Knuddelen

Belangrijk nieuwsbericht afgelopen week, op nu.nl: in Australië is een jonge voskoesoe, een buideldiertje, gevonden. Op straat, zonder moeder. Ik ging van dit gegeven alvast huilen (hormonen, slaapgebrek; granted, maar toch). Vervolgens stond er in hetzelfde nieuwsbericht dat ze het dier hebben opgevangen in de dierentuin, en het daar een knuffelbeest hebben gegeven. De bewuste voskoesoe, die overigens zo groot is als een hand, heeft het knuffelbeest nu als moeder geaccepteerd. Hierbij moest ik nog meer huilen. Niet alleen is het allemaal heel schattig (er stond een foto bij), maar het is ook nog eens heel treurig. Een verweesd beest met een moeder die helemaal niets ‘teruggeeft’. Een levenloze moeder is misschien wel beter dan helemaal geen moeder, maar zielig is het wel. Schattig (zie figuur 1) kan eigenlijk altijd overtroffen worden door zielig-schattig (zie figuur 2), en dat was in dit nieuwsbericht volop aan de hand.

Vanwege mijn sentimentele reactie moest een vriendin mij erop wijzen dat er boven het bericht stond: ‘Een jong buideldier in de dierentuin van Sydney heeft een knuddeldier als moeder verkozen.’

Knuddeldier! Is dat even een goed woord! De d ligt natuurlijk naast de f op het toetsenbord, dus we snappen waar het vandaan komt, maar ik vind nu al dat knuffelen best vervangen mag worden door knuddelen. Klinkt nog gezelliger. Cuddle en knuffel ineen. En tegelijkertijd knullig, alsof er ook van alles half fout gaat tijdens de knuddel. Dat er salontafeltjes omvallen, maar dat niemand dat erg vindt.

Bijkomend voordeel: knuffelen wordt door sommige mensen vervangen door ‘knuffen’, wat ik altijd een beetje raar vind klinken („Effe lekker knuffen”). Bij knuddelen kan dat niet: dat zou ‘knudden’ worden, en dat klinkt te veel als ‘knudde’. Of anders als een meubelstuk van Ikea. Knuddelen dus. Dat wordt het.