Het begint met een kleine gunst

Criminelen kiezen agenten die ontvankelijk zijn voor corruptie – zij met privéproblemen, luxe neigingen. Het gaat terloops.

Het is belangrijk om politieagenten bij grootschalige onderzoeken naar zware misdaad goed te screenen, zegt hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut. Wat doen ze in hun vrije tijd? Hebben ze schulden?

Een rechercheur van middelbare leeftijd staat zaterdagochtend langs de lijn als zijn zoon voetbalt. Even wat afleiding. Hij ligt in scheiding en heeft financiële problemen. Tijdens de wedstrijd raakt hij in gesprek met een vriendelijke kerel, die dezelfde problemen heeft gekend. De man wil hem geld lenen, in ruil voor een klusje.

Zo simpel kan het aanzetten van een agent tot corruptie gaan, zegt Cyrille Fijnaut, hoogleraar criminologie aan Tilburg University en gespecialiseerd in corruptie bij de politie. „Criminelen kiezen agenten uit die ontvankelijk zijn voor corruptie. Ze zoeken rechercheurs met privéproblemen of die een luxeleven nastreven maar daar niet het geld voor hebben.”

Vrijdag werd via deze krant bekend dat de politie een agent heeft aangehouden op verdenking van grootschalig lekken van geheime opsporingsinformatie aan de onderwereld. Het is nog niet bekend hoe de verdachte aan zijn criminele contacten is gekomen.

Vaak begint het met een toevallige ontmoeting. In het buurtcafé of in de supermarkt leggen criminelen contact met hun slachtoffers. Daar voeren ze doodnormale gesprekken en beginnen ze met het terloops vragen van kleine gunsten. Even een nummerbord controleren of wegkijken bij een wietplantage – dat doen collega’s toch ook? Fijnaut: „Zodra de eerste transacties plaatsvinden, neutraliseren de criminelen de morele bezwaren van een agent. Ze zeggen: maak je niet druk joh, die wietteelt wordt binnenkort legaal. Ze laten het lijken alsof het iets heel kleins is.”

Een goede fles wijn

Gjalt de Graaf, hoogleraar integriteit (VU) en betrokken bij het Centrum voor Politie- en Veiligheidswetenschappen, maakt de vergelijking met de bouwfraude. „Aannemers brachten soms bewust in kaart wie de gevoelige ambtenaren konden zijn. Ze kwamen ze eerst tegen op een receptie, daarna betaalden ze eens de koffie bij een werkoverleg. Als het na een tijdje kwam tot een bezoek thuis, dan lieten ze een goede fles wijn staan. Hoorden ze daar niets meer van, dan wisten ze dat ze verder konden gaan.”

Maar eenmaal op zoek naar informatie, zal een agent voorzichtig te werk gaan. De Graaf: „Voor een corrupte ambtenaar is het oppassen met digitaal manoeuvreren. Alles wat je in systemen raadpleegt, wordt geregistreerd.” Dat kwam uit in 2005, toen bleek dat tweehonderd agenten hadden geprobeerd het dossier van voetballer Robin van Persie – van een later geseponeerde zedenzaak – in te zien. Zij kregen allen een brief van de korpschef waarin om uitleg werd gevraagd.

Doet de politie voldoende om corruptie te voorkomen? De Rijksrecherche, die de integriteit bewaakt van de Nederlandse overheid, wilde vrijdag niet antwoorden op vragen van deze krant over corruptiebestrijding. Fijnaut weet niet hoe nu het gesteld is met afweermechanismen van de politie. Hij deed in de jaren negentig onderzoek naar zo’n twintig zaken. „Toen zag je dat er te weinig mechanismen waren die corruptie binnen de politie konden voorkomen. Er werd weggekeken. Of het viel wel mee, zeiden ze dan.”

Noodzaak van betrokkenheid

Jaap Timmer, universitair hoofddocent maatschappelijke veiligheid (VU) en gespecialiseerd in politievraagstukken, zegt dat vooral van belang is dat goed wordt gekeken wie wel of niet betrokken is bij een zaak. „Dat is om te voorkomen dat meer mensen dan nodig betrokken zijn bij een zaak, zonder de directe noodzaak van informatie. Maar mensen met een schaars specialisme zullen veel worden ingezet en dus veel weten.”

De vraag is volgens Timmer of de gegevens van wie wat bekijkt, ook goed worden gecontroleerd. „Normaal gesproken draait dat systeem automatisch, maar ik weet niet of dat in dit geval ook zo was. En vanuit capaciteitsgebrek of drukte kan controle er bij inschieten.”

Bij grootschalige onderzoeken naar zware criminaliteit zoals drugshandel moet de politie haar mensen goed screenen, zegt hoogleraar Fijnaut. Hoe ziet hun gewone leven eruit? Wat doen ze in hun vrije tijd? Hebben ze schulden? Dat alles om de kans op corruptie zo klein mogelijk te houden.

De Graaf wijst op het belang van vertrouwenspersonen en meldsystemen. „De eerste signalen van corruptie komen vaak via collega’s. Het is goed een laagdrempelige melding mogelijk te maken, dus zonder dat het meteen consequenties heeft voor de collega. De moeilijkheid bij onder meer de politie is de onderlinge vertrouwensband. Collega’s zijn sterk van elkaar afhankelijk en moeten buiten op elkaar kunnen vertrouwen.”

Tegelijkertijd lijkt misbruik van het ambt niet helemaal uit te bannen. Deze week werden twee voormalige agenten veroordeeld. Een van hen, een 42-jarige diender uit Rotterdam, kreeg 22 maanden cel opgelegd, waarvan twaalf voorwaardelijk. De man legde contact met vrouwen die bij de politie aangifte hadden gedaan, met als doel een seksuele relatie met hen te beginnen.

Ook stal hij een harde schijf met kinderporno uit een onderzoek en maakte hij zelf pornografisch beeldmateriaal. De rechter stelde dat juist van een politieambtenaar mag worden verwacht dat hij „meer integer is dan integer”.