‘Ik zag hoe bijen leefden, zo werd ik ondernemer’

Ladane Audenaerde Mohammadi (46)

begon als imker in Iran, nu is ze ondernemer, trainer, en onderzoeker bij Ongekend Bijzonder, dat verhalen van vluchtelingen vertelt.

Bos bloemen

„Ik groeide op in Iran met zes zussen. Ik was nooit alleen en had altijd een gesprekspartner. Heerlijk was dat. Al die verschillende meisjes. Onze kleurige kleding. ‘Het is net alsof ik een bos bloemen in huis heb’, zei mijn vader weleens. Mijn ouders zijn engelen. Zorgzaam, rechtvaardig en lief. Ons huis leek soms net een vakantiehuis. Helemaal als we allemaal een klasgenootje meenamen. M’n moeder kookte voor iedereen. We hadden een grote tafel waar wel vijftien mensen aan konden zitten. Mijn kindertijd mis ik nog steeds.”

Voorgevoel

„Toen ik twaalf jaar was begon de oorlog tussen Iran en Irak. Op een dag kwam mijn vader lijkbleek thuis. ‘Pak jullie kleding, boeken, geld, goud en paspoort. Over een uur vertrekken we’, zei hij streng. Dat was bijzonder, want mijn vader deed altijd alles in overleg. Niet deze keer. Hij had het voorgevoel dat er iets met ons zou gebeuren. We vertrokken naar een bevriende boer net buiten de stad. ’s Avonds zaten we voor de tent en zagen we wel tien, twintig grijze gevechtsvliegtuigen richting de stad gaan. De hele streek werd platgebombardeerd, inclusief ons huis. We waren dood geweest als hij ons niet had meegenomen.”

Tent

„Door het bombardement verloren we ons huis. Gelukkig hadden mijn grootouders een braakliggend stuk grond. Daar zetten we een grote tent op. Het was oorlog, dus er was geen aannemer. We bouwden samen in achttien dagen zelf een huis. Ja echt, ik met mijn zes zussen en mijn ouders. Vier muren en een dak. Een apart toilet. Eigenlijk zouden we er maximaal een jaar wonen, het werden er vijf. Zonder water, elektriciteit en zonder school. We studeerden thuis en gingen één keer per jaar naar een andere stad om eindexamen te doen. Door onze verschillende leeftijden waren mijn zusjes en ik elkaars docent.”

Bijen

„In het dorp was weinig afleiding, afgezien van de mooie natuur, de bergen. Op mijn veertiende kreeg ik een bijenkorf voor mijn verjaardag. Mijn vader gaf er een boek met uitleg bij. Ik leerde hoe bijen leefden. Vijf jaar later hadden we 350 bijenkorven, en een lopend bedrijf. Zo ben ik ondernemer geworden. Soms doet het pijn als mensen naar mijn cv kijken en geen rode draad zien. Als er niets is, bedenk ik iets. Door de bijen leerde ik ondernemen. Onze werknemers, onder wie drugsverslaafden, betaalden we niet uit in geld, maar in grond of vee. Op die manier bouwden zij ook aan een eigen onderneming.”

Vlucht

„Op mijn 27ste vluchtte ik naar Frankrijk. De omstandigheden in Iran waren ondoenlijk geworden. Ik wilde aan de slag als onderwijskundige, maar je moest de Franse nationaliteit hebben om in het onderwijs te kunnen functioneren. Ik moest eerst de taal leren. Dat deed ik al werkend. Ik richtte twee ICT-bedrijven op. Ik had niks met ICT, maar ik wilde onafhankelijk leven. Toen ik de Franse nationaliteit kreeg, ben ik meteen gaan studeren. Ik ontmoette mijn Nederlandse man. Het cadeau van mijn leven. Hij begrijpt mij als geen ander, al heeft hij een heel ander leven gehad.”

Koffiedik

„In 2005 kwam ik naar Nederland. De taal bleek wederom een probleem. Dat heb ik onderschat. Ik schreef tientallen sollicitatiebrieven, maar niemand reageerde. Dus zocht ik vrijwilligerswerk. Het bestuur van de stichting Ontmoeting Buitenlandse Vrouwen was mijn eerste functie. Ik was twee weken bezig met het vertalen van de notulen en het formuleren van mijn feedback. Die las ik dan voor tijdens vergaderingen. Reacties snapte ik vaak niet. ‘We moeten geen koffiedik kijken’, zei iemand eens. Wat heeft dit met koffie te maken, dacht ik. Soms fietste ik huilend naar huis. Maar de volgende maand zat ik er weer.”

Erkenning

„Toen de tweeling werd geboren, stond er een felicitatieberichtje in de nieuwsbrief van de stichting. Mijn hart maakte een sprong. Erkenning, ik bestond. Ik kwam in drie andere besturen, deed zo’n dertig uur per week vrijwilligerswerk en combineerde dat met de kinderen. Niet altijd makkelijk, maar het geeft me energie als ik iets bereik. Na elke studie wilde ik meteen aan de slag. In plaats daarvan stond me een heftige migratie te wachten. Ik ben geen migrant die geld wil verdienen, maar een mens met veel kennis en ervaring. Vorig jaar richtte ik mijn eigen advies- en trainingsbureau op. Het is mijn droom dat groot te maken.”