolutie.

Wetenschappers van de vooroorlogse, prerevolutionaire generatie hebben in China bijna altijd intrigerende geschiedenissen te vertellen, zeker als zij betrokken zijn geweest bij het bijna filmische verhaal over diep geheim wetenschappelijk onderzoek in de jungles en op het platteland van Zuid-China. Terwijl tienduizenden hooggekwalificeerde wetenschappers in het kader van de Culturele Revolutie als „rechtsen” werden verstoten, kon Tu in opdracht van Mao Zedong onderzoekswerk doen voor Project 523, een codenaam.

Echtgenoot Li, een metallurg die zelf van 1967 tot 1973 zat opgesloten in een kamp in Yunnan, vertelt dat zijn vrouw „een beetje verrast was door de Nobelprijs, maar ook weer niet zo heel erg”. Na de ontvangst van de Amerikaanse Laskerprijs in 2011 werd er steeds openlijker over een Nobelprijs voor Tu gesproken. Het was een kwestie van tijd.

Net als de meeste Chinezen van een jaar of vijftig en ouder spreken Tu en Li niet graag in het openbaar over de Culturele Revolutie, een decennium van grote politieke chaos; een tijd waarin onderzoeksinstituten en universiteiten werden geleid door anti-intellectualistische Rode Gardisten. „Die tijd is voorbij en ons geheugen is niet meer zo goed”, verontschuldigt Tu’s echtgenoot Li zich aan de telefoon, het standaardantwoord op vragen over politiek hypergevoelige zaken.

Vrijwel gelijktijdig met het begin van Culturele Revolutie in 1967 gaf Grote Roerganger Mao Zedong aan het leger de opdracht een geneesmiddel uit te vinden tegen malaria, „de gesel van de tropen”. Mao, voorstander van praktisch gericht wetenschappelijk en militair onderzoek, reageerde daarmee op een verzoek van de Noord-Vietnamese leider Ho Chi Minh die enkele jaren voor zijn dood om hulp had gevraagd. Meer Vietcongsoldaten werden in de Vietnamoorlog geveld door malariaparasieten dan door Amerikaanse kogels, omdat zij resistent waren geworden tegen de toen gangbare geneesmiddelen.

Project 523, vernoemd naar de oprichtingsdatum 23 mei 1967, leverde aanvankelijk niets op. De 500 toegewezen wetenschappers waren te jong en te onervaren, hun superieuren waren allemaal politiek onzuiver bevonden en naar het platteland gestuurd om de velden te bewerken.

Nog net niet verbannen

De leiding van Project 523 stond onder druk van Mao en wendde zich ten einde raad tot de Academie voor Traditionele Chinese Medicijnen. Dit instituut had nog maar een paar onderzoekers in dienst en stelde de toen 39-jarige farmacoloog Tu Youyou beschikbaar omdat zij verstand had van zowel westerse als traditionele Chinese medicijnen en nog niet naar het platteland was verbannen.

Tu werd naar het geïsoleerde gevangeniseiland Hainan gestuurd, destijds een van de door malariaplagen geteisterde gebieden in China en tegenwoordig het Chinese Hawaii. Haar man zat al vast. Zij moest haar twee dochters onderbrengen bij haar ouders en in een weeshuis. „Het was een persoonlijk offer dat ik graag bracht, toen ik zag hoeveel kinderen er op Hainan stierven aan malaria”, zei zij in 2011 tegen de New Scientist. Zij was in dat jaar in New York voor de uitreiking van de Lasker Award en voor familiebezoek, want haar inmiddels met artsen getrouwde dochters wonen in de VS.

Met twee kleine teams ging zij op onderzoek uit: een team concentreerde zich op het onderzoeken van 40.000 potentieel interessante chemicaliën en een ander team dook de boeken over traditionele Chinese medicijnkunde in. Zelf interviewde zij honderden blotevoetendokters, kruidenmengers en helers in Hainan, Guangdong en Yunnan en pluisde 2.000, vaak honderden jaren oude recepten na. Allemaal tijdrovende activiteiten die verder werden vertraagd door slechte arbeidsomstandigheden, gebrekkige laboratoria, slechte huisvesting en slecht eten in doodarme, hooggelegen dorpen in het grensgebied van China en Vietnam. Onderzoekers van haar team kwamen in Noord-Vietnam onder vuur van Amerikaanse bommenwerpers te liggen. In het boek Een Laat Rapport over Project 523 wordt een beeld geschetst van de soms kleinzielige ruzies tussen de onderzoekers.

Van de 640 potentieel interessante kruiden bleek een plant – qinghao in het Chinees, Artemisia annua in het Latijn, zomeralsem in het Nederlands – over een werkzaam bestanddeel te beschikken. Qinghao was in China al sinds 168 voor Christus bekend als een kruid dat hielp malariakoorts te onderdrukken.

Het lukte Tu pas na lezing van werk van de alchemist Ge Hong uit 343, dat zij aantrof in een 1.600 jaar oude encyclopedie, uit de alsem een werkzaam middel te extraheren. Het moest met koud, niet met heet water. Na de eerste proeven op muizen en apen testte zij zichzelf als eerste, zij was inmiddels ook gebeten door een malariamug. Er volgden proeven met 2.000 bosarbeiders, dorpelingen en Vietcongsoldaten. In alle infectiegevallen zakte de koorts na 30 uur en verdwenen de malariaparasieten uiteindelijk geheel uit het bloed.

Het zou nog tot 1977 duren voordat Tu toestemming kreeg voor het eerst over haar baanbrekende onderzoek te publiceren. Dat gebeurde anoniem, want onderzoekers werkten niet voor zichzelf maar voor de staat en bovendien in teams. Van wereldwijde publicatie kon destijds geen sprake zijn, want de contacten met het westen waren nog schaars.

WHO beticht van ‘genocide’

Twee jaar later, in 1979, ontdekte een Hongkongse malaria-onderzoeker, Keith Arnold, bij toeval dat er in China een zeer effectief, voor hem mysterieus geneesmiddel tegen malaria was ontwikkeld en begon samen met een Chinese arts met proeven. In 1982 publiceerde hij in medische tijdschrift The Lancet over het Chinese artemisinine. Het zou nog tot 2000 duren voordat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO Tu’s vondst erkende, overigens zonder haar te noemen. In 2006 kwam het middel wereldwijd beschikbaar. De hoofdrol van Tu werd pas in 2006 bekend toen de Amerikaanse onderzoeker Louis Miller van de National Institutes of Health in Bethesda op een conferentie in Shanghai aan Chinese onderzoekers vroeg wie artemisinine had ontdekt. Niemand wist die vraag te beantwoorden en pas na onderzoek van Miller werd de identiteit van Tu bekend.

Daarmee werd ook gebroken met de communistische opvatting dat wetenschappelijke onderzoekers hun werk in anonimiteit moeten doen en dat successen niet afhangen van de persoonlijke inzet van een onderzoeker, maar het resultaat zijn van politieke en economische omstandigheden die zijn gecreëerd door de partij.

Waarom het zo lang heeft geduurd tot het werk van mevrouw Tu wereldbekend werd, is nog steeds onderwerp van debat; tal van politieke en juridische patentcomplicaties speelden een rol. Vast staat dat er in Afrika en het Midden-Oosten miljoenen levens gered hadden kunnen worden als China veel eerder bekend had gemaakt over een probaat geneesmiddel te beschikken. Ook de verpolitiekte, trage WHO had veel eerder moeten reageren op de meldingen van malarioloog Arnold, die niet aarzelt de WHO van „genocide” te betichten.

Anno 2015 worden er jaarlijks 150 miljoen doses geneesmiddelen verkocht, waarin artemisinine, de „moeder der malariageneesmiddelen” een hoofdbestanddeel is. „Als ik dan denk aan alle kinderen die wij hebben kunnen redden ben ik tevreden, de persoonlijke eer van de Nobelprijs is niet zo belangrijk voor mij”, zei Tu Youyou in een verklaring na de bekendmaking van de prijs.

Tu liet in een korte toespraak op een besloten symposium donderdag in Beijing ook doorschemeren dat zij hoopt dat er geen commotie over de prijs zal ontstaan. In 2011, toen zij de Lasker Award kreeg, reageerden Chinese en westerse malariologen verontwaardigd. Zij zou volgens hen ten onrechte claimen dat zij de enige ontdekster van het geneesmiddel was, terwijl zij deel uitmaakte van een team van onderzoekers. Bovendien werd ook in het westen gewerkt aan de extractie van artemisinine uit de in China, maar ook aan de oevers van de Amerikaanse rivier de Potomac voorkomende zomeralsem.

„Het gebeurt heel vaak in de wetenschap dat als iemand dergelijke prestigieuze prijzen krijgt, er veel rumoer ontstaat en daar is zij nu opnieuw bevreesd voor”, zegt Jin Dongyan, hoogleraar aan de Universiteit van Hongkong, die met Tu Youyou is bevriend.

Jin behoort tot de Chinese wetenschappers die vinden dat Tu opgenomen moet worden in de Chinese Academie voor Wetenschappen. De eerste Nobelprijswinnaar uit de Volksrepubliek China is daar vanwege de „Drie Nee’s” geen lid van. Zij is geen medicus, is niet gepromoveerd en heeft nooit in het buitenland gewerkt. Haar titel heeft zij gekregen van een van de universiteiten voor traditionele Chinese medicijnkunde en wordt niet door de Chinese Academie voor Wetenschappen erkend.

„Dat mag geen belemmering meer zijn in een moderne maatschappij waarin de onderzoekers eindelijk persoonlijk op hun merites worden beoordeeld. Zij heeft aangetoond dat de 5.000 jaar oude traditionele medicijnkunde en farmacie wel degelijk kunnen bijdragen aan de wereldgezondheid”, vindt Jin.

Hij vindt overigens, net als duizenden Chinese internetters en de voltallige media, dat ook de andere leden van Tu’s Project 523-team erkenning moeten krijgen. Menigeen pleitte er deze week op het internet voor om ook de verdiensten van Mao Zedong met een Nobelprijs voor Geneeskunde te erkennen; de gebalsemde leider moet hebben liggen grijnzen in zijn tombe over „de paradoxen in de geschiedenis”.