Koerdische PKK roept staakt-het-vuren uit

Een strijder van de PKK met masker, eind september in Bismil. Foto: ILYAS AKENGIN / AFP

De Koerdische guerrillabeweging PKK stopt voorlopig met vechten om ervoor te zorgen dat de verkiezingen in Turkije op 1 november eerlijk verlopen. Dat heeft de leiding laten weten aan het aan de Koerden gelieerde persbureau ANF.

Alleen als de PKK wordt aangevallen, worden de wapens weer opgepakt. Volgens de leiding wordt hiermee geluisterd naar oproepen binnen en buiten Turkije. Gisteren riep een leider van de pro-Koerdische oppositiepartij HDP de PKK nog op om te stoppen met vechten.

Eerdere wapenstilstand opgezegd

Tijdens de vorige verkiezingen boekte de Koerdische ‘democratische volkspartij’ HDP met 13 procent van de stemmen een ongekend succes. De Koerdische partij zou nu aan populariteit hebben ingeboet, vanwege de spanningen tussen de Koerden en de Turken na het opzeggen van een eerder staakt-het-vuren, dat twee jaar had standgehouden.

De wapenstilstand kwam ten einde toen 31 Koerdische activisten omkwamen bij een aanslag in de Turkse plaats Suruc op 21 juli. Die aanslag lijkt het werk van Islamitische Staat (IS), maar de PKK geeft de Turkse regering de schuld omdat die te weinig zou doen tegen de opmars van IS. Daarop begon de PKK met het plegen van nieuwe aanslagen.

Aanslag

De aankondiging van de wapenstilstand volgt enkele uren na twee bloedige aanslagen in de Turkse hoofdstad Ankara op een vredesmars van Koerdische en pro-Koerdische partijen en organisaties. De leider van de pro-Koerdische oppositiepartij HDP denkt dat zijn partijleden het specifieke doelwit waren. De bommen zouden zijn afgegaan midden tussen een groep HDP-aanhangers.